(still not) Sailing, day 2 & 3

Je leest het dan toch weer hè voordat je het plaatst. ’t Was een mooie trip maar ondanks de vele teksten die we hebben geschreven staat de helft er nog niet in en komen bijkomende herinneringen weer boven. Het brein werkt raar. Zonder deze vastgelegde verhalen zouden die herinneringen ook niet meer boven komen. Alsof je brein verschillende FAT’s (File Allocation Table) heeft en op één of andere manier beschadigd zijn. Zo’n dagboek als deze werkt dan als een soort Norton Utilities for Brains 9.6. Ben ik blij dat ik geen dagboek van m’n leven heb bijgehouden. Ik vergeet graag. En veel.

Dag 2, vrijdag REISDAG
We zijn op tijd wakker. Douchen plus een uitgebreid en lang ontbijt.
Weer in het pendelbusje gestapt en inchecken maar voor de vlucht naar Cayenne. Het gaat eigenlijk van een leien dakje (behalve dat R en H hun mes bij de douane moeten inleveren. R’s vierde mes, die hem steeds vergeet in z’n bagage te stoppen en H’s mes die hij al 10 jaar elke dag trouw in bezit heeft, een triest afscheid voor beiden)
Voor de rest is het wachten, koffie drinken, lekker kleppen en daarna de 9 uur lange vlucht met een Airbus 340. Luxe dingetje die 340 want elke stoel heeft z’n eigen videoschermpje waar je film, muziek, spelletje, nieuws etc. op kan zien. Het enige nadeel van de 340 is de snelheid, een kruissnelheid van 750km/u. Hij kan sneller maar de wind zit niet mee.

Aangekomen op Cayenne hebben we 4 uur tijd te doden. We besluiten maar niet om naar de stad te gaan (half uur rijden) om het drama van gisteren niet wéér te beleven.
We zitten lekker buiten met een biertje, in Zuid-Amerika en het is redelijk warm, 30 graden.
Goh! De vlucht gaat gewoon, wel een klein beetje te laat, maar we gaan!
Gekkenhuis met lokale tijden natuurlijk want we gaan eerst 5 uur terug en nu eeeh nog een uurtje terug in tijd
We komen rond 21:00u aan ofzo, niet ofzo, maar dus nèt voor want we moesten de huurauto vóór 21:00u ophalen. Allemaal gelukt (zozo, nounou, gutgut), op naar Le Marin, de havenplaats van Martinique, waar de boot ligt afgemeerd in een jachthaven met nog 600 andere boten. Door de bomen het bos niet meer zien zeggen ze wel eens. Hier zie je door de masten de boten niet meer. Hier ligt een kapitaal aan boten, geen St. Tropez-motorjachten maar zeilboten, zo ook de Josina, de boot van R waar we na een half uurtje karren aankomen.

ons drijvende hotel voor de komende tijd
ons drijvende hotel voor de komende tijd

Superboot! Alles d’r op en d’r aan en mooier, groter, beter, etc. dan verwacht..
De avond afgesloten met nog wat biertjes en wijntjes en ons mandje opgezocht. Ieder z’n eigen hut dus niemand heeft last van J, die de nacht tevoren vast een heel Surinaams oerwoud aan het doorzagen is geweest en deze nacht zijn werkzaamheden ongetwijfeld verplaatst naar Borneo.

Dag 3, zaterdag TOUR(ISTIQUE)
Het oorspronkelijke programma, voor zover dat in R’s z’n hoofd zit, ligt een beetje door elkaar omdat we een dag later zijn aangekomen. We missen een werkdag waardoor sommige dingen die geregeld moeten worden, zoals het in revisie zijnde reddingsvlot ophalen/repareren en nog wat andere dingen niet gedaan kunnen worden.
We hebben nog steeds de huurauto dus we doen vandaag een rondje Martinique met R als gids.
We beginnen, na flink wat ingeslagen te hebben bij de supermarkt (bootschappen en dat is niet verkeerd gespeld) en op de boot gebracht te hebben, bij de (vroegere) rumfabriek Clement die, weliswaar niet in werking, met veel geld van de regering is opgeknapt tot zijn oude glorie en hoe dus goed te zien is, hoe het vroeger daar aan toe ging.Knap stukje techniek trouwens voor die tijd, bizar gebruik van slaven, een verschrikkelijk groot mooi huis voor de familie-eigenaar, etc.
De oude Bush en Chirac hebben hier nog eens een belangrijke meeting gehad, vandaar ook waarschijnlijk dat er veel geld is ingepompt om het op te knappen.
Na bezichtiging natuurlijk nog ff het eindresultaat geproefd. Keus genoeg maar we kiezen voor de rum-vieux, erg lekker, maar je staat meteen half op je kop (het is nog ochtend).
Een flesje Clement uit J’s bouwjaar (negentientweeennogwat) kost hier slechts € 651,27. De lokaal gebrouwen rum kost hier overigens een habbekrats. Je koopt een literfles al voor € 2,19 ofzo

Hierna zijn we dwars door het regenwoud gereden waar een keurige typisch franse bergweg is aangelegd. Erg indrukwekkend om te zien, maar vreemd omdat je er met de auto doorheen rijdt op keurig asfalt.
Hierna op weg naar St.Pierre waar we eerst hebben gelunched bij een tentje aan het strand, het leven is echt vervelend hier.
St. Pierre is op 8 mei 1902 getroffen door een gaswolk van de nabij gelegen vulkaan waarbij het hele dorp volledig werd verwoest/verbrand en zelfs de 16 schepen die bij de kust lagen in vlammen opgingen. We zijn eerst naar het plaatselijke museumpje geweest om te zien hoe het dorp voor de uitbarsting eruit zag, waar nog wat gevonden restanten te zien waren en uiteraard hoe het er daarna uitzag, echt bizar!! Compleet weggevaagd, 30.000 mensen vonden de dood. De mensen waren overigens wel gewaarschuwd door eerdere kleinere uitbarstingen en ook deze uitbarsting was voorspeld, maar de plaatselijke in verkiezingsstrijd zijnde gouverneur hield de mensen voor dat er niets aan de hand was en echt niet hoefden te vertrekken.
De enige bekende overlevende was Cyparis, iemand die op dat moment in de kerker van het politiebureau was opgesloten en waarschijnlijk gered werd door de dikke muren van de cel. Hij werd 4 dagen later gevonden (eerder was ook niet mogelijk door de intense hitte die er nog heerste), wel vol met brandwonden natuurlijk en hij had weten te overleven door te drinken van het weinige regenwater wat zijn cel insijpelde. Hij werd later geronseld door een Amerikaans circus als bezienswaardigheid.
Na het museumpje het dorp in waar nog flink wat restanten te zien zijn van b.v. het oude theater, het politiebureau met zijn kerker, etc. slechts ruïnes waar alleen nog wat muren van over zijn gebleven. Op dit moment wonen er nog maar 5000 mensen ofzo
Verder met de trip, we gaan naar de nabijgelegen rumfabriek (achja) Depaz die normaal gesproken 24 uur per dag, zeven dagen per week draait, maar dat uiteraard niet doet als wij er zijn. Ze draaien dan wel 24uur 7 dagen per week, maar doen dat slechts 6 maanden van het jaar. De overige zes maanden worden gebruikt voor het volledig demonteren en reviseren van de fabriek. Uiteraard weer een indrukwekkend geheel met een bizar groot landhuis (kasteel) waar nog steeds een nazaat van de familie Depaz woont. Ook deze familie is flink uitgedund door de vulkaanuitbarsting van 1902.
Het eiland trouwens kent nog 300 rumfabrieken/jes, in eerdere tijd waren het er nog 2000 ofzo.

Terug naar Le Marin waar de boot ligt via Fort de France (niets te beleven in FdF, na 18.00 uur een erg gure en sinistere stad) om de huurauto terug te brengen.
Uiteraard daarna naar het terras (Mangobar) om wat Lorraines (plaatselijk bier) achterover te slaan. Gezellig weer en we stappen rond 20:00 even naar de boot en om 21:00u een restaurantje op te zoeken. Happiehappie, drankjedrankje en daarna naar Cafe ‘Calebasse’ waar wat muzikanten lekker aan het jammen zijn. De laatste drankjes hier gedronken, nog even bekeken hoelang het duurde voordat twee aanwezige vervelende gasten de tent uitgeslagen worden. Dat gebeurde wel, maar zonder rumoer, de eigenaren hebben het goed onder controle daar. Ze sloegen hard, heel hard. Wij hoefden gelukkig niets te doen anders dan de vliegende gasten al bukkend te ontwijken en ons glas recht te houden.
Terug naar de boot, morgen gaan we de jachthaven uit om verderop bij de kust van St. Anne te liggen. We moeten in de buurt blijven van Le Marin daar maandag nog het een en ander geregeld moet worden voor de boot. Een oversteek naar Suriname is niet niets, dus alles moet op orde zijn. Verantwoord vertrekken is het motto van R. Dat blijkt ook wel aan alles wat ie regelt, doet, verbouwd, meeneemt, etc. In computertermen is de boot ‘redundant’ uitgevoerd.

Plaats een reactie