Sailing, final chapter

Hey Marcel, Rotterdamse vriend (toegegeven: er zijn best leuke R’dammers…je moet ze wel heel goed zoeken of toevallig tegenkomen) en wandelende motorencyclopedie. Ik heb de zomer bijna overleefd zonder motorfiets. De Jellinek is aardig tegen me. Maar ik heb op speciaal verzoek van jou (en ter irritatie van vele anderen) het zeilverhaal afgemaakt. Dus ga me niet vertellen dat je niet alles gelezen hebt! Het spijt me dat het na de dolkomische chaotische eerste dag wat saai werd, maar mijn kinderen lezen dit ook. Ik kon moeilijk uitgebreid ingaan op de Atlantische orgies, de haaigevechten, en de Somaliërs die niet voor de koffie kwamen. Voor dat laatste hadden we een plan liggen: Ik zou me al rillend verstoppen, J zou ze de oren van het hoofd lullen met z’n slappe geouwehoer, en R zou ze zonder wat te vragen meteen slaan en ik kan je verzekeren…dat wil je echt niet. Lees dit maar eens.).
Enfin, final chapter. Had ik al verteld over….

Dag 17 zaterdag TAXIEIEIEIE!!!!!!!!!
We worden door R om een uur of zeven gewekt en R heeft gisteren verse broodjes gehaald. We ontbijten en maken ons klaar voor wat R een onvergetelijke trip heeft omschreven. Nou, onvergetelijk werd het! Zoiets beleef je dan ook niet vaak. We nemen afscheid van Rita en om even voor acht stappen we het hotel uit en houden een taxi aan, tot dusverre, no spang! R wuift ons nog na en met weemoed verdwijnt hij uit ons gezichtsveld. De taxirit kost overigens 5000 surinaamse guldens, dus dat valt nogal mee.

Dé bezienswaardigheid van Paramaribo
Dé bezienswaardigheid van Paramaribo

De taxi komt aan bij de taxibusjes die ons naar Albina moeten brengen. Jezus, wat is dit? Zijn we popsterren en willen ze allemaal handtekeningen van ons of worden we gezien als criminelen die wellicht zijdelings een of ander vaag regime hebben laten vallen? Schreeuwende en graaiende Surinamers belagen onze taxi.

We lachen wel maar zijn NIET blij dat we weg moeten!
We lachen wel maar zijn NIET blij dat we weg moeten!

Ik vrees nog eerst dat we direct in de boeien worden geslagen, maar we worden belaagd door een soort ‘proppers’ die vechtend en kijvend allemaal willen dat we met HUN taxi meerijden. Als wij ze hun gang laten gaan, ben ik bang dat de bagage verdeeld gaat raken over zo’n 20 taxibusjes, maar we worden toch enigszins overweldigd door het verbale gekrakeel. We voelen ons niet echt op ons gemak, maar de taxichauffeurs werken weer samen met die proppers, dus de taxichauffeur wijst ons een man aan die onze bagage naar zijn busje zal brengen. Nu denk je bij het woord proppers natuurlijk aan glibberige mannetjes die op vriendelijke doch doordringende wijze je proberen te verleiden om gebruik te maken van de faciliteiten die zij bieden, zoals dat ook in plaatsen als Salou, Playa de Aro en nog meer van die badplaatsen gebeurt. Nee, het een propper is wel een dergelijke functie, maar je moet het vooral ook letterlijk nemen, blijkt achteraf. We worden omringd door mensen die óf hun waren aanprijzen, óf bedelen, óf sneaky proberen om ons toch in een andere taxi te krijgen. We gaan het taxibusje dat ons is aangewezen in en moeten 20.000 suri per persoon betalen. H poogt nog over dit bedrag te onderhandelen, maar J betaalt het geld, want hij heeft eigenlijk geen zin in dat gezeik, met wellicht de mogelijkheid weer op straat te komen te staan en dan weer belaagd te worden door die meute. We zien ook dat onze bagage inmiddels in het busje wordt geplaatst. Pffft, gelukkig, we zitten en hebben al onze bagage nog. Nou, nu maar gauw op weg dan, weg van deze massahysterie. Missss!!!!!! We zitten (niet echt comfortabel trouwens) om 08.00 uur in het busje (8 persoons) en de proppers storten zich inmiddels op andere mensen die aankomen. De busjes gaan pas rijden als ze vol zijn. Op de achterste bank van ons busje zit een vervelende, meurende surinamer die zeurt dat hij wil dat we hem meenemen naar Nederland. Nou, hij komt Nederland dus niet in vrees ik, want hij is al zo stoned als een garnaal. Hij praat onverstaanbaar en we besluiten dus maar om verder geen aandacht aan hem te schenken. Op de bank voor ons zit een surinaamse vrouw met haar dochter en vermoedelijk haar moeder, die inkopen hebben gedaan voor een weeshuis en dat allemaal onder de bank proppen, onder hun benen, op schoot en overal waar maar rondom hen een plekje is te vinden. Proppen dus. Er worden nog steeds goederen achter in het busje gepropt en ik vermoed dat we straks vanwege het gewicht niet eens zullen kunnen rijden. Er wordt mij gevraagd of ik voorin naast de chauffeur wil plaatsnemen op de bijrijderstoel, welk aanbod ik in dank aanvaard, omdat de bank waar ik en H op zitten verre van gemakkelijk zit. Ik denk, dan heeft H wat meer ruimte. Wederom mis! Naast H neemt een snelle, met zonnebril getooide, surinamer plaats PLUS nog drie koelboxen met een inhoud van ruwweg een kuub per stuk! Ik heb medelijden met H. Om ongeveer kwart voor negen is de bus eindelijk vol, maar dan bedoel ik ook echt vol! De chauffeur die we hebben (volgens mij eentje die weer in dienst van de propper werkt) Begint gelukkig te rijden en ik ben blij dat we deze plek met hysterische taferelen kunnen verlaten, Het is echter pas het begin van een dollemansrit. De jongen heeft waarschijnlijk te veel formule 1 wedstrijden gekeken en rijdt als Schumacher door de straten van Paramaribo. Ik heb gelukkig een redelijke stoel en wel het nadeel besef ik dat ik en de chauffeur de eerste klap op moeten vangen. Mijn veiligheidsriem kan ik niet gebruiken, daar deze is aangewend om goederen die dreigen om te vallen enigszins op hun plaats te houden. We rijden door de sloppen van Paramaribo en stoppen nog bij een ‘huis’ om nog meer troep in te laden. Onder het motto: ‘er kan nog meer bij’ wordt er nog gestouwd en gepropt. Maar hierna rijden we over de Wijdenboschbrug toch eindelijk richting Albina, een traject van zo’n kleine 200 km. Ik hoop dat H zich in zijn benarde positie kan handhaven. De weg tussen Paramaribo en Albina is geasfalteerd, maar dat is dan wel een héééééééle lange tijd geleden gebeurd. De weg zit vol gaten en kuilen die de chauffeur meestal allemaal weet te ontwijken. Deze weg zou volgens mij geheel afgesloten moeten worden of er zou een maximum snelheid van 20km/u voor moeten gelden. Met zo’n ruime 100 km per uur, kan onze chauffeur het ook! Het rijbewijs zal waarschijnlijk zijn gebaseerd op de kennis van kuilen en gaten (Desi’s Surinaams groot kuilen en gatenboek), want als hij weer een korte periode met zo’n hoge snelheid heeft gereden, zigzaggend van de linker naar de rechter weghelft (wat het tegemoetkomend verkeer trouwens ook doet en leidt tot angstaanjagende taferelen) staat hij af en toe boven op zijn rem om stapvoets door een gedeelte met kuilen en gaten te manoeuvreren. Soms besef ik dat hij zeker niet ‘cum laude’ zijn rijvaardigheids bewijs heeft gehaald, want dan raggen we door een paar kuilen die hij weer even vergeten is en ik me aan mijn stoel moet vastklampen om niet volledig gelanceerd te worden. Ik vraag mij af hoe het H achterin vergaat, maar ik kan door de bomen het bos niet zien, want mijn zicht naar achteren wordt geblokkeerd door allerlei marktwaren en ik durf eigenlijk ook niet naar achteren te kijken omdat ik bang ben dat ik dan kuilen mis waardoor ik door de bus wordt geslingerd. Plotseling schreeuwt de chauffeur: “snake!!” en rijden we een gigantische groengele slang van zo’n dikke drie meter lengte aan flinters. Na een kleine drie uur komt aan deze rit (waarin we op het laatste stuk nog een passagier meenamen en ik geen flauw idee heb waar ze die nog tussen hebben gepropt) een einde. De stangen die de koelkisten bij elkaar hielden zijn vlak voor de finish ook gesneuveld, maar men weet achterin de zaak handmatig nog overeind te houden. We naderen de haven en we worden getrakteerd op wederom een hysterische menigte die ons busje belaagt om ons met de boot (nou ja, boot is wel een erg groot woord voor deze dingen) naar de overkant te brengen. Ik spreek direct onze chauffeur aan, douw hem 5000 suri in zijn hand en zeg hem: “Je brengt ons nu eerst naar de MP waar we ons paspoort moeten stempelen en daarna moet je er zorg voor dragen dat wij ongeschonden op een boot naar de overkant worden gebracht, zonder dat we belaagd worden door weer allerlei droeftoeters die ons zowat de kleren van het lijf trekken.” Hij kijkt naar het geld en belooft mij dit te zullen regelen. Ik ben weer wat gerust gesteld. De man van de MP (douane) is een uiterst rustig en vriendelijk mannetje, wij geven hem de door R meegegeven verklaringen waarom we niet ingeklaard zijn bij binnenkomst in Paramaribo en is zeer medewerkend. We kunnen alle stempels krijgen die we maar willen, volgens mij wil hij ze ook nog wel voor ons inkleuren als we hem dat zouden vragen. We gaan weer richting haven en er steekt een man pal voor onze auto over, het slijm hangt uit zijn mond en zijn broek houdt hij met zijn handen vast omdat die anders van zijn kont zakt. Een triest gezicht. Later hoor ik van H die achterom keek dat zijn kinderarmpje uit zijn broek hing. Wat een narigheid hier. Ik wil zo gauw mogelijk naar de overkant, naar Saint-Laurent-du Maroni, de landingsplaats van onze boot in het franse Guyana Zonder al te veel gezeur en zonder verder belaagd te worden door andere bootproppers weet onze chauffeur ons naar een boot te leiden (zal ook misschien wel in dienst van de propbaas in Paramaribo werken vermoed ik.

en droog blijf je ook niet bij zo'n oversteek
en droog blijf je ook niet bij zo'n oversteek

De kosten voor de overtocht bedragen 15.000 suri guldens per persoon. We bereiken de overkant , passeren de douane en lopen met onze bagage richting een straat waar de busjes richting Cayenne staan. Het gaat hier gelukkig wat geordender en alle passagiers betalen 30,50 euro voor hun trip naar Cayenne, een trip van een kleine 300km over in ieder geval goede wegen. Tegen half vier bereiken we na een rustige trip Cayenne en nemen van daar nog een taxi naar de luchthaven die ons 25 euro kost. Eindelijk op het vliegveld. We checken in voor de vlucht van half zeven die ons in ongeveer 8 uur naar Parijs zal brengen. Uiteraard landen we weer op het verkeerde vliegveld voor de laatste vlucht van Parijs naar Amsterdam….we nemen maar weer de bus……25 uur na aanvang van onze terugreis zijn we thuis, vermoeid, maar wel met een hele ervaring rijker.

Sailing, day 16

Het verhaal is bijna voorbij. Nog even volhouden dan begin ik aan het verslag van onze lichtjaren durende ruimtereis met ons zelfgetimmerde starship…

Dag 16, vrijdag GOED(E) VRIJDAG?
We (J en H) zouden deze dag bezig gehouden worden door Truus (een plaatselijke dame die je alle leuke hoekjes van Paramaribo laat zien in haar eigen autootje). Er was blijkbaar iets mis gegaan want ze kwam niet opdagen. Op zich niet zo’n ramp want we werden pas ruim na tienen wakker (gemaakt) ’s ochtends. Vermoeidheid van de oversteek en het overmatig alcoholgebruik was hiervan de reden vermoedden we.
De afwezigheid van Truus werd vast veroorzaakt door ‘goede vrijdag’. Alles is dicht en er is bijna niets te beleven. J en H slenteren een beetje door de stad en komen uit bij de ‘waterkant’ waar H nog even een soort massage krijgt van een soort pulserend apparaat (zo’n Tell-Sell-ding) van een gezellige Surinamer.
Hierna het zwembad opgezocht en we genieten weer van wat bier en ijs. R en Rita voegen zich later bij ons maar vertrekken later weer met z’n tweeën om wat rond te wandelen. J & H maken ondertussen de Josina schoon want we willen haar natuurlijk wel netjes achterlaten. Een paar uur durende poetsoefening is het gevolg. J zweet zich helemaal de tandjes en H valt en passant nog even door een luik en breekt bijna wéér zijn ribben. Het blijft bij een flinke bloeduitstorting en een lekkere gevoelige plek.
Om zes uur poetsen J en H de plaat en wandelen richting ‘Het Vat’ om zich daar te laven aan wat gerstenat. Na gedane arbeid is het tenslotte goed drinken en de eerste Djoggo’s verdwijnen in onze dorstige kelen. Al snel voegen R en Rita zich bij ons aan ons tafeltje en de nodige liters worden weggetankt (het kijkglas moet tenslotte gevuld blijven, stond er vroeger altijd bij de tankstations). Wetende dat er vanavond toch weinig tentjes open zijn, besluiten we om wederom te genieten van een maaltijd bij het ‘Het Vat’. Het eten is hier erg lekker want je weet gewoon dat wat in het vat zit niet verzuurd. We gaan om een uur of 9 naar de boot, zullen daar nog een afzakkertje nemen en vervolgens gaan slapen, maar niets is minder waar. Rita heeft ondertussen een telefoontje gepleegd naar een local (Chris ofzo) die daar sinds kort werkt als een touroperator en hij komt Rita straks halen om met hem een borrel in ‘De Waag’ te gaan drinken. Chris heeft voor de school waar Rita werkt een trip geregeld in Suriname. Chris zijn bedrijf (E.T.O.S.) verzorgt reizen voor groepen naar de binnenlanden van Suriname. Als Chris op de boot komt babbelen wat met hem, want Rita gaat nog even douchen. We besluiten om ook mee te gaan naar ‘De waag’ want wie niet waagt, wie niet wint en het is tenslotte toch onze afscheidsavond. De Waag bevindt zich even voorbij ‘De waterkant’ en is dus niet zo ver lopen. Dit oud koopvaarderpand, waarvan de restauratie een aantal jaren geleden is voltooid, wordt thans gebruikt als expositieruimte en de benedenverdieping is in gebruik genomen als een mooie disco/uitgaansgelegenheid compleet met portiers (die direct over onze korte broeken beginnen te zeiken, maar voor ons als toeristen toch wel een uitzondering willen maken). Een fantastisch monument waar een DJ goede muziek draait en voldoende barretjes om wat gerstenat naar binnen te werken. ’t Is saai, maar het is weer gezellig en heel veel vrouwelijk schoon aanwezig, het oog wil tenslotte ook wat. R vergaapt zich aan een surinaamse schone met een giga voorgevel. R vraagt haar en passant nog ten dans, maar ze moet werken pareert ze. Nou, neem van mij aan, dansen is ook werken, dus ik zie het probleem niet. Een tijdje later wordt R omhelst door een gigantisch gebouw, een surinaamse dame die hij kent van de plaatselijke VVV en ook twee jaar geleden eens met R een dagtrip naar zee heeft gemaakt. Ze is nog te water gegaan ook en volgens mij heeft dat toch wel invloed gehad op de eb en vloed beweging van de Surinamerivier. R verdwijnt deels tussen haar machtige borsten en moet volgens mij naar adem snakken. Diep in de nacht keren we terug naar de boot, want de volgende ochtend moeten we vroeg op om onze terugreis te aanvaarden.

Sailing, day 13 & 14

Dag 13, dinsdag WAHOO!!!!!!!!
Ik word wakker door het gebrom van de motoren om ongeveer 09.00 uur. Ik hoor een fluittoon die mij te kennen geeft dat er iets aan de hand is. Nee, het is niet de fluitketel, maar een signaal van de motor dat er iets niet in orde is. En inderdaad, zoals ik reeds vermoedde is R bezig met de saildrive. Een sensor geeft aan dat er teveel water in staat, maar dat is niet zo. Hij heeft er al meerdere keren naar gekeken en getracht de storing op te lossen, maar het kan ook gewoon zo zijn dat die sensor zelf kaduuk is. R besluit de draadjes daarvan door te knippen om van dat wel heel erg irritante gepiep af te zijn. Knip, knip, eh, oh, sorry, verkeerde kabeltje. Dat was het voedingskabeltje van de toerenteller. Volgens mij doet R dat expres, want anders heeft hij niks te repareren natuurlijk en hobby blijft tenslotte hobby, toch?

Onze snelheid, 6.4 knopen, dat is zo'n 12km/u
Onze snelheid, 6.4 knopen, dat is zo'n 12km/u

RED ALERT!!!! De vislijn loopt weg! Nou kan die lijn eigenlijk echt nergens heen, dus dat valt nogal mee. Maar met een noodgang giert de draad op onze vislijn door de slip. Dit is niet met anti-slip op te lossen, maar alleen door de vis die waarschijnlijk ons kunstaasje te pakken heeft, binnen te halen. De motoren gaan naar neutraalstand en J koerst tegen wind in om de vaart uit het schip te halen zodat H en R de vis kunnen binnentakelen. Het is een heel karwei, want het is geen kleintje die ons aasje heeft willen verorberen. H en R zien hem even boven komen. R zegt: “het is een Wahoo!” Een wat? Waar? Hoe? Nou ken ik gelukkig deze vis vanuit Curaçao en het lijkt me dus best wel aangenaam om nader kennis te maken met deze snoodaard. Maar helaas, als de vis bijna bij de boot is, komt hij nogmaals boven, glimlacht vriendelijk naar ons en schiet met een wel zeer pijnlijke lip naar de diepte, ons met een treurlip achterlatend en een kunstaasje met een verbogen haak. Liplezen bij deze vis zal voor zijn medesoortgenoten (praten kunnen vissen niet, dus zullen ze toch wel liplezen?) voorlopig uit den boze zijn. Gelukkig heeft R ook van kunstaasjes reserve jongens liggen, dus even later ligt de lijn weer achter de boot, op zoek naar een nieuw smakelijk slachtoffer.
H neemt de wacht van 18:00 tot 22:00, R tot 02:00 en J tot 06:00u. De wind is gunstig dus we schieten aardig op. De zon komt al op voordat de maan verdwijnt, een zeer aangename luxe.

Dag 14, woensdag DE LAATSTE NACHT
Het is 06:45u, J en H zitten aan de koffie. Kijk nou! We hebben al beet zonder een vislijntje uit te gooien. Een vliegende vis (die beestjes zie je de hele dag om je heen van klein naar groot) heeft tijdens een nachtelijke ruimtewandeling geen rekening gehouden met voorranghebbend buitenlands zeilverkeer en is op de tweede trede aan de achterkant van de Josina beland. Een indrukwekkende lengte van 73mm heeft deze vis.

Impressive
Impressive

We maken een foto en doen net of we hem zelf hebben gevangen, de dag kan al niet meer stuk.
Uiteraard gaat ook onze vislijn weer vroeg in de ochtend overboord, zwemmen maar jongen en ga maar lekker in het water glimmen zodat je wat leuke tonijntjes, barracuda’s of andere gezellige maatjes het hof kan maken. H zegt dat ie een afspraak heeft gemaakt dat ze vóór half elf aan zijn jiggie zullen gaan bijten. We wachten af. Ik weet niet of de vissen in zee net zo onder de indruk van H’s verbale uitlatingen zijn als veel van zijn collega’s, maar nageven moet je hem toch dat hij hierin wel gelijk krijgt, want om 10 voor half elf giert de lijn wederom door de slip heen. Het is al een aardig samenspel geworden tussen R, J en H, want J duikt achter het roer (tenslotte moet iemand het roer in handen nemen) H duikt in de opbergbank in de kuip om de haak te pakken (daarmee kan hij de vis aan de haak slaan, doet ie met vrouwen ook op die manier?) en R duikt achter de werpmolen (R heeft toch geen tik van de molen gekregen?)
Afijn, J draait de boot in de wind en haalt de vaart uit de Josina. R is inmiddels heftig aan de molen aan het draaien (soort draaimolen) en de aangeslagen vis schiet alle kanten uit, maar R draait door en geeft er maar een draai aan. Het is een wel erg grote zegt R (neenee H en J hadden hun broek nog aan) en naarmate de strijd om deze jongen binnen te halen vordert, lijkt het er hoe langer hoe meer op dat de beslissing deze keer zeker in het voordeel van de vis zal uitvallen. Jawel hoor, na bijna volledig te zijn doorgedraaid, schiet de vis van de haak af en als we onze lijn binnenhalen, blijken alle drie de haken volledig te zijn verbogen, zodat de vis heeft kunnen ontsnappen. Dat moet toch een indrukwekkend beestje zijn geweest. Jammer, maar de lijn gaat weer, voorzien van een nieuwe haak (een die wel in de haak is) wederom overboord. Zeg H hoe laat is je volgende afspraak eigenlijk? Half twee zeg je? Nou, we wachten het wel af. We hebben vanmorgen ons finale doel “Surriv”, als afkorting van de Suriname rivier, in de GPS gezet hetgeen betekent dat we nog zo’n 120 mijl van onze bestemming af zijn. De koers wordt opnieuw bepaald en met een beetje mazzel (wind is in dit geval mazzel) kunnen we morgenochtend in Paramaribo zijn, hopelijk zo vroeg mogelijk, zodat we het inkomend tij mee hebben, maar dat zal er om hangen.
En ja hoor!! Rrrrrrrrrrrrrrrooooooooooeeetttttttttttttttttttttttzzzzzzzz gaat de vislijn weer. Iedereen in positie en we halen hem in. De vis blijft aan de lijn tot vlak bij de boot (en laat nu tijdens het binnenhalen weer zo’n roze ufo langskomen?! We zijn ondertussen een paar honderd mijl verder!). De vis wordt zichtbaar en wordt geïdentificeerd als een dorados, en een flinke jongen ook. Helaas ontglipt ook deze vis onze pan nèt voordat we hem binnen konden halen. R baalt, J & H vinden het best zo. We hebben hem in ieder geval weer gezien, de vis heeft gewonnen.
‘s Avonds overbruggen we een behoorlijke afstand, H, J en vervolgens R houden elk ieder vier uur wacht en zorgen ervoor dat er geen aanvaringen of andere nare zaken passeren. We hebben een wind uiteenlopend van 20 tot 27 knopen die schuin van achteren komt en waardoor we dus flink snelheid maken. De nacht valt en niemand die hem opraapt, dus laten we het daar lekker bij.

Sailing, day 11 & 12

Dag 11, zondag THE FINAL
R heeft gisteren op internet nog even de weerkaarten bekeken en het ziet er gunstig uit qua wind en golven, dus heeft hij er alle fiducie in dat ons een goed zeilweertje boven het hoofd hangt. De wind blijkt later nog beter te zijn dan verwacht, want die zit zelfs 10 graden boven Oost (OostNoordOostOost), waardoor we niet al te scherp aan de wind hoeven te varen en het sturen over kunnen laten aan de stuurautomaat. Wel moet er dan wel permanent toch iemand aan het roer blijven zitten om in ieder geval uit te kijken voor andere scheepvaart, extreme hoge golven (waardoor de gehele inventaris van de boot zich logistiek zou kunnen verplaatsen naar een ongewenste bestemming), drijfhout, piraten, walvissen, zeeschildpadden, zeekoeien (die te hooi en te gras overal maar grazen) zwangere dolfijnen, afijn je verzint het maar. Om 08.00 uur varen we uit en hijsen de zeilen. De “grote oversteek” is begonnen en de komende dagen wordt het dus schommelen, wacht lopen (niet dat er veel te lopen valt in de kuip), eten en slapen. Klinkt misschien voor een lezer wat saai, maar ik blijf het een geweldige ervaring vinden. Om de vier uur zullen we onze positie middels de GPS bepalen en daaruit kunnen we dan afleiden of we de uiteindelijk uitgezette koers (doel) halen en in hoeverre we opschieten en daar mogelijk van (moeten) afwijken.

Onze hengel, een dobber is niet nodig
Onze hengel, een dobber is niet nodig
De posities worden alleen nog afgetekend op de kaart door H want als J dat doet hebben we helemaal geen koers en springen van de Atlantische oceaan naar het IJsselmeer om dan via de Dode Zee en de Niagara waterval uit te komen op een meertje zonder naam in Italie. We houden het er maar op dat J veel kwaliteiten heeft, maar coördinaten daar niet onder vallen. Rond 12.00 uur vertrouwen we onze eerste bevindingen toe aan de kaart en dat ziet er goed uit. We hebben een windje die schommelt tussen de 16 en 24 knopen, niet al te hoge golven zodat we voorlopig lekker vooruitgaan met een snelheid van zo’n 5 tot 8 knopen.
Rond 16:00u wordt de wind wat eigenwijzer, valt ff weg, de boot draait, de motoren worden gestart om hem weer in de goede richting te zetten, de vislijn loopt ineens weg, niet omdat er een vis aanhangt maar omdat de lijn helaas in de schroef zit dankzij de draaiing, een lastig intermezzo.
J & H sturen tot middernacht. Op wat kleine akkefietjes na geen bijzonderheden. R neemt het over voor de nacht.

Dag 12, maandag IK ZIE, IK ZIE WAT JIJ NIET ZIET EN DE KLEUR IS ROZE
Zes uur staan we alweer klaar om R af te lossen. De nacht was zwaar, de wind was wispelturig dus R had regelmatig ‘met het handje’ gestuurd en was op.
In de loop van de ochtend komen we iets roze-achtigs tegen in het water, het zal wel. Uren later zien we er nog 1, en nog 1, en nog meer in de uren daarna. Onze nieuwsgierigheid is ondertussen wel gewekt en willen weten wat het is. R noemt het een zeepaardje, H een petje en J een handtasje. Gelukkig ziet geen van ons er een roze olifant in.
We komen er nog genoeg tegen maar krijgen er geen een te pakken met de pikhaak. Je kan nu eenmaal ook niet ff remmen om wat te pakken of erg veel van je koers afwijken, helaas, vooralsnog blijft het een mysterie. Wat wel een feit moet zijn is dat er een geweldig aantal van deze roze ufo’s (unidentified floating object) op de oceaan moet rondzwerven als wij er al zoveel tegenkomen. We zijn immers nog geen speldenknopje op het grote water van de Atlantische Oceaan.

leuke dingen doe je 's nachts met licht aan
leuke dingen doe je 's nachts met licht aan

De schoot van de giek breekt vandaag af, maar dankzij de redundancy ofwel de vooruitziende blik van R is het probleem al opgelost voor het zich voor heeft gedaan. De giek wordt opgevangen door een reeds aangebracht noodlijntje. Je vraagt je wel eens af of R ergens niét aan denkt.
We zijn nog niet zoveel opgeschoten als we gehoopt hadden en geven vooral de schuld aan de stroming.
De zon gaat onder, de maan is alweer vroeg op, bijna vol en zal ons vannacht licht geven tot 4:30u. J & H doen de nachtelijke wacht.
Het is nu 3:00. De Josina gaat als een speer en we hoeven weinig te doen anders dan goed op te letten.
En het blijft natuurlijk altijd opletten, want niets is onvoorspelbaarder dan de vrouw wind. De wind draait meer in noordelijke richting en neemt ook in kracht toe met pieken naar 23 tot 27 knopen. Als je dan je rolfok volledig hebt uitstaan en daarbij je grootzeil en fok ook nog eens ingesteld op een oostelijke wind, wordt het zaak om in te grijpen, als je tenminste niet doormidden wilt breken of er op uit bent om eens te zien hoe ons life-raft zich ontvouwd uit zo’n klein doosje. We rollen de fok een stuk in en zetten hem ruimer, ook het grootzeil wordt meer uitgezet, waardoor we beter gebruik maken van de wind. Om 04.30 gaat inderdaad het licht uit, want de maan houdt het echt voor gezien en laat ons in het donker achter. Om even na half 5 krijgen we al te maken met het ‘ochtendgloren’, niet een dagblad dat wordt langs gebracht bij de boot, maar het eerste licht van de zon, zodat we weer licht hebben. Om zes uur is R nog niet op en aangezien H met dit licht voldoende zicht heeft om in z’n eentje overal op te letten, gaat J vast meuren.

Sailing, still on Barbados, day 10

Dag 10, zaterdag HEETHOOFD VAN DE HEATWAVE
’s Morgens om 07.00 uur zijn we weer uit de veren en zijn echt toe aan een duik in de zee om de afgelopen trip even af te spoelen. We varen daarna met een tussenstop om te tanken in een soort tankhaventje naar de ‘haven’ van Bridgetown. Als haven stelt het niet veel voor, geen faciliteiten zoals toilet of douche, maar we kunnen in ieder geval de boot afmeren en even de stad ingaan. We meren af aan de linkerzijde van het haventje,

dat zijn wij daar links
dat zijn wij daar links
maar omdat het haventje op dat punt niet echt breed is verschijnt er even later een engelsman (barbadiaan of hoe je zo’n inwoner van Barbados ook kan noemen) die zegt dat wij daar weg moeten omdat hij er anders met zijn Cat (‘The Heatwave’) niet door kan. No spang, we leggen onze Cat wel op zíjn plek als hij weg gaat, zeggen we. Weer gesputter want hij komt om drie uur terug meldt hij en dan moet zijn plek weer vrij zijn. Wat een droefkees, maar we beloven dat we om 3 uur zijn plekje weer vrij maken. We meren uiteindelijk bij de brug op zijn plekje af. Er schijnt hier regelmatig geplunderd te worden, dus laten we de boot niet onbemand achter. H en J gaan even in Bridgetown kijken. Een vrij grote, maar ook dure stad dus kopen we brood, maar toast, die wie ook zoeken, is in geen enkele winkel te vinden. We snuffelen nog wat in diverse zaakjes en bezoeken even een internetcafe om het thuisfront enigszins op de hoogte te stellen dat we het goed maken en in ieder geval zijn waar we willen zijn. Eén van de dingen die ze zeggen over Barbados is waar: het eiland loopt vol met ‘single’ 40+, 50+ en 60+ Engelse dames die zich daar drie weken lang helemaal suf laten f* door een local van een jaar of twintig. Je ziet ze bij bosjes hand in hand lopen, lucratief voor die jongens maar toch. Tijdens ons stadsbezoek heeft R inmiddels de dinghy schoongemaakt en de buitenboordmotor daarvan afgehaald zodat dat ding niet telkens water schept, want ook al hangt hij in de davids (soort takels aan de achterzijde van de boot), is dat toch lastig gebleken tijdens de oversteek naar dit eiland. Het is redelijk weer, regelmatig zon en af en toe een buitje.
We moeten alles even klaarmaken voor de trip die morgen start. ’s Middags zitten we nog even een biertje te drinken op een terras aan het haventje en ook R komt er even bij en heeft de boot hermetisch afgesloten.
's nachts zien ze eruit als drijvende TL-balken
's nachts zien ze eruit als drijvende TL-balken

’s Avonds willen we eten in een restaurantje aan de haven vlak bij de boot, welke we inmiddels na drie uur weer (met een mekkerende Engelsman, moet je ons net hebben hihi) hebben verhaald naar de originele plek. Het restaurantje had een mooie plek om te eten geweest, maar de zaak blijkt compleet te zijn afgehuurd waardoor we uitwijken naar een ander eettentje bij de haven. We hebben heerlijk gesnaveld en keren om een uur of half elf terug naar de boot waar we nog een Chardonneytje naar binnen gieten en pal voor we onze kooien in willen kruipen komt de gevaarlijk uitziende coastguard met een speedboot langs en vraagt ons of we toestemming hebben om hier af te meren. Nou kan R nogal redelijk slim en inventief met dit soort jongens omgaan en hij zegt dat wij daar toestemming voor gekregen hebben, omdat we morgen om 05.30 weer vertrekken en als zodanig geen blokkade zijn voor schepen die weggaan of binnenkomen. Ze slikken het als zoete koek en vertrekken, zonder ons af te schieten, met die enorme speedboot weer richting zee, hun karabijnen in de hand.
Gezellige boys.

Sailing 2 Barbados, day 8 & 9

Dag 8 en 9, donderdag en vrijdag GENERALE REPETITIE
Na het ontbijt gaan we dieselolie tanken en om ongeveer 10.00 uur varen we de haven uit. We gaan nu echt de oceaan leren kennen, want als we uitvaren hebben we de wind pal oost, waardoor we (als we natuurlijk Barbados willen bereiken) ook in oostelijke richting moeten varen. Dat betekent met golven van zo’n 2,5 tot 3,5 meter dat we tegen de golven in moeten varen en dus niet beide zeilen kunnen zetten waardoor het schip weer wat meer gaat rollen. Afijn, dat moet dan maar en we zetten koers richting Barbados. We proberen een paar buien te omzeilen en met een aantal lukt dat ook, maar één bui treffen we volop en ik kan je vertellen dat je dan momenten hebt dat je bijna geen hand voor ogen ziet vanwege het regenwater, maar ook door het buiswater dat over het schip slaat.
Leuk om nog even te melden is dat J tijdens deze verblindende regenactie iets zoekt om zich vast te houden en vervolgens de fok lostrekt, erg leuk maar niet heus, zo’n bootje maakt gekke fratsen dan ineens.
Heel bijzonder is dat we op gegeven moment pal voor de kust een walvis zien die vlak langs onze boot zwemt, echt een geweldige ervaring en vrij uniek dat je dit mag meemaken. Echt een plaatje zoals dat door het water glijdt en z’n staart door het water slaat. Hoe dat ging ook: H achter het roer, ziet al suffend rechts naast zich een rots, zo, dat is mazzel zeg, net gemist die rots. Huh? Een rots? R! J! SNEL! NU! Tijd om daar plaatjes van te schieten heb je niet, je moet genieten van dat moment.
Later zien we op enige afstand ook nog eens een reuzenschildpad voorbij zwemmen. R zegt dat we echt getrakteerd worden op deze reis door deze vrij unieke ervaringen. In al die jaren is pas dit zijn 3e walviservaring.
Later op de dag gooien we ook nog een vislijntje uit en al een uur later hapt een barracuda in het uitgeworpen spinnertje. “Die gaat vanavond de oven in, of ligt morgen op onze barbecue.” We halen de vis binnen en slaan de haak achter zijn kieuw.

Wat zielig? This is 4 living!
Wat zielig? This is 4 living!
Even oppassen voor de tandjes want je vingers liggen er zo af met die bekwapens.
Kop d’r af, schubben d’r af, ff schoonmaken en in de koelkast, klaar om opgesmikkeld te worden morgen bij de BBQ.
Het wordt een oversteek van zo’n ruim dertig uur volgens onze R en we wachten dat rustig af. H en J zullen varen tot een uur of twaalf in de nacht en R neemt het dan over tot een uur of 6 in de ochtend. De bedoeling is dat we in de loop van de ochtend Barbados zullen bereiken.
Van te voren natuurlijk koers uitgezet maar die blijkt moeilijk te volgen door de eigenwijze wind (en dan ook nog de stroming 2,5 knoop tegen schiet niet echt op hebben we ervaren). Scherp aan de wind varen heet het, tering, dat is geen kattenpis, voor je het weet vaar je door de wind met alle gevolgen van dien, nou goed, hard en geconcentreerd werken is het. Overdag kun je met scherp aan de wind varen je concentreren op de fok, die –zo gauw onderin de fok een deel wil gaan klapperen (killen heet dat)- je de boot snel kan laten afvallen (ik zou wensen dat al het afvallen zo eenvoudig was als het roer omgooien, hoewel, in feite komt het op het zelfde neer) Nee, af vallen is ervoor zorgen dat je van de windrichting afstuurt, zodat je meer wind in de zeilen krijgt.
R maakt ’s nachts nog ff wat mijltjes goed maar heeft het er ook niet makkelijk mee.
Rond 5:30 neemt J het al weer over van R en H volgt ruim een uurtje later (die was ff op en lag in coma). Weinig kans meer om te zeilen want we hebben vol wind tegen. Nog even geprobeerd te motorzeilen, maar ook het grootzeil gaat even later naar beneden en moeten we de laatste 30 mijl op motorkracht richting Barbados.
Het duurt lang, nog even wat pech met 1 van de motoren maar dat wordt quick & dirty opgelost (lees: we knippen een kabel door).
Slechts 18PK maar trouw
Slechts 18PK maar trouw
Rond 16.00uur plaatselijke tijd komen we aan bij Barbados en pleuren het anker uit aan Paynes Bay. Dit was nog maar één nachtelijke oversteek. Suriname wordt de finale met 5 dagen en 4 nachten.
Tijd voor een verdiende borrel. Overigens drinken we geen druppel alcohol aan boord tijdens ‘werk’, maar des te meer als het anker uit gaat. We besluiten de boot vandaag niet meer af te gaan. R sleutelt nog wat aan de motor en we treffen voorbereidingen voor de BBQ. Morgen gaan we Bridgetown in met de boot en gaan we Barbados een beetje verkennen. BBQ’en is echt leuk aan boord, R heeft middels een stang aan de railing een soort BBQ-pan gemonteerd en steekt het ding voorzien van houtskool in de hens. Dat gaat vrij gemakkelijk, want hij pleurt er een zooi brandbare meuk op waardoor de pan brandt als een lier.
BBBQ, BootBarBeQue
BBBQ, BootBarBeQue
J heeft inmiddels de kippenpoten gekookt en daarna gekruid en ook de vispakketjes met barracuda gemaakt voorzien van de nodige kruiden. Even later is het smullen geblazen. H. zorgt tussendoor nog even dat onze satelliettelefoon met succes gekoppeld wordt aan de laptop van R voor mail & internet. Midden op de oceaan, maar wel internet, hoezo kabel of wi-fi nodig? H werkt nog even door om te kijken of ie ook contact kan maken via de rooksignalen van de BBQ. Hij komt tot de conclusie dat je dan minimaal een walvis op de BBQ moet hebben liggen. Aangezien we geen last willen hebben van Greenpeace kiezen we voor de dure satellietverbinding.
Om een uur of negen duiken we allemaal de kooi in, toch nog een beetje vermoeid van de hele oversteek en slapen tot de volgende ochtend 7 uur.

Sailing, day 7

Dag 7, woensdag LIQUID SALSA SUNSHINE
Om een uur of 7 worden we wakker en hoor ik een herkenbaar geluid, namelijk dat van het tikken van regen op mijn ventilatieraam. Minder aangenaam, want deze ochtend om 9 uur worden we opgehaald door Winsburt (tegenwoordig heet ie anders want hij is rasta geworden) om een trip te maken naar een paar leuke dingen hier in de omgeving. Ook al noemen ze regen hier “Liquid sunshine” ben ik niet zo blij met deze tropische verrassing.

Onze gids, the playboy van 't eiland
Onze gids, the playboy van 't eiland
Afijn, we ontbijten en om 9 uur staat Winsburt op de kade. We gaan een “wandeling” maken door het tropische oerwoud richting de vulkaan, we zullen de vulkaan ook bezoeken en de trip wordt afgerond met een bezoek aan een door de vulkaan opgewarmde waterval, alwaar we even gaan ‘douchen’, alles geheel omlijst met de nodige buien, maar vooruit dan maar weer, voor deze keer zullen we het dan ook maar vloeibare zonneschijn noemen.
Met een taxibusje gaan we met Winsburt omhoog langs een bergweg (misschien iets te veel credit voor een paar plakken asfalt die slordig tegen elkaar zijn geplakt), halverwege stopt de taxi en dropt ons voor onze klim en klauterpartij door dit oerwoud. Winsburt vertelt over elke plant, toont ons b.v. de verschillen tussen planten met bakbananen en normale bananen en hij kapt regelmatig wat vruchten van bomen waardoor ik het gevoel krijg dat we ervoor betaald gaan worden om dit hele woud leeg te knagen. Maar ik moet wel toegeven dat er verschil is tussen een mango van Appie en één die hier zonder chemische hulpmiddelen groeit. Okee, dat groeiproces hier duurt dan wat langer, maar ze smaken ècht lekkerder, veel zoeter en sappiger.
Na enige tijd klauter en glibberwerk (het regent af en toe waardoor de beklimming echt wat minder eenvoudig wordt) en onze magen gevuld met, mango’s, papaya’s, kokosnoten, cashewnoten, cacaobonen en andere eetbare meuk, komen we aan bij een slagboom (niet te verwarren met slagroom, hoewel dat als toefje heel smakelijk was geweest op onze culinaire oerwoud brasserij). Hier betaalt Winsburt 3 mickymousjes p.p. voor entree en we worden door een gids begeleid naar de (zwavel)vulkaan die overigens bijna “zum kotsen” meurt naar rotte eieren. Mensen wat een lucht!
Wat doen we hier eigenlijk bij die rotte eierensoep?
Wat doen we hier eigenlijk bij die rotte eierensoep?
Na dit bezoek worden we door de taxi naar de waterval gebracht alwaar we echt genieten van een heerlijke warme douche van een kleine waterval die opgewarmd wordt door de vulkaan. Daar hebben ze een soort zwembadje aan gekoppeld. Mensen wat een genot! Omdat we onze gids tijdens onze oerwoud trip aardig hebben kunnen volgen qua snelheid (heeft die conditietraining tenminste ergens nog zijn nut voor gehad) zijn we eerder dan gepland klaar met onze trip en nemen we nog een vochtige versnapering in het lokale café alvorens we naar de kade vertrekken om ’s middags koers te zetten naar Rodney Bay, een noordelijker gelegen stadje. Daar zullen we de nacht doorbrengen om de volgende morgen richting Barbados te varen.
We vertrekken om een uur of twee en hebben dan een uurtje of 3 varen voor de boeg. De wind is niet echt gunstig, dus we zullen moeten motorsailen (alleen grootzeil op en daarbij beide motoren aan) Een gedeelte van de trip kunnen we zelfs de fok hijsen zodat we meer snelheid krijgen en de motoren even uit kunnen rusten. Rond 18.00 uur komen we aan in Rodney Bay en in de binnenhaven leggen we de boot aan een moring, pakken onze douchespullen en gaan met de dinghy naar de kant. Na het douchen nemen we even een biertje op het terras en ontmoeten Kurt, een bekende van R die met zijn zoontje ons even op de haven begroet. Hij geeft engelse les op dit eiland op een soort middelbare school. Voor het geld doet hij het zeker niet, want de verdiensten zijn hier niet echt riant. ’s Avonds eten we een pizza bij Domino’s Pizza en lopen nog even door het stadje. Dit gedeelte van St. Lucia is wat meer geciviliseerd en er staan af en toe kapitale villa’s.
Dit zien we iedere dag
Dit zien we iedere dag
We besluiten onze tocht in Shamrock, een grote bar alwaar vanavond salsa avond is. Een soort rasta dansleraar geeft daar eerst les aan een groepje gevorderde leerlingen en een tijdje daarna mogen ook de aanwezige gasten hun lusten op deze dans gaan botvieren. Nou, voor dat gesalsa moet je echt gestudeerd hebben en dat is niet iets waar wij nou echt voor in de wieg gelegd zijn, heb ik al gauw door. Om een uur of half twaalf gaan we naar de boot terug want morgen gaan we naar Barbados.

Sailing (yeahhh), day 6

Dag 6, dinsdag DE EERSTE OVERSTEEK
Om 6 uur staan we op en gaan dus eerst op de motor (niet zo’n ding waar H er ook een van voor de deur heeft staan, maar varend op beide inboard motoren van het schip) richting de mogelijke nieuwe (grotere) dinghy. De koop gaat niet door (eigenwijze kutfransoos begrijpt niet wat onderhandelen is) en wij zetten kort daarop koers richting St. Lucia. Het weer is goed, het gaat ons voor de wind met een kracht van zo’n 15 tot 23 knopen. Op zee kan de wind wel eens uit een vreemde hoek waaien, maar zoals de wind waait, waait ons petje en dan maar hopen dat die niet afwaait. Langzamerhand veranderen de golfjes in een deining met golven van zo’n anderhalve tot twee meter, dus een lekker rustig zeetje als je bijna voor de wind vaart. We zetten koers richting St Lucia en het daadwerkelijke zeilen gaat beginnen. Nou, forget it, want als schipper hoef je bij een dergelijk rustig weertje, met een boot van dit kaliber, niet echt de handen uit de mouwen te steken. Het maatje wordt ingeschakeld (stuurautomaatje) en deze volgt automatisch de ingestelde koers. Eigenlijk kun je achteroverleunen en het werk voor je laten doen. Om toch enigszins gevoel te krijgen over het hoe en wat van sturen, schakelt J de automaat uit en sturen H en J achtereenvolgens zonder stuurautomaat. Nou, R, die jongens zijn natuurlijk geboren schippers en laten zich niet uit het veld slaan, laat staan van de boot slaan, dus de zaken volledig onder controle. Van Martinique tot St. Lucia is ongeveer 21 mijl en daarna vanaf het begin van St. Lucia tot aan onze ankerplaats Soufriere is het nog eens een kleine 9 mijl, dus alles bij elkaar een uurtje of 6 varen.
H en J zijn uit het goede hout gesneden (antiek) en hebben dus daadwerkelijk zeebenen (ik heb me altijd al afgevraagd hoe die eruit zouden zien, maar nu weet ik dat dus).
Het afmeren van een schip van dergelijke afmetingen voor de steiger aan een mooring (dat is een bol die drijft op het water en met een ketting vastligt aan de bodem van de zee, meestal een blok beton) is nog een hele klus, maar om half twee liggen we dus met onze kont (die van het schip dan wel te verstaan) naar de kant en via een tussenstapje op de dinghy kunnen we de kant opkomen. Tijd voor een oorlam!
De avond hebben we doorgebracht bij het restaurant van Mama Lucia. Restaurant is een groot woord, want het is niets meer dan een smalle gelegenheid waar wat kleine gammele tafeltjes staan opgesteld, ‘creatief’ opgedekt met een zeiltje. Kom je daar met 8 man dan is het stampvol, want de ‘zaak’ is ruwweg 2,5 meter breed.. Je moet ook niet zomaar komen binnenvallen want dan is er niets te eten, maar R heeft mama Lucia van te voren gewaarschuwd dus die heeft de hele dag staan koken voor ons.

St.Lucia...dit is het restaurant van Mama Lucia
St.Lucia...dit is het restaurant van Mama Lucia

Als we aankomen worden onmiddellijk de locals (die toch alleen maar voor de TV hangend een lokaal gebrouwen biertje –Caribje- drinken) de tent uitgejaagd waarna we worden verwend met het feestmaal van mama Lucia. Een bord vol met heerlijkheden afgerond met een riante hoeveelheid in alcoholica zwemmende bananen waar de fik in gaat, als toetje. En dat alles voor een prijs van 100 mickymouse dollars (zo noemen we ze, maar het zijn de zogenaamde EC’s, de East Caribian dollar, 1 EC is ongeveer 30 eurocentjes).
In Soufriere word je ook constant belaagd door Rasta’s, de een nog gekker dan de andere maar ze doen geen vlieg kwaad en proberen je van alles aan te smeren. Van bananen tot handgesneden kalebassen (die hebben we trouwens wèl gekocht, die van J kostte 18 mickies en van H 10 mickies, ‘inkopen’ heeft J nooit gekund onder het bewind van H).
St.Lucia...onze kalebaskunstenaar
St.Lucia...onze kalebaskunstenaar
Zo gek als een deur en geen normale tand meer in z’n bek heeft die kalebasrasta, dus dolle pret met die gozer. Met zo’n kalebasding is ie gewoon een halve dag bezig en maakt ‘m ter plekke waar je bij bent. Criminaliteit op St.Lucia is overigens wel hoog, dus altijd wel ff oppassen. Wel grappig is dat de plaatselijke bevolking jou meteen beschermt als je wordt belaagd door een ‘foute’ gek. Er kan je dus weinig gebeuren eigenlijk.
Enfin, na mama Lucia besluiten we om nog even een afzakkertje te halen in een bar die nog open is. Onderweg horen we ergens zingen. We besluiten even te kijken waar dit vandaan komt en belanden bij de plaatselijke kerk waar de bevolking uitbundig met armen en handen zwaaiend hele gezellige muziek ten gehore brengt. Wij genieten een korte periode mee van dit geweldige spektakel en besluiten pas ná het zingen de kerk uit te gaan. Op een hoek van de volgende straat stappen we een café binnen. We zitten nog maar net of onze kalebasgek komt er ook bij. Normaal gesproken mag ie die tent niet meer in, maar omdat hij bij ons zit wordt ie getolereerd. Het Reggaeachtige taaltje, vergezeld van de nodige handgebaren is gewoon genieten en echt geweldig om te ervaren. Hierna gaan we terug naar de boot (uiteraard weer gevolgd door een stel rastamannen die van ons nog wat te drinken krijgen als we weer aan boord komen) en wij kruipen vrijwel direct onze kooien in.

Sailing, more preparations, day 4 & 5

Dag 4, zondag NO SPANG-DAY
…en de zevende dag (de zondag bedoel ik dan hè!), hij rustte, zo ook wij.
Wel vroeg uit de veren (geen enkel probleem overigens en wel prima want dan duurt de dag lekker lang). R is al bezig met wat klusjes die hij af wil hebben voordat we vertrekken.
Wat later is het zover, de twee motoren worden gestart, we gaan los en verlaten de overvolle jachthaven. Om de baai uit te komen moet je wel goed uitkijken en vooral met de zon in je rug vertrekken (’s morgens dus) anders zie je de verradelijke riffen niet. Natuurlijk heb je ook nog de hulp van de boeien (groen rechts, rood links hier. Andersom als bij ons, als je een haven uitvaart), maar ook het oog is nog steeds een van de beste navigatiemiddelen.
Het doel was zoals gezegd St. Anne, niet veel verder.

St.Anne, de buurman. Houdt niet van zeilen.
St.Anne, de buurman. Houdt niet van zeilen.
In het kleine stukje krijgen we ondertussen spoedcursus van alle navigatie- en (stuur)hulpmiddelen aan boord.
Even later al de kust bereikt van St.Anne en het anker gaat voor het eerst uit. Er zit een elektrische ankerlier op de Josina maar die is tijdelijk vanwege een mankement buiten gebruik. Er is een probleem met het relais wordt vermoed. Het probleem zit echter in wat meer dingetjes waar R en J achter komen (na het voor anker gaan is dit meteen het eerste karweitje).
Buiten alle standaard functionaliteit van een boot beschikt de Josina over een indrukwekkend voorraadje gereedschap en reserveonderdelen.
Verder nog wat kleine klusjes geregeld, gezwommen en gesnorkeld en met de dinghy (jaja dat is een rubberbootje met een buitenboordmotor) naar de kust om ff de Formule 1 te kijken bij Caritan (soort appartementen hotelcomplex met zwembad … aha!). Lekker onderuit zitten en daarna het zwembad in. R gaat vast terug naar de boot om te klussen terwijl J & H zich vermaken in het zwembad en aan de bar. De eerste PinaColada wordt naar binnen geslagen.
PinaColada in het Caritan
PinaColada in het Caritan

Daarna terug naar het strandje, J fluit even op een schelpje en even later worden we opgepikt met de dinghy. Terugzwemmen naar de boot had ook gekund maar dat is zo lastig met een fototoestel, portemonnee, zakken vol euro’s handdoeken enzo.
Terug op de boot stelt R voor om ’s avonds ff bij “die dikke neger” te gaan eten in St Anne, alwaar R al met diverse gasten meerdere keren heeft gesnaveld. Volgens R moet Sonny (zo heet deze donkere man) vandaag open zijn en hij BBQ’t vaak in (voor) zijn etablissement. Aangekomen blijkt van afstand dat deze multiculturele uitspanning is gesloten.Jammer dus, maar als we dit eettentje naderen spot R toch een enorme dikke neger van ruwweg een kilo of 250, een zwart michelinmannetje. R en J lopen met H in het kielzog op hem af en R begroet hem hartelijk. Deze begroeting wordt gepareerd met een simpel “Va la bas” (ga daar heen) en met enige inspanning zijn arm optillend (die arm weegt al meer dan een 100 jaar oude boomstam) wijst hij in de richting van het straatje dat op zijn restaurantje uitkomt. Braaf geven wij gehoor aan deze uitbundige invitatie en lopen richting een paar grote party-tenten die op straat zijn uitgestald. Het is maar vijfentwintig meter lopen, maar voor een dergelijke krachtsinspanning is Sonny niet in de wieg gelegd en hij laat zich zakken in zijn auto, die duidelijk niet is geproduceerd voor een dergelijk gewicht, maar dan had ie maar geen auto moeten worden.
Inmiddels zijn wij drieën bij de partytenten aangekomen en het ziet er werkelijk zwart van de mensen, daarmee doel ik niet op de hoeveelheid mensen die aanwezig zijn (ongeveer een man of 20), maar meer op de kleur, 100% allemaal lokale pikzwarte mensen. Inmiddels heeft Sonny ook dat hele eind naar de tenten gereden, stapt uit en wijst ons op een gigantische Paellapan die op een tafel staat met uitdrukkelijk de bedoeling dat wij daar van gaan eten. Hoewel de verlichting rond deze tent te wensen over laat, scheppen wij onze plastic bordjes vol en Sonny drukt ons ook nog elk een blikje bier in de handen. We hebben geen idee wat deze culinaire mixage voorstelt, maar het blijkt een overheerlijke Paella-achtige lekkernij te zijn die wij smakelijk verorberen. Na de maaltijd bemoeit H zich nog even bij een partijtje Domino, welk spel in het gehele Caribische gebied uitbundig en met luid gekrakeel wordt gespeeld. Inmiddels is ons nog een biertje door Sonny aangereikt en even later beginnen al enkele mannen de restanten van het eten op te ruimen, want volgens ons hebben deze mensen al de hele middag en avond hun buikjes al rond gegeten (aan Sonny en nog wat anderen is dit duidelijk af te meten)
We bedanken Sonny voor zijn gastvrijheid en keren even later weer met de dinghy terug naar de boot die in de baai voor anker ligt. Aan boord aangekomen nemen we nog een drankje om deze dag even af te ronden en om een uur of 10 ’s avonds liggen we alle drie in Morpheus armen.

Dag 5, maandag, REDUNDANT-DAY
Kwart voor zeven, we zijn al weer op. Douchen doen we door van de boot te stappen, ’plons’, je wordt wakker, bent (redelijk) schoon en weer helemaal fris.
R is al naar de kant getuft om wat verse broodjes te halen …bladiebladiebla… ochtendritueel.
De broodjes nog half in onze slokdarm vertrekken we naar de scheepswerf. We zullen en motten het life-raft (een kist met daarin een zichzelf opblazend rubberen vlot welke in geval van nood in het water kan worden gegooid) vandaag terug krijgen. Zonder kunnen we (uit oogpunt van veiligheid) niet aan de Surinametrip beginnen Alles kan natuurlijk, maar risico’s sluit R bijna volledig uit. Afspraken over tijden kan je hier niet maken, maar dat is algemeen bekend voor deze omgeving, zelfs de mensen op de Antillen zijn een stuk sneller.
J & H vermaken zich in het dorp terwijl R hier en daar wat reserveonderdelen gaat halen. ’t Is al eerder gezegd maar R heeft voor alles, maar dan ook alles reserveonderdelen of een tweede (derde) exemplaar aan boord. (Nee, met vrouwen hanteert ie een andere tactiek).
J en H belanden onder andere op een terras waar een teletext-achtig TV-scherm te zien is die elke 5 a 6 minuten een soort lottotrekking heeft, de verkoop van de lottobriefjes zit om het hoekje. Oke, het gokken zit ons een beetje in het bloed en we besluiten om ook zo’n formuliertje in te vullen, 3 minuten later de trekking en jahoor,.€ 5 gewonnen. Nog een keer, niets, aaaahhhh, nog één keer dan, € 50 in de knip, kan je toch weer lekker van eten.
We bellen R (mobieltje werkt alleen nog op Martinique, daarna op de andere eilanden en Suriname niet meer) en spreken af op het Mangoterras waar we al eerder zijn geweest. We blijven plakken en drinken er een paar…..half 4 vertrekken we.
Nog steeds is het vlot niet terug (zou ècht 4 uur klaar zijn!), 4 uur wordt 5 uur, 5 uur wordt 6 uur en uiteindelijk was het vlot pas om 7 uur terug.
Pannekoekies gebakken op de boot en we gaan maar weer eens wat drinken.

Onze keuken, dat driehoekige ding is onze koelkast
Onze keuken, dat driehoekige ding is onze koelkast
Even nog H’s recept voor een geslaagd pannenkoekenfeest. Men neme een zakje Koopmans pannenkoeken mix, waarop staat dat deze is geschikt voor ongeveer 6 pannenkoeken (dus niet zo’n groot pak en volgens H moet daar 1,5 liter water bij. Tja, hij heeft de zaak in handen, dus laat ik hem maar even begaan, tenslotte heeft hij goede ogen, dus dat zal dan wel. Men neme vervolgens een beslagkom (inderdaad behoort deze ook tot de uitrusting van R’s boot) en kletteren hier vervolgens de watermassa in. Met de garde wordt de inhoud van het zakje er doorheen geroerd en voila, even later is het beslag gereed (H komt voor een goede pannenkoek graag goed beslagen ten ijs). Persoonlijk vond ik het beslag wat dunnetjes en ik kijk op het zakje alwaar H de inhoud hiervan door het water heeft geroerd. Tja, er is natuurlijk een verschil tussen 1,5 liter en 1,5 deciliter, hetgeen een aanmerkelijk verschil uitmaakt. Nu moet ik ook even vermelden dat R niet had aangegeven waar het pak pannenkoekmix zich bevond en was H de trotse en eerlijke vinder van een éénpersoons pannenkoekmix-zakje geworden. R haalt even later ergens anders uit de boot het gewenste pak pannenkoekenmix en kort daarop staat hij ook het beslag in de koekenpan te deponeren.
Le Marin...zo lig je dan met z'n allen
Le Marin...zo lig je dan met z'n allen

De avond wordt doorgebracht in de bar (mangoterras) van Le Marin in gezelschap van Robert, een schipper met de Zweedse nationaliteit die in het Caribisch gebied als kapitein ook charterreizen doet. R heeft destijds van deze man zeillessen in de griekse wateren gehad en Robert heeft daar al veertien seizoenen charteren achter de rug. Over een paar weken vertrekt hij ook weer naar Griekenland om daar voor Kiriacoulis Yaughting weer enkele zeiltrips uit te voeren. Een bijzonder gezellige vent die ook bol staat (volgens mij hebben alle schippers dat) van de verhalen. De een nog komischer en fantastischer dan de andere, maar bijzonder plezierig om aan te horen. Om een uur of elf besluiten we toch om onze kooien (niet dat we opgesloten zitten of zo, maar zo heet zo’n slaapgelegenheid nou eenmaal aan boord) op te zoeken, want morgen gaan we dan eindelijk onder zeil (niet slapen, maar daadwerkelijk de zeilen hijsen) en oversteken naar St. Lucia. We moeten dus vroeg uit de veren (hebben onze matrassen niet echt, maar opstaan past hier niet echt, want als je gaat opstaan in je kooi, zit je met je kop tegen het plafond) Afijn, we moeten in ieder geval vroeg vertrekken, want R wil ook nog even kijken bij een grotere dinghy die hij te koop heeft zien staan en we daar toch langskomen.

(still not) Sailing, day 2 & 3

Je leest het dan toch weer hè voordat je het plaatst. ’t Was een mooie trip maar ondanks de vele teksten die we hebben geschreven staat de helft er nog niet in en komen bijkomende herinneringen weer boven. Het brein werkt raar. Zonder deze vastgelegde verhalen zouden die herinneringen ook niet meer boven komen. Alsof je brein verschillende FAT’s (File Allocation Table) heeft en op één of andere manier beschadigd zijn. Zo’n dagboek als deze werkt dan als een soort Norton Utilities for Brains 9.6. Ben ik blij dat ik geen dagboek van m’n leven heb bijgehouden. Ik vergeet graag. En veel.

Dag 2, vrijdag REISDAG
We zijn op tijd wakker. Douchen plus een uitgebreid en lang ontbijt.
Weer in het pendelbusje gestapt en inchecken maar voor de vlucht naar Cayenne. Het gaat eigenlijk van een leien dakje (behalve dat R en H hun mes bij de douane moeten inleveren. R’s vierde mes, die hem steeds vergeet in z’n bagage te stoppen en H’s mes die hij al 10 jaar elke dag trouw in bezit heeft, een triest afscheid voor beiden)
Voor de rest is het wachten, koffie drinken, lekker kleppen en daarna de 9 uur lange vlucht met een Airbus 340. Luxe dingetje die 340 want elke stoel heeft z’n eigen videoschermpje waar je film, muziek, spelletje, nieuws etc. op kan zien. Het enige nadeel van de 340 is de snelheid, een kruissnelheid van 750km/u. Hij kan sneller maar de wind zit niet mee.

Aangekomen op Cayenne hebben we 4 uur tijd te doden. We besluiten maar niet om naar de stad te gaan (half uur rijden) om het drama van gisteren niet wéér te beleven.
We zitten lekker buiten met een biertje, in Zuid-Amerika en het is redelijk warm, 30 graden.
Goh! De vlucht gaat gewoon, wel een klein beetje te laat, maar we gaan!
Gekkenhuis met lokale tijden natuurlijk want we gaan eerst 5 uur terug en nu eeeh nog een uurtje terug in tijd
We komen rond 21:00u aan ofzo, niet ofzo, maar dus nèt voor want we moesten de huurauto vóór 21:00u ophalen. Allemaal gelukt (zozo, nounou, gutgut), op naar Le Marin, de havenplaats van Martinique, waar de boot ligt afgemeerd in een jachthaven met nog 600 andere boten. Door de bomen het bos niet meer zien zeggen ze wel eens. Hier zie je door de masten de boten niet meer. Hier ligt een kapitaal aan boten, geen St. Tropez-motorjachten maar zeilboten, zo ook de Josina, de boot van R waar we na een half uurtje karren aankomen.

ons drijvende hotel voor de komende tijd
ons drijvende hotel voor de komende tijd

Superboot! Alles d’r op en d’r aan en mooier, groter, beter, etc. dan verwacht..
De avond afgesloten met nog wat biertjes en wijntjes en ons mandje opgezocht. Ieder z’n eigen hut dus niemand heeft last van J, die de nacht tevoren vast een heel Surinaams oerwoud aan het doorzagen is geweest en deze nacht zijn werkzaamheden ongetwijfeld verplaatst naar Borneo.

Dag 3, zaterdag TOUR(ISTIQUE)
Het oorspronkelijke programma, voor zover dat in R’s z’n hoofd zit, ligt een beetje door elkaar omdat we een dag later zijn aangekomen. We missen een werkdag waardoor sommige dingen die geregeld moeten worden, zoals het in revisie zijnde reddingsvlot ophalen/repareren en nog wat andere dingen niet gedaan kunnen worden.
We hebben nog steeds de huurauto dus we doen vandaag een rondje Martinique met R als gids.
We beginnen, na flink wat ingeslagen te hebben bij de supermarkt (bootschappen en dat is niet verkeerd gespeld) en op de boot gebracht te hebben, bij de (vroegere) rumfabriek Clement die, weliswaar niet in werking, met veel geld van de regering is opgeknapt tot zijn oude glorie en hoe dus goed te zien is, hoe het vroeger daar aan toe ging.Knap stukje techniek trouwens voor die tijd, bizar gebruik van slaven, een verschrikkelijk groot mooi huis voor de familie-eigenaar, etc.
De oude Bush en Chirac hebben hier nog eens een belangrijke meeting gehad, vandaar ook waarschijnlijk dat er veel geld is ingepompt om het op te knappen.
Na bezichtiging natuurlijk nog ff het eindresultaat geproefd. Keus genoeg maar we kiezen voor de rum-vieux, erg lekker, maar je staat meteen half op je kop (het is nog ochtend).
Een flesje Clement uit J’s bouwjaar (negentientweeennogwat) kost hier slechts € 651,27. De lokaal gebrouwen rum kost hier overigens een habbekrats. Je koopt een literfles al voor € 2,19 ofzo

Hierna zijn we dwars door het regenwoud gereden waar een keurige typisch franse bergweg is aangelegd. Erg indrukwekkend om te zien, maar vreemd omdat je er met de auto doorheen rijdt op keurig asfalt.
Hierna op weg naar St.Pierre waar we eerst hebben gelunched bij een tentje aan het strand, het leven is echt vervelend hier.
St. Pierre is op 8 mei 1902 getroffen door een gaswolk van de nabij gelegen vulkaan waarbij het hele dorp volledig werd verwoest/verbrand en zelfs de 16 schepen die bij de kust lagen in vlammen opgingen. We zijn eerst naar het plaatselijke museumpje geweest om te zien hoe het dorp voor de uitbarsting eruit zag, waar nog wat gevonden restanten te zien waren en uiteraard hoe het er daarna uitzag, echt bizar!! Compleet weggevaagd, 30.000 mensen vonden de dood. De mensen waren overigens wel gewaarschuwd door eerdere kleinere uitbarstingen en ook deze uitbarsting was voorspeld, maar de plaatselijke in verkiezingsstrijd zijnde gouverneur hield de mensen voor dat er niets aan de hand was en echt niet hoefden te vertrekken.
De enige bekende overlevende was Cyparis, iemand die op dat moment in de kerker van het politiebureau was opgesloten en waarschijnlijk gered werd door de dikke muren van de cel. Hij werd 4 dagen later gevonden (eerder was ook niet mogelijk door de intense hitte die er nog heerste), wel vol met brandwonden natuurlijk en hij had weten te overleven door te drinken van het weinige regenwater wat zijn cel insijpelde. Hij werd later geronseld door een Amerikaans circus als bezienswaardigheid.
Na het museumpje het dorp in waar nog flink wat restanten te zien zijn van b.v. het oude theater, het politiebureau met zijn kerker, etc. slechts ruïnes waar alleen nog wat muren van over zijn gebleven. Op dit moment wonen er nog maar 5000 mensen ofzo
Verder met de trip, we gaan naar de nabijgelegen rumfabriek (achja) Depaz die normaal gesproken 24 uur per dag, zeven dagen per week draait, maar dat uiteraard niet doet als wij er zijn. Ze draaien dan wel 24uur 7 dagen per week, maar doen dat slechts 6 maanden van het jaar. De overige zes maanden worden gebruikt voor het volledig demonteren en reviseren van de fabriek. Uiteraard weer een indrukwekkend geheel met een bizar groot landhuis (kasteel) waar nog steeds een nazaat van de familie Depaz woont. Ook deze familie is flink uitgedund door de vulkaanuitbarsting van 1902.
Het eiland trouwens kent nog 300 rumfabrieken/jes, in eerdere tijd waren het er nog 2000 ofzo.

Terug naar Le Marin waar de boot ligt via Fort de France (niets te beleven in FdF, na 18.00 uur een erg gure en sinistere stad) om de huurauto terug te brengen.
Uiteraard daarna naar het terras (Mangobar) om wat Lorraines (plaatselijk bier) achterover te slaan. Gezellig weer en we stappen rond 20:00 even naar de boot en om 21:00u een restaurantje op te zoeken. Happiehappie, drankjedrankje en daarna naar Cafe ‘Calebasse’ waar wat muzikanten lekker aan het jammen zijn. De laatste drankjes hier gedronken, nog even bekeken hoelang het duurde voordat twee aanwezige vervelende gasten de tent uitgeslagen worden. Dat gebeurde wel, maar zonder rumoer, de eigenaren hebben het goed onder controle daar. Ze sloegen hard, heel hard. Wij hoefden gelukkig niets te doen anders dan de vliegende gasten al bukkend te ontwijken en ons glas recht te houden.
Terug naar de boot, morgen gaan we de jachthaven uit om verderop bij de kust van St. Anne te liggen. We moeten in de buurt blijven van Le Marin daar maandag nog het een en ander geregeld moet worden voor de boot. Een oversteek naar Suriname is niet niets, dus alles moet op orde zijn. Verantwoord vertrekken is het motto van R. Dat blijkt ook wel aan alles wat ie regelt, doet, verbouwd, meeneemt, etc. In computertermen is de boot ‘redundant’ uitgevoerd.