Oja…ik moet het verhaal wel afmaken natuurlijk. Ik heb het ook zo druk met niks. Ik weet ook nooit wanneer ik daar dan klaar mee ben.
Dag 15, donderdag PARBO DERBY DJOGGO MOUNTGAY
’s Morgens zijn we al weer vroeg op, want vandaag is de dag dat we Suriname gaan zien. We moeten ’s morgens om een uur of 6 (7uur Surinaamse tijd) nog zo’n 16 mijl, maar konden we Barbados van deze afstand al ruim zien, Suriname zien we pas als we tot zo’n 8 mijl uit de kustlijn zijn. Het water wordt grauwer en grauwer. Dit wordt veroorzaakt door het vuile water afkomstig van de Amazone die de gehele kust tot ruim 15 mijl uit de kust voorziet van een troebele substantie. Het lijkt naarmate we Suriname naderen bijna wel koffie of anders een drie weken oude soep!

We manoeuvreren tussen de visstokken door de ingang van de Surinamerivier op en het lijkt er net op, alsof ze de gehele ingang van de Surinamerivier gebarricadeerd hebben met visstokken met daartussen visnetten. Er wordt hier dan ook duidelijk niet achter het net gevist. Aan de linkeroever zien we Braamspunt, nee, geen eigendom van R of van familie van hem (R heet dus Braams van achternaam), maar R zegt dat de naam voortgekomen is uit Bramspunt. R is trouwens een geweldige reisleider, want overal en over van alles weet hij wel wat te vertellen, een entertainer en wandelende encyclopedie ten voete uit. Afijn om even op Braamspunt terug te komen, dit is een zandwinnerij die destijds is geclaimd door Desi Bouterse en de enige zandwinning van Suriname/Paramaribo. Desi liet zich geen zand in de ogen strooien, sterker nog, iedereen die zand nodig heeft voor o.a. de wegenbouw en de bouw van huizen e.d. moet dus te biecht bij Desi, die bepaalt of hij het aan je verstrekt. Desi zit zogezegd dus niet op rozen, maar op een behoorlijke zandvoorraad. En wat denk je, komen we in de monding van de rivier dus weer die roze ufo’s tegen, maar wederom slagen we er niet in om er een te pakken te krijgen.
Meer en meer ufo’s gesignaleerd. Na diverse pogingen rent H opeens van het net voorop naar de zwemtrap achter, graait in het water en roept: “ahhhh..&^%$#*#….bijna, ik had hem te pakken, maar hij glipte door mijn hand, kijk maar er zit nog een plakkerige draad op mijn hand.” Even later zegt hij: “het prikt” en nog even later als het prikken ophoudt en verandert in het gevoel of je je hand steekt in een brandende broodrooster met spijkerbedbekleding horen we wat teksten die we voor de jeugdige lezertjes maar even niet herhalen. Net op dat moment spietst R er een aan de pikhaak en landt de ufo op het dek. Het blijkt dus geen tasje of petje te zijn, maar een kwallensoort die dit 4-daagse mysterie eindelijk tot ontrafeling brengt. Als de kwal op het dek is beland, implodeert direct de roze zakachtige bol die wij zo vele malen aan de oppervlakte hebben zien drijven. We smeren H zijn pijnlijke hand in met beetzalf en dat sluit eindelijk ons mysterie af.
’s Middags komen we aan bij de steiger van Torarica, onze uiteindelijke landingsplaats. De stroming op de Surinamerivier is erg heftig en heeft een verval van ongeveer anderhalve meter op de rivier. We zijn met uitkomend tij binnen gekomen en hebben tegen de stroming in gevaren. Toranica is een hotel aan de Surinamerivier en eindelijk kunnen we weer gebruikmaken van faciliteiten zoals douche en andere ruimten die het dagelijks leven zo aangenaam maken. H en ik gaan douchen en na de douche belanden we op het terras bij het zwembad. Ik zeg dat ik me even moest vasthouden toen ik mijn ogen dicht deed tijdens het douchen omdat mijn evenwichtsorgaan nog even moet wennen aan het gevoel om aan wal te zijn. H meldt dezelfde ervaring en even later zitten we aan het terras bij het zwembad te genieten van een koel biertje (Parbobier).

Wat kan het leven toch aangenaam zijn.
R is direct na aankomst met onze papieren naar de stad gegaan om onze inklaring te regelen, aangezien morgen (goede vrijdag) alles hier dicht is. Achteraf blijkt dit niet te zijn gelukt omdat alles al dicht is en R besluit om twee verklaringen te schrijven om deze later (tijdens de terugreis) in Albina te kunnen presenteren bij de douane (van Albina steken we de rivier over naar Frans Guyana). Als R van zijn missie terug komt hebben wij inmiddels het broodnodige gerstenat geconsumeerd en R stelt voor om even de stad in te gaan om een glaasje te drinken. Opeens zien we vanaf het terras dat de Josina -met inmiddels kerend tij- langzaam achteruit glijdt en het lijkt erop dat ze er stiekem vandoor wil gaan (de mast is nog zichtbaar vanaf het terras). Het anker waaraan de Josina alleen vastlag is door het kerend tij los geslagen. Gelukkig krijgt het anker een flink aantal meters verderop weer grip en ligt tenminste weer stil. De stroming is sterk en we moeten er niet aan denken dat we er niet op tijd bij kunnen zijn om in te grijpen als de boot op andere schepen kan knallen of tegen een remming of steiger verderop was geslagen. Tijdens de reddingsactie springt R het eerst aan boord en wil H de dinghy vastmaken met een van zijn onlangs geleerde knopen. Door de heftige stroming gaat de dinghy er al vandoor alvorens H het touw….oeps….lijn aan de Josina kan knopen….Geen stress, even de motor starten en weer terug…alleen… hij startte niet bij H. R staat in dubio en wil eigenlijk al het water in duiken om te helpen. Gelukkig heeft hij dat niet gedaan, want H krijgt de motor aan de praat en keert terug naar de Josina….leuk intermezzo.. R en H verankeren de Josina op adequate wijze. We kunnen van de steiger nu rechtstreeks op de boot stappen en hoeven de dinghy daarvoor niet meer te gebruiken. Vanaf het hotel (perfecte accommodatie overigens) lopen we de stad in. In het uitgaanscentrum van Paramaribo bij ‘Het Vat’ genieten we in het zonnetje van een biertje en later eten we er nog een perfecte saté. Het beeld dat ik had van Paramaribo blijkt heel anders dan de werkelijkheid hier (althans…in dit gedeelte). Een schone mooie stad met een gezellige en gastvrije bevolking. R vertelt over Suriname alsof hij er zijn hele leven heeft gewoond, zoals hij trouwens overal waar we belanden alles weet te vertellen over de locatie, het land waar we ons bevinden en historische achtergrondinformatie. We maken ook kennis met de “Djoggo” (of zoiets..) een flesje bier in de vorm van het oude heineken-buikje maar dan van een liter….erg aangenaam. De “kleintjes” (330ml) heten hier ‘derby”. Zit ook weer een verhaal achter maar dat laten even achterwege.

We maken ook nog een kleine wandeltoer en belanden bij de “waterkant”, een rijtje tentjes aan de rivier waar je flink (en redelijk goedkoop) kan eten en drinken. De stad heeft de oude behuizing van deze vaak hindoestaans-surinaamse handelaartjes afgebroken en vervangen door een complex van kleine toko’tjes Bij terugkomst rond een uur of elf ’s avonds besluiten J & H nog even het casino van Torarica in te duiken (lange broek aan eerst…) en R gaat pitten want die heeft niet geslapen sinds de laatste wacht vanaf 02:00u.
Nou…met J in het casino is lachen….eerst de slotmachines….hij begrijpt er niets van maar vult z’n zakken. Met wat weten we niet want die muntjes zeggen ons niks qua waarde. Op dit moment overigens is 56.000 surinaamse guldens ongeveer hetzelfde als 20 US dollar. Het casino zou vroeg (01:00u) sluiten in verband met goede vrijdag. J vond de eenarmige bandietjes niet snel genoeg gaan en besloot z’n muntjes weer in te wisselen voor de plaatselijke guldentjes.”We gaan blackjacken” zegt J en neemt vervolgens plaats aan de roulettetafel….”Ahum, J….next table….”oja oja”.
Blackjacken met J is feest, zelfs de croupier en zijn controleur liggen helemaal in een deuk (de medespelers overigens niet). Op 18 b.v. nog een kaart nemen en splitten met twee zevens is niet echt slim….maar…wel winnen dus hè!
Het gaat lekker dus, maar we moeten stoppen vanwege sluitingstijd en slenterden richting boot die aan de pier van Torarica ligt. Het alcoholpercentage op dit moment was al erg hoog, biertjes bij het zwembad, de nodige djoggoos met R op de terrassen en de (gratis) Baco’s in het casino.
We lopen de pier op en horen een vrouwenstem “R R” roepen. Oeps…moeten we nog ff een rondje omlopen? (de boot aan de pier is trouwens een bezienswaardigheid, de hele dag lopen mensen er naar toe en vragen ons de oren van het hoofd). De vrouwenstem roept R nogmaals en wij denken dat zij wellicht goed van zin is maar er ook wellicht zin in heeft. We lopen richting het einde van de pier en de stem roept naar ons: “R ben jij daar” We kijken vanaf de pier naar beneden en zien daar Rita. Ze zegt dat ze voor R komt, maar dat ze anderhalve dag te vroeg is gekomen, hetgeen te wijten is aan een gewijzigde vlucht naar Suriname. We wisten dat ze zou komen (ze heeft eerder met R gezeild) maar is ruim 2 dagen te vroeg. J besluit om R toch maar ‘even’ te gaan wekken. Rita woont en werkt op Curacao en is zo gek als een deur. J probeert R wakker te maken om haar bezoek aan te kondigen maar heeft daar flinke problemen mee, R is bewusteloos, ligt in een derde graads coma en moet zowat gereanimeerd worden. Uiteindelijk lukt het en R komt nog 90% slapend naar boven ( de kuip in).
Dat is gauw over want Rita is een wervelwind en is dolgelukkig dat ze op de boot is.
Ze nam ook nog even een flesje (1ltr) Mount Gay rum mee om haar aankomst te vieren. Die ging dus binnen notime ook nog op met z’n viertjes. Gezellig dus weer en we zoeken rond 04:15u ons mandje op. H en Rita echter wat later want Rita wilde nog douchen. H liep wel even mee aangezien het moeilijk te vinden is in het donker. Een nachtelijk zwempartijtje werd het uiteindelijk aangezien de douches dicht waren (en H die andere douches ff niet meer kon vinden, oorzaak drank).
