Sailing, day 11 & 12

Dag 11, zondag THE FINAL
R heeft gisteren op internet nog even de weerkaarten bekeken en het ziet er gunstig uit qua wind en golven, dus heeft hij er alle fiducie in dat ons een goed zeilweertje boven het hoofd hangt. De wind blijkt later nog beter te zijn dan verwacht, want die zit zelfs 10 graden boven Oost (OostNoordOostOost), waardoor we niet al te scherp aan de wind hoeven te varen en het sturen over kunnen laten aan de stuurautomaat. Wel moet er dan wel permanent toch iemand aan het roer blijven zitten om in ieder geval uit te kijken voor andere scheepvaart, extreme hoge golven (waardoor de gehele inventaris van de boot zich logistiek zou kunnen verplaatsen naar een ongewenste bestemming), drijfhout, piraten, walvissen, zeeschildpadden, zeekoeien (die te hooi en te gras overal maar grazen) zwangere dolfijnen, afijn je verzint het maar. Om 08.00 uur varen we uit en hijsen de zeilen. De “grote oversteek” is begonnen en de komende dagen wordt het dus schommelen, wacht lopen (niet dat er veel te lopen valt in de kuip), eten en slapen. Klinkt misschien voor een lezer wat saai, maar ik blijf het een geweldige ervaring vinden. Om de vier uur zullen we onze positie middels de GPS bepalen en daaruit kunnen we dan afleiden of we de uiteindelijk uitgezette koers (doel) halen en in hoeverre we opschieten en daar mogelijk van (moeten) afwijken.

Onze hengel, een dobber is niet nodig
Onze hengel, een dobber is niet nodig
De posities worden alleen nog afgetekend op de kaart door H want als J dat doet hebben we helemaal geen koers en springen van de Atlantische oceaan naar het IJsselmeer om dan via de Dode Zee en de Niagara waterval uit te komen op een meertje zonder naam in Italie. We houden het er maar op dat J veel kwaliteiten heeft, maar coördinaten daar niet onder vallen. Rond 12.00 uur vertrouwen we onze eerste bevindingen toe aan de kaart en dat ziet er goed uit. We hebben een windje die schommelt tussen de 16 en 24 knopen, niet al te hoge golven zodat we voorlopig lekker vooruitgaan met een snelheid van zo’n 5 tot 8 knopen.
Rond 16:00u wordt de wind wat eigenwijzer, valt ff weg, de boot draait, de motoren worden gestart om hem weer in de goede richting te zetten, de vislijn loopt ineens weg, niet omdat er een vis aanhangt maar omdat de lijn helaas in de schroef zit dankzij de draaiing, een lastig intermezzo.
J & H sturen tot middernacht. Op wat kleine akkefietjes na geen bijzonderheden. R neemt het over voor de nacht.

Dag 12, maandag IK ZIE, IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET EN DE KLEUR IS ROZE
Zes uur staan we alweer klaar om R af te lossen. De nacht was zwaar, de wind was wispelturig dus R had regelmatig ‘met het handje’ gestuurd en was op.
In de loop van de ochtend komen we iets roze-achtigs tegen in het water, het zal wel. Uren later zien we er nog 1, en nog 1, en nog meer in de uren daarna. Onze nieuwsgierigheid is ondertussen wel gewekt en willen weten wat het is. R noemt het een zeepaardje, H een petje en J een handtasje. Gelukkig ziet geen van ons er een roze olifant in.
We komen er nog genoeg tegen maar krijgen er geen een te pakken met de pikhaak. Je kan nu eenmaal ook niet ff remmen om wat te pakken of erg veel van je koers afwijken, helaas, vooralsnog blijft het een mysterie. Wat wel een feit moet zijn is dat er een geweldig aantal van deze roze ufo’s (unidentified floating object) op de oceaan moet rondzwerven als wij er al zoveel tegenkomen. We zijn immers nog geen speldenknopje op het grote water van de Atlantische Oceaan.

leuke dingen doe je 's nachts met licht aan
leuke dingen doe je 's nachts met licht aan

De schoot van de giek breekt vandaag af, maar dankzij de redundancy ofwel de vooruitziende blik van R is het probleem al opgelost voor het zich voor heeft gedaan. De giek wordt opgevangen door een reeds aangebracht noodlijntje. Je vraagt je wel eens af of R ergens niét aan denkt.
We zijn nog niet zoveel opgeschoten als we gehoopt hadden en geven vooral de schuld aan de stroming.
De zon gaat onder, de maan is alweer vroeg op, bijna vol en zal ons vannacht licht geven tot 4:30u. J & H doen de nachtelijke wacht.
Het is nu 3:00. De Josina gaat als een speer en we hoeven weinig te doen anders dan goed op te letten.
En het blijft natuurlijk altijd opletten, want niets is onvoorspelbaarder dan de vrouw wind. De wind draait meer in noordelijke richting en neemt ook in kracht toe met pieken naar 23 tot 27 knopen. Als je dan je rolfok volledig hebt uitstaan en daarbij je grootzeil en fok ook nog eens ingesteld op een oostelijke wind, wordt het zaak om in te grijpen, als je tenminste niet doormidden wilt breken of er op uit bent om eens te zien hoe ons life-raft zich ontvouwd uit zo’n klein doosje. We rollen de fok een stuk in en zetten hem ruimer, ook het grootzeil wordt meer uitgezet, waardoor we beter gebruik maken van de wind. Om 04.30 gaat inderdaad het licht uit, want de maan houdt het echt voor gezien en laat ons in het donker achter. Om even na half 5 krijgen we al te maken met het ‘ochtendgloren’, niet een dagblad dat wordt langs gebracht bij de boot, maar het eerste licht van de zon, zodat we weer licht hebben. Om zes uur is R nog niet op en aangezien H met dit licht voldoende zicht heeft om in z’n eentje overal op te letten, gaat J vast meuren.

Plaats een reactie