Rattenplaag

Als een Amsterdammer goed wordt opgevoed leert hij, om de vogels te kunnen onderscheiden, dat er maar twee soorten zijn: sijzen en drijfsijzen. (Voor de juiste uitspraak laat je vóór de ‘ij’ een subtiele ‘ah’ vallen en de laat je de ‘ij’ ook wat langer duren, de ‘z’ is een ‘s’ en de laatste ‘n’ spreek je niet uit). Naast dit ornithologisch gegeven werden hier en daar de twee soorten nog verruimd met de slavink, maar dat wekte nogal wat verwarring te vergelijken met het bestellen van een onsje ooievaarskuitenvet bij de buurtslager.
De duif, ons onderwerp van vandaag, valt niet onder deze twee soorten maar hoort bij het ongedierte. Vliegende ratten noemen we ze. Ze schijten de balkons, daken, vensterbanken en andere uitstekende randen van gebouwen onder om nog maar te zwijgen over je net gewassen bolide als ie toevallig onder een boom staat die dienst doet als slaap- of rustplaats van die beesten. Helemaal sneu is dat de agressieve ontlasting een serieuze bedreiging is voor de duizenden monumenten die Amsterdam rijk is.
Ze dragen ziektes met hun mee, hebben last van lepra-achtige aandoeningen (wel eens goed gekeken naar de poten waar vaak nog maar een stompje van over is), kunnen niet zingen anders dat het irritante geroekoekoe, dus wat is het nut van die beesten? De toeristen vermaken op de Dam? Postduiven dan, postduiven hadden vroeger tenminste nog een functie, maar in deze tijd waarbij je wasmachine al bijna communiceert met je douche om vooral niet te gaan spoelen als jij er onder staat, is dat wel achterhaald.
Eten misschien, je ziet ze wel eens op de menukaart staan. Het idee alleen al!
Als hobby, je hebt van die duivenmelkers. Ik ga er niet eens op in. Totally wacked. Ik hoorde enkele weken terug wel dat er nog aardig wat geld in om gaat in dat wereldje en dat flinke bedragen worden neergeteld voor een kampioensexemplaar. Ik kan maar één reden verzinnen waarom dat is. Die beesten worden gebruikt voor diamanten- en drugssmokkel.
Gelukkig wordt er af en toe opgetreden. Onder bruggen en viaducten waar ze vaak broeden zijn pennen geplaatst (ook populair bij de mensen thuis die stekels/spikes), zijn er anticonceptiepillen aan ze gevoerd, zijn ze gevangen met netten en afgemaakt, zijn valken en buizerds losgelaten, kan je bij overlast terecht bij de ongediertebedrijding van de GG&GD en zijn er genoeg commerciële bedrijven in te schakelen die je redden van duivenoverlast. En ja hoor! Hoe heet één van die bedrijven: Duke!

Nu niet, straks niet en nooit niet zal ik mijn schatje ‘duifje’ noemen. Dan heeft ze echt een probleem en kan ze maar beter de bezem pakken om weg te vliegen.

En toch hè. Elke keer als zo’n halftamme brutale pleurisduif op de weg zit en jij denkt ‘blijf jij maar lekker staan, jochie’, trap je ongewild toch heel eventjes op de rem om hem nèt die fractie van een seconde meer te geven het strijdtoneel ongehavend te verlaten.

Maar van alle andere beestjes moeten ze afblijven. Ik word triest als ik oerwouden af zie breken, zie hoe bosbranden niet te blussen zijn en het nutteloze geweld bekijk wat tegen welk beest dan ook gebruikt wordt…

Plaats een reactie