Sailing… just day 1

Ik ben wat te druk met andere dingen en te lui om tussendoor wat teksten te schrijven maar zal jullie vervelen met één dag vakantie van een paar jaar geleden. Eentje uit de oude doos dus (spreekwoordelijk…het gaat hier niet om een ex ofzo). Als ik lui blijf krijgen jullie de rest van de 3 weken ook te lezen…

J en H wagen zich aan een Atlantische zeiltrip van Martinique naar Suriname via St. Lucia en Barbados met een catamaran (‘Josina’ een Athena 38), onze schipper is R, een verslag van, afwisselend, H en J
Dag 1, donderdag
DE HEENRIJS (oke, misschien niet helemaal correct gespeld, maar als alleen de spelling nou foutief zou zijn geweest had het allemaal nog al meegevallen)
Het oorspronkelijke plan was als volgt: We vliegen van Amsterdam naar Parijs en vandaar naar Fort-de-France (Martinique)…dat klinkt simpel, dat is het niet.
Gisteren krijgen we van R te horen dat onze vlucht van Amsterdam naar Parijs was gecancelled, daar enkele hufterige Fransosen het weer zonodig vonden om te gaan staken. Hoe zit ’t dan met die vlucht naar Fort-de-France ? Die gaat dan wel. Transatlantische vluchten gaan gewoon door..
OK, van het reisbureau kregen we treinkaartjes voor met de Thalys….vanaf Brussel (huh? Volgens mij missen we dan een stukje). Pff…R had dus ook nog maar kaartjes gereserveerd van Amsterdam naar Brussel, wel zo handig dan, alles weer onder controle toch?
Vanochtend afgesproken op het Amsterdam CS, zo rond 9:15-9:30u. De trein vertrekt om 09:56u. J was er op tijd (was echter z’n mobieltje vergeten, wat erg belangrijk wordt voor het verdere verloop van deze dag). H was er ook. R belde om te zeggen dat het krap zou worden daar hij in de file stond en al vanaf half acht eigenlijk onderweg was vanuit Wilnis. Veel ongelukken en daardoor ontstane files was voornamelijk de oorzaak. Enfin, J en H halen de gereserveerde tickets vast op dan kan R gewoon opstappen op perron 14A. Het bleek dat R een kamikazerit door Amsterdam had gemaakt: rode lichten, busbanen, stoepen, etc.etc. maar: ruim op tijd (….) 9:52u komt ie aanhijgen. Dit is eigenlijk het enige wat goed is gegaan vandaag. Leuk detail is nog dat we niet wisten dat je in de stationshal van het CS ook kan parkeren, vlak voor de deur van de Thalys….het kan!
In Brussel is het de bedoeling dat we de door AirFrance gereserveerd tickets voor de TGV afhalen en onze rit naar Parijs (Charles de Gaulle, het vliegveld waar we moeten zijn) daarna vervolgen. Voor het afhalen van de tickets en het weer instappen hebben we 20 minuten, zelfs voor figuren met onze leeftijd ruim voldoende, maarrrrrrrrrrr……dan moet de *&@^#@#@*&%@-trein vanuit Amsterdam niet 20 minuten pal voor Brussel op een “feu rouge” (dat deed R toch ook niet tijdens zijn rit naar Amsterdam..) staan te wachten!!! De aansluiting gemist dus. No spang (surinaams voor: maak je niet druk of geen stress), op naar de ticketservice, althans, J & R dan. H blijft op het perron staan wachten met de bagage.

Picture this: een leeg perron en een in de verte aanstormende R.. de boodschap is wel duidelijk, ze hebben wat geregeld maar we hebben daarvoor nog 3 à 4 minuten hoor ik van een hijgende R. We stonden op perron 3, we moesten naar perron 4, even de rails over dus (dat wil R wel, lijkt toch niet verstandig, we gaan dus trappetje af, trappetje op). We komen aan bij de achterkant van de trein en duiken de eerste beste open deur in en hopen dat J hetzelfde heeft gedaan toen hij van de ticketservice afkwam, dat was namelijk min of meer de afspraak, maar J was in felle discussie verwikkeld met de TGV bazen om de trein maar niet te laten vertrekken, onderwijl kijkend waar zijn medereisgenoten blijven en hij heeft hen niet de trein zien binnenglippen. De TGV baas is niet te vermurwen en sluit de deuren. J nog namekkerend achterlatend op het perron.
H en R hebben inmiddels een noodsprong in de trein genomen. J zal toch ook wel in de trein zitten, vragen zij zich af? Tuurlijk toch? Zeker? Jawel! Niet dus! Zij zien nog uithijgend van deze ultieme krachtsinspanning J namopperend op het perron staan. (zelfs zwaaien heeft in deze geen zin) . J spurt van het ene eind van het perron naar het andere met teleurgestelde blik over het missen door òns van deze trein. Nou, J, H en R zitten dus wèl in die trein, J onwetend van deze wijsheid achterlatend op het inmiddels leeglopende perron. J heeft geen mobieltje bij zich. J wacht een paar minuten, maar gaat toch ernstig twijfelen aan het missen van de trein door zijn beide kompanen in het kwaad (want boos zijn we al op de Thalys).
J denkt: die staan bij het Meeting Point en loopt naar beneden, waar heel veel mensen lopen, maar niet H en R. J’s moed zakt hem nu toch wel een beetje in de schoenen en hij wordt toch wel enigszins radeloos. Geen koffer, geen mobieltje, geen paspoort (die heeft R), maar wel een behoorlijke tiet met geld. (dat verzacht toch wel de radeloosheid) Oke, wat te doen? Klamp een mobiel bellende Fransman aan, roep au secours, au secours! (help, help!) en zeg de brave borst dat het echt een noodgeval is. Fransen bellen veel met die mobieltjes, maar natuurlijk niet op het moment dat je zo’n ding nodig hebt! Dan naar inlichtingen maar. Maar ook daar heeft de stakingskoorts toegeslagen, want de man (of vrouw) die daar normaal moet zitten is “even” weg. Nou, dit even duurt J dus te lang en hij rent richting winkels om iemand te vragen of hij even een mobieltje kan lenen. Lauw kans, want de Fransen zijn echt niet bereid om deze kleine wondertjes der techniek uit hun handen te geven, maar verwijzen hem uiteindelijk naar een telefooncel (uiteraard is hiervoor een telefoonkaart benodigd en laat J die nou net niet in zijn bezit hebben)
J boos en krijgt na enkele mensen gesmeekt te hebben om een mobieltje (Fransen zijn echt het superieure ras) het advies om naar een internet/telefoon winkeltje te stappen. Daar aangekomen belt hij R (toevallig had hij Ruud zijn mobiele nummer opgeschreven) Ja hoor, contact met de trein! J besluit om met de taxi dan maar naar Parijs te scheuren in de hoop daar om 16.00 uur te arriveren, een half uur voor het vertrek van de vlucht naar Fort-de-France. R heeft J’s paspoort en de tickets, dus die kan ook J zonder problemen inchecken. Even een korte discussie met een Algerijnse taxichauffeur, loven, bieden en de klok blijft op 300 (haha) euro steken. Oke, maar dan wel met de restrictie dat de taxichauffeur hem om uiterlijk 16.00 uur aflevert op Charles de Gaulle, op basis ‘no cure, no pay’. J spoort de taxichauffeur in het Frans aan, om maar met ‘grande vitesse’ een poging te wagen. Gelukkig geeft de taxichauffeur zijn mobieltje aan J, waardoor een regelmatig contact met de voortrazende trein ontstaat. R en H landen met de trein op Paris Nord en moeten van daar nog met de Metro naar Charles de Gaulle. Zij arriveren daar om even voor 16.00 uur en J raast met een inmiddels vrijwel dieselloze taxi ook vliegveld ‘Charles de Gaulle’ binnen. (nee, we gaan niet tanken, we gaan rechtstreeks naar het vliegveld! Dit terwijl de taxi de laatste druppels dieselolie opsnuift, maar we redden het zonder tanken).
Maar goed, om een lang verhaal kort (…) te maken: J komt dus eigenlijk maar 3 minuten na R & H binnen. De incheckbalie is verlaten……dat betekent dus dat de vlucht is gesloten.

Ze hebben onze tickets reeds vergeven aan mensen die ‘stand-by’ staan ingeschreven voor deze vlucht (company-policy) en het vliegtuig is verder vol, terwijl ook de start van het vliegtuig nog ruim een uur is vertraagd. Nog een leuke discussie natuurlijk met wat andere baliebedienden (tevergeefs natuurlijk…je kent die programma’s wel op TV van EasyJet enzo: woedende passagiers en onvermurwbaar maatschappijpersoneel).
Alle moeite voor niets. We proberen bij de AirFrance balie een andere vlucht te regelen, maar alles is vol, dat wisten we al. Wel gaat er de volgende ochtend een vlucht naar Cayenne (ons eigenlijke eindpunt van de zeiltrip, Frans Guyana) en kunnen vandaar weer naar Martinique. Dat doen we dus maar, want we gaan ècht NIET terug!!!
Dan moet je dus ook een hotel hebben voor de nacht….wij naar de ADP-balie (de plaatselijke VVV) en er is plek in Hotel Mercure. Okido, doen we. Een busje haalt ons op en brengt ons naar hotel Mercure
Murphy is echter nog niet uitgespeeld met ons deze dag, want na een ritje van een kwartier staan we voor de incheckbalie van het hotel, waar de dame achter de balie ons vrolijk meedeelt dat we bij het verkeerde hotel Mercure staan. Okey! Er is er zeker nog één, goed dan, we worden binnen 10 minuten weer opgehaald door een busje, meldt de vriendelijke receptioniste. Die 10 minuten wordt natuurlijk wat langer (40 minuten) maar we hebben toch al geen haast meer.
Wel jammer dat we daar eigenlijk weg moeten want er lopen alleen maar vrouwen. die andere Mercure is zeker alleen voor mannen grappen we.
De Mercure waar we weer naartoe werden gebracht staat eigenlijk pal tegenover de vliegtuigterminal…het was dus op korte loopafstand…
Voor de rest gaat er niets meer mis. We hebben een kamer voor drie (2+1), gaan eerst nog even borrelen aan de bar en daarna het restaurant in. Supergezellig verder en J en H zitten met volledige aandacht te luisteren naar alle leerzame, spannende, ongelofelijke verhalen van R die aardig wat heeft meegemaakt in z’n leven.
’s Nachts worden de verhalen van C (=vrouw van J) nog even bevestigd dat J in een vorig leven een hardhoutboomstamzagende cirkelzaag of asfaltverslindende kangro is geweest….een schreeuw van R midden in de nacht dat ie nu eindelijk eens op moet houden helpt wel even.

Neenee...dit gebeurde pas ná onze trip !!
Neenee...dit gebeurde pas ná onze trip !!

2 swing

Ik werd vroeger altijd vervloekt door de ‘meerijders’ op de lange ritten naar de basketballwedstrijden door het land om mijn voorkeur voor zwarte muziek. Dozen vol cassettebandjes gingen mee met phillysound, soul en disco. Onderweg naar wedstrijden, toernooien of het toenmalige zgn. ‘witte-vlekken-plan’ van de Nederlandse Basketball Bond om het stuiterbalspelletje te promoten. Dat laatste was apart. We kwamen in dorpen waar je het bestaan niet van af wist, maar wel de mooiste sporthal(len) hadden met het meest enthousiaste publiek. Basketballen konden we niet, passie hadden we wel, maar we zorgden dat we altijd wat gasten bij ons hadden die ècht konden basketballen…We waren de Tommy Coopers tussen de echte goochelaars, de Frans van Dusschotens in de show van de Andre van Duins .
Het was altijd leuk en gezellig, net als de zwarte muziek van toen, de wijde pijpen, de plateauzolen, de glitter, de nooit gelijkgaande, veel te simpele hysterische danspasjes en hun snappin’ fingers….
En zo raar…die gasten van 2m en langer (en getrouwd), hoe lelijk ook, hadden na zo’n wedstrijd altijd de meeste wijffies om zich heen… ik was meestal de kleinste (and available)… WHY?

Two hero’s

Duke na huldiging
Duke na huldiging
Twee helden vandaag! Bij onze dagelijkse wandel- en fietsronde zagen we een volledig in paniek zijnde moedereend de weg op rennen met haar net geboren kroost belaagd door twee katten die serieuze aanvallen deden om ieder zo’n klein hummeltje te grazen te nemen. Moeder Eend maakte indruk. Zo machteloos als ze was, zo stoer en vastbesloten was ze om uit alle macht de katten te lijf te gaan. De natuur moet zijn beloop hebben, maar twee weldoorvoedde huiskatten die het gezinnetje uitsluitend als leuke afleiding zien en een kuikentje als trofee onder het bed van hun baas willen deponeren is bij mij geen natuur. We stevenden erop af, ondertussen Duke loslatend onder een luid “PAKZE!”-commando.Volledige bluf natuurlijk want Duke kent de 1e regel van de vechtsport (vermijd conflicten) en herkent het commando alleen maar als WAARISHETSPEELTJEDAN? WAARISDEBEKENDEDAN? WAARISSUTKOEKIEDAN en springt dan alle kanten op met z’n ADHD-gedrag. ’t Maakte niet uit wat ie deed maar het had wel z’n effect. De katten namen na het zien van Duke een sprint waar een Suzuki Hayabusa nog een puntje aan kan zuigen. Moeder Eend en haar kroost hadden inmiddels de sloot gevonden en moeders keek nog even dankbaar om naar Duke. Dat was een mooi moment.

Jungle

één van de twee boompjes
één van de twee boompjes
Ik heb maar een klein tuintje, ongeveer 35m2 ofzo, maar tot vorig jaar stonden daar wel twee gigantische boompjes (onder de grond meer dan daarboven), een aantal struiken en verschrikkelijk veel groene dingen ala brandnetels en ander ongewenst levend en bizar snel groeiend materiaal. Om nog maar te zwijgen over de bamboe van de buren die het voor elkaar kreeg om op MIJN grondgebied, niet gehinderd door enig stoeptegel of boomwortel, op elke willekeurige plek binnen twee weken tot vier meter de lucht in te schieten. Ik moet toegeven, dat is nog niet zo erg als bij een maat van mij die een immens grote tuin heeft en daar al meer dan 20 jaar gewoon niets aan heeft gedaan. Hele teams van natuurwetenschappers, biologen en onderzoekers van buitenaards leven van Discovery Channel , NASA, Area51, Animal Planet en National Geographic zie je daar regelmatig gewapend met kapmessen en camera’s om de laatste nog levende species van een vermeend uitgestorven diersoort te vangen of op de gevoelige plaat te leggen. Het valt bij mij nog wel mee dus.
Enfin, alle zooi eruit, uitgraven, puin storten, asfalteren, belijning voor de motorparkeervakken, worteldoek erin want we willen geen groen meer zien, paar kuubjes zand erover en betegelen. Ik wil geen tuin, ik wil een terras. ’t Moet ook goedkoop dus ik doe ’t zelf. ’t Moet ook snel dus tegels van 60×40. Tering! Die dingen wegen dus tussen de 25 en 30 kilo, ik moest er 120 hebben. Inladen, uitladen en leggen dat is een verplaatsing van 120x3x25=9000 kilootjes. Ik heb wat caloriën verbrand, wat spieren erbij (nòg meer), maar ’t is klaar. Duke blij, ik blij. Ik trek een net verworven Bourgogne open van ’89, gebotteld toen ik een jaar of acht was dus.

Blouse

I’m in very very very heavy blues today. Als ik muzikant was geworden had ik vandaag een CD vol geschreven. Blues zijn niet zo moeilijk, met de volgende regeltjes schrijf je ze wel:
Heb emoties, goed of slecht, en uit ze in tekst die grammaticaal echt niet hoeft te kloppen (ain’t got no woman/man), herhaal ze vaak (the thrill is gone, the thrill is gone of I woke up in the mornin’ I woke up in the mornin’), laat ’t rijmen daarna, zorg dat het publiek bij zowat elke line kan roepen “yeah baby, tell ’m tell ’m“. Als onderwerp doet een leeg bed het altijd goed, de gevangenis, de snelweg, je baan kwijt, je zorgen wegdrinken, geen geld hebben, jezelf een brief schrijven etc. Het helpt ook als je vooral niet blank bent, of blind bent, of kreupel maar vooral niet jong. Jeugd kan geen blues hebben en zeker niet zingen. Blues speel/zing je in een slecht verlichtte zaal of kroeg…niet in Carré. Met dit, drie akkoorden, wat jankende solo’s en een doorrookte rauwe stem….succes verzekerd.
En je bent een held als je een tekst kan verzinnen die je zelf in kan vullen zoals deze

Keyless

visuele ondersteuning
visuele ondersteuning
(1) je besluit ’s nachts de hond nog maar even uit te laten voor een laatste lange wandeling (2), gooit de deur (3) dicht, en komt erachter dat je geen sleutel bij je hebt. Je belt aan bij de Finse buren (4) die gelukkig nog luidruchtig in de tuin wijn zitten te zuipen en waarschijnlijk denken dat ik kom klagen over het dronken onverstaanbare Finse gebral. Hi, sorry to bother you but I locked myself out. Oww, did you? No, I’m joking but I do need a ladder. Er komt een kleine ladder tevoorschijn, je klimt op het richeltje (5) onder hilarisch toezicht van de inmiddels leeggelopen tuin, klimt naar het slaapkamerraam (6) en roept nog even voor het publiek (in deze staat vinden ze toch alles grappig) HI HONEY!! I’M HOME!

Home

Amsterdam is leuk. Amsterdam is altijd leuk. Amsterdam is mooi. Amsterdam is altijd mooi. Vanaf de fiets, vanuit de auto, vanaf de motor, vanuit je raam, vanuit de tram, al lopend en nòg mooier vanaf een sukkelend bootje op de kanalen, de grachten, de Amstel, het IJ. Amsterdammers zijn leuk, Amsterdamse vrouwen zijn leuk. Er zijn twee dagen die er nòg meer uit springen: Koninginnedag en de GayPride.
Always so much to do, so much to see, so much to enjoy, so much to love

wapen