Ziek, echt ziek was die goser. De rode draak, de intrigant, de grootste treiteraar die je je maar voor kon stellen, maar ik had ‘m voor geen goud willen missen. Hij nam iedereen in de zeik, van schoonmaker tot directeur van het mega-bedrijf waar we werkten. Waar iedereen zijn best deed om bij de directeur een wit voetje te halen, deed hij zijn best om die directeur met al zijn grappen en grollen het leven zo moeilijk mogelijk te maken. Of ie dat nu deed door ‘m op te bellen en zich voor te doen als een woeste klant, een zeikmail naar ‘m te sturen waarom ie in godsnaam z’n auto niet mocht lenen voor de wintersport of de nieuwe Maserati klem zette met de bedrijfsbus of heftruck en deed alsof ie de sleutel kwijt was, maakte ‘m niet uit, hij verzon elke dag wel wat nieuws. Zijn bulderlach hoorde je al buiten vanaf ’t moment dat ie aan kwam lopen ’s ochtends tot ’s avonds laat als ie, al dan niet compleet lam, weer naar huis terugkeerde. Er ging geen dag voorbij of je had wel kramp in je kaken of pijn in je buik van het lachen. Hij was op papier ‘de laagste in rang’ maar verdiende door zijn dagelijkse optreden meer respect dan wie dan ook in het bedrijf. Zijn fantasie kende geen grenzen, schreef verhalenbundels over het bedrijf en haar medewerkers die elke standup-comedian en cabaretier deed verbleken, z’n practical jokes waren te bizar voor woorden, etc. etc., maar werken kon ie en dom was ie ook niet. Gehaaid, geraffineerd, maar met meer dan vrolijke charme kwam ie de dagen door. Nachten lang ook hebben we besteed om het bedrijf vol te stoppen met helium-gevulde ballonnen, iedereen te voorzien van …nouja..maakt niet uit verder, te veel om op te rakelen.. iedereen wist wie we waren. We hadden soms geen grenzen…als ik in de lift stond met de, aan alcohol verslaafde, ex-professioneel bokser en financieel directeur kon ik het niet nalaten heel hard HIK te roepen om vervolgens z’n dreigementen aan te horen, z’n opvolger voor ‘uit de goot getrokken’ sukkel uit te maken omdat ie mijn handel niet begreep, waarvoor ik overigens, door een andere directiesukkel, een officiële waarschuwing had gekregen (en oja…ik kreeg toch wel gelijk waarna ie binnen 2 weken werd gedumpt)…. Ach, lekker belangrijk…we leverden kwaliteit, omzet en marge.. ik had een bont gezelschap om en onder me. Ik besefte het toen niet, maar dat waren gouden tijden. Ik mis de lol, ik mis zo’n misselijke draak om me heen. Wat is er mis met hard werken met een hoop plezier?
Thoughts & Real Life
2 whom it concerns
Dit nummer was altijd al mooi.. als je dat dan ook nog op een begrafenis hoort diept dat nog wat verder uit. Vrienden komen en gaan in je leven en uiteindelijk kom je erachter dat er maar weinig zijn die dit predicaat echt mogen dragen. Zij, waarvan je blij wordt ze weer te zien. Zii, die ongetwijfeld mopperen dat ze je te weinig zien, zij, die je uiteindelijk toch niks kwalijk nemen, zij, die je nemen zoals je bent en jij, die hun neemt zoals zij zijn… zij, die je nooit hoeft te spreken of te zien…zij, die er toch altijd zijn, en jij, die er bent.
mmm..aanvulling 2/9/9: Exile doet wat moeilijk inzake copyrights en is alleen deze live versie nog te beluisteren. Nouja…beluisteren? Hij is wat ouder geworden, maar òf hij is dronken, òf hij is stoned, òf hij kan live niet (meer) zingen.. Wat mij betreft alledrie. En dan heb ik het nog niet eens over het feit dat ie de tekst niet meer weet. Wat een drama.
Rattenplaag
Als een Amsterdammer goed wordt opgevoed leert hij, om de vogels te kunnen onderscheiden, dat er maar twee soorten zijn: sijzen en drijfsijzen. (Voor de juiste uitspraak laat je vóór de ‘ij’ een subtiele ‘ah’ vallen en de laat je de ‘ij’ ook wat langer duren, de ‘z’ is een ‘s’ en de laatste ‘n’ spreek je niet uit). Naast dit ornithologisch gegeven werden hier en daar de twee soorten nog verruimd met de slavink, maar dat wekte nogal wat verwarring te vergelijken met het bestellen van een onsje ooievaarskuitenvet bij de buurtslager.
De duif, ons onderwerp van vandaag, valt niet onder deze twee soorten maar hoort bij het ongedierte. Vliegende ratten noemen we ze. Ze schijten de balkons, daken, vensterbanken en andere uitstekende randen van gebouwen onder om nog maar te zwijgen over je net gewassen bolide als ie toevallig onder een boom staat die dienst doet als slaap- of rustplaats van die beesten. Helemaal sneu is dat de agressieve ontlasting een serieuze bedreiging is voor de duizenden monumenten die Amsterdam rijk is.
Ze dragen ziektes met hun mee, hebben last van lepra-achtige aandoeningen (wel eens goed gekeken naar de poten waar vaak nog maar een stompje van over is), kunnen niet zingen anders dat het irritante geroekoekoe, dus wat is het nut van die beesten? De toeristen vermaken op de Dam? Postduiven dan, postduiven hadden vroeger tenminste nog een functie, maar in deze tijd waarbij je wasmachine al bijna communiceert met je douche om vooral niet te gaan spoelen als jij er onder staat, is dat wel achterhaald.
Eten misschien, je ziet ze wel eens op de menukaart staan. Het idee alleen al!
Als hobby, je hebt van die duivenmelkers. Ik ga er niet eens op in. Totally wacked. Ik hoorde enkele weken terug wel dat er nog aardig wat geld in om gaat in dat wereldje en dat flinke bedragen worden neergeteld voor een kampioensexemplaar. Ik kan maar één reden verzinnen waarom dat is. Die beesten worden gebruikt voor diamanten- en drugssmokkel.
Gelukkig wordt er af en toe opgetreden. Onder bruggen en viaducten waar ze vaak broeden zijn pennen geplaatst (ook populair bij de mensen thuis die stekels/spikes), zijn er anticonceptiepillen aan ze gevoerd, zijn ze gevangen met netten en afgemaakt, zijn valken en buizerds losgelaten, kan je bij overlast terecht bij de ongediertebedrijding van de GG&GD en zijn er genoeg commerciële bedrijven in te schakelen die je redden van duivenoverlast. En ja hoor! Hoe heet één van die bedrijven: Duke!
Nu niet, straks niet en nooit niet zal ik mijn schatje ‘duifje’ noemen. Dan heeft ze echt een probleem en kan ze maar beter de bezem pakken om weg te vliegen.
En toch hè. Elke keer als zo’n halftamme brutale pleurisduif op de weg zit en jij denkt ‘blijf jij maar lekker staan, jochie’, trap je ongewild toch heel eventjes op de rem om hem nèt die fractie van een seconde meer te geven het strijdtoneel ongehavend te verlaten.
Maar van alle andere beestjes moeten ze afblijven. Ik word triest als ik oerwouden af zie breken, zie hoe bosbranden niet te blussen zijn en het nutteloze geweld bekijk wat tegen welk beest dan ook gebruikt wordt…
Als indiaan, agent of bouwvakker?
Voor alle kerels die het nog niet wisten: Zaterdag richting Amsterdam, je beste leren broek aan en de juiste stukjes eruit knippen. Shirt heb je niet nodig want iedere beetje normale vent heeft een met olie ingesmeerde sixpack met bijbehorende schouderpartij te showen, ofwel GAYPRIDE!!! Wat je misschien ook nog niet weet is dat ik hartstikke gay ben. De mooiste belofte na zo’n meerdere malen geuitte uitspraak die ik heb gehoord was van m’n knappe donkere ex-collega: “ik zal je genezen”. Hoe dan? Voodoo? Drankjes? Hypnose? Pillen? Paddo’s? Misschien moet ik haar eens vragen haar belofte na te komen, ik sta open voor allerlei experimenten om kleding lering uit te trekken…
Je hebt nog enkele dagen om om je garderobe uit te zoeken, je lijf te optimaliseren en een smoes te verzinnen voor de achter te laten partner en je ware indentiteit te tonen, al is het maar voor één dag….Be gay, da’s vrolijk toch?
Sailing, day 15
Oja…ik moet het verhaal wel afmaken natuurlijk. Ik heb het ook zo druk met niks. Ik weet ook nooit wanneer ik daar dan klaar mee ben.
Dag 15, donderdag PARBO DERBY DJOGGO MOUNTGAY
’s Morgens zijn we al weer vroeg op, want vandaag is de dag dat we Suriname gaan zien. We moeten ’s morgens om een uur of 6 (7uur Surinaamse tijd) nog zo’n 16 mijl, maar konden we Barbados van deze afstand al ruim zien, Suriname zien we pas als we tot zo’n 8 mijl uit de kustlijn zijn. Het water wordt grauwer en grauwer. Dit wordt veroorzaakt door het vuile water afkomstig van de Amazone die de gehele kust tot ruim 15 mijl uit de kust voorziet van een troebele substantie. Het lijkt naarmate we Suriname naderen bijna wel koffie of anders een drie weken oude soep!

We manoeuvreren tussen de visstokken door de ingang van de Surinamerivier op en het lijkt er net op, alsof ze de gehele ingang van de Surinamerivier gebarricadeerd hebben met visstokken met daartussen visnetten. Er wordt hier dan ook duidelijk niet achter het net gevist. Aan de linkeroever zien we Braamspunt, nee, geen eigendom van R of van familie van hem (R heet dus Braams van achternaam), maar R zegt dat de naam voortgekomen is uit Bramspunt. R is trouwens een geweldige reisleider, want overal en over van alles weet hij wel wat te vertellen, een entertainer en wandelende encyclopedie ten voete uit. Afijn om even op Braamspunt terug te komen, dit is een zandwinnerij die destijds is geclaimd door Desi Bouterse en de enige zandwinning van Suriname/Paramaribo. Desi liet zich geen zand in de ogen strooien, sterker nog, iedereen die zand nodig heeft voor o.a. de wegenbouw en de bouw van huizen e.d. moet dus te biecht bij Desi, die bepaalt of hij het aan je verstrekt. Desi zit zogezegd dus niet op rozen, maar op een behoorlijke zandvoorraad. En wat denk je, komen we in de monding van de rivier dus weer die roze ufo’s tegen, maar wederom slagen we er niet in om er een te pakken te krijgen.
Meer en meer ufo’s gesignaleerd. Na diverse pogingen rent H opeens van het net voorop naar de zwemtrap achter, graait in het water en roept: “ahhhh..&^%$#*#….bijna, ik had hem te pakken, maar hij glipte door mijn hand, kijk maar er zit nog een plakkerige draad op mijn hand.” Even later zegt hij: “het prikt” en nog even later als het prikken ophoudt en verandert in het gevoel of je je hand steekt in een brandende broodrooster met spijkerbedbekleding horen we wat teksten die we voor de jeugdige lezertjes maar even niet herhalen. Net op dat moment spietst R er een aan de pikhaak en landt de ufo op het dek. Het blijkt dus geen tasje of petje te zijn, maar een kwallensoort die dit 4-daagse mysterie eindelijk tot ontrafeling brengt. Als de kwal op het dek is beland, implodeert direct de roze zakachtige bol die wij zo vele malen aan de oppervlakte hebben zien drijven. We smeren H zijn pijnlijke hand in met beetzalf en dat sluit eindelijk ons mysterie af.
’s Middags komen we aan bij de steiger van Torarica, onze uiteindelijke landingsplaats. De stroming op de Surinamerivier is erg heftig en heeft een verval van ongeveer anderhalve meter op de rivier. We zijn met uitkomend tij binnen gekomen en hebben tegen de stroming in gevaren. Toranica is een hotel aan de Surinamerivier en eindelijk kunnen we weer gebruikmaken van faciliteiten zoals douche en andere ruimten die het dagelijks leven zo aangenaam maken. H en ik gaan douchen en na de douche belanden we op het terras bij het zwembad. Ik zeg dat ik me even moest vasthouden toen ik mijn ogen dicht deed tijdens het douchen omdat mijn evenwichtsorgaan nog even moet wennen aan het gevoel om aan wal te zijn. H meldt dezelfde ervaring en even later zitten we aan het terras bij het zwembad te genieten van een koel biertje (Parbobier).

Wat kan het leven toch aangenaam zijn.
R is direct na aankomst met onze papieren naar de stad gegaan om onze inklaring te regelen, aangezien morgen (goede vrijdag) alles hier dicht is. Achteraf blijkt dit niet te zijn gelukt omdat alles al dicht is en R besluit om twee verklaringen te schrijven om deze later (tijdens de terugreis) in Albina te kunnen presenteren bij de douane (van Albina steken we de rivier over naar Frans Guyana). Als R van zijn missie terug komt hebben wij inmiddels het broodnodige gerstenat geconsumeerd en R stelt voor om even de stad in te gaan om een glaasje te drinken. Opeens zien we vanaf het terras dat de Josina -met inmiddels kerend tij- langzaam achteruit glijdt en het lijkt erop dat ze er stiekem vandoor wil gaan (de mast is nog zichtbaar vanaf het terras). Het anker waaraan de Josina alleen vastlag is door het kerend tij los geslagen. Gelukkig krijgt het anker een flink aantal meters verderop weer grip en ligt tenminste weer stil. De stroming is sterk en we moeten er niet aan denken dat we er niet op tijd bij kunnen zijn om in te grijpen als de boot op andere schepen kan knallen of tegen een remming of steiger verderop was geslagen. Tijdens de reddingsactie springt R het eerst aan boord en wil H de dinghy vastmaken met een van zijn onlangs geleerde knopen. Door de heftige stroming gaat de dinghy er al vandoor alvorens H het touw….oeps….lijn aan de Josina kan knopen….Geen stress, even de motor starten en weer terug…alleen… hij startte niet bij H. R staat in dubio en wil eigenlijk al het water in duiken om te helpen. Gelukkig heeft hij dat niet gedaan, want H krijgt de motor aan de praat en keert terug naar de Josina….leuk intermezzo.. R en H verankeren de Josina op adequate wijze. We kunnen van de steiger nu rechtstreeks op de boot stappen en hoeven de dinghy daarvoor niet meer te gebruiken. Vanaf het hotel (perfecte accommodatie overigens) lopen we de stad in. In het uitgaanscentrum van Paramaribo bij ‘Het Vat’ genieten we in het zonnetje van een biertje en later eten we er nog een perfecte saté. Het beeld dat ik had van Paramaribo blijkt heel anders dan de werkelijkheid hier (althans…in dit gedeelte). Een schone mooie stad met een gezellige en gastvrije bevolking. R vertelt over Suriname alsof hij er zijn hele leven heeft gewoond, zoals hij trouwens overal waar we belanden alles weet te vertellen over de locatie, het land waar we ons bevinden en historische achtergrondinformatie. We maken ook kennis met de “Djoggo” (of zoiets..) een flesje bier in de vorm van het oude heineken-buikje maar dan van een liter….erg aangenaam. De “kleintjes” (330ml) heten hier ‘derby”. Zit ook weer een verhaal achter maar dat laten even achterwege.

We maken ook nog een kleine wandeltoer en belanden bij de “waterkant”, een rijtje tentjes aan de rivier waar je flink (en redelijk goedkoop) kan eten en drinken. De stad heeft de oude behuizing van deze vaak hindoestaans-surinaamse handelaartjes afgebroken en vervangen door een complex van kleine toko’tjes Bij terugkomst rond een uur of elf ’s avonds besluiten J & H nog even het casino van Torarica in te duiken (lange broek aan eerst…) en R gaat pitten want die heeft niet geslapen sinds de laatste wacht vanaf 02:00u.
Nou…met J in het casino is lachen….eerst de slotmachines….hij begrijpt er niets van maar vult z’n zakken. Met wat weten we niet want die muntjes zeggen ons niks qua waarde. Op dit moment overigens is 56.000 surinaamse guldens ongeveer hetzelfde als 20 US dollar. Het casino zou vroeg (01:00u) sluiten in verband met goede vrijdag. J vond de eenarmige bandietjes niet snel genoeg gaan en besloot z’n muntjes weer in te wisselen voor de plaatselijke guldentjes.”We gaan blackjacken” zegt J en neemt vervolgens plaats aan de roulettetafel….”Ahum, J….next table….”oja oja”.
Blackjacken met J is feest, zelfs de croupier en zijn controleur liggen helemaal in een deuk (de medespelers overigens niet). Op 18 b.v. nog een kaart nemen en splitten met twee zevens is niet echt slim….maar…wel winnen dus hè!
Het gaat lekker dus, maar we moeten stoppen vanwege sluitingstijd en slenterden richting boot die aan de pier van Torarica ligt. Het alcoholpercentage op dit moment was al erg hoog, biertjes bij het zwembad, de nodige djoggoos met R op de terrassen en de (gratis) Baco’s in het casino.
We lopen de pier op en horen een vrouwenstem “R R” roepen. Oeps…moeten we nog ff een rondje omlopen? (de boot aan de pier is trouwens een bezienswaardigheid, de hele dag lopen mensen er naar toe en vragen ons de oren van het hoofd). De vrouwenstem roept R nogmaals en wij denken dat zij wellicht goed van zin is maar er ook wellicht zin in heeft. We lopen richting het einde van de pier en de stem roept naar ons: “R ben jij daar” We kijken vanaf de pier naar beneden en zien daar Rita. Ze zegt dat ze voor R komt, maar dat ze anderhalve dag te vroeg is gekomen, hetgeen te wijten is aan een gewijzigde vlucht naar Suriname. We wisten dat ze zou komen (ze heeft eerder met R gezeild) maar is ruim 2 dagen te vroeg. J besluit om R toch maar ‘even’ te gaan wekken. Rita woont en werkt op Curacao en is zo gek als een deur. J probeert R wakker te maken om haar bezoek aan te kondigen maar heeft daar flinke problemen mee, R is bewusteloos, ligt in een derde graads coma en moet zowat gereanimeerd worden. Uiteindelijk lukt het en R komt nog 90% slapend naar boven ( de kuip in).
Dat is gauw over want Rita is een wervelwind en is dolgelukkig dat ze op de boot is.
Ze nam ook nog even een flesje (1ltr) Mount Gay rum mee om haar aankomst te vieren. Die ging dus binnen notime ook nog op met z’n viertjes. Gezellig dus weer en we zoeken rond 04:15u ons mandje op. H en Rita echter wat later want Rita wilde nog douchen. H liep wel even mee aangezien het moeilijk te vinden is in het donker. Een nachtelijk zwempartijtje werd het uiteindelijk aangezien de douches dicht waren (en H die andere douches ff niet meer kon vinden, oorzaak drank).
Yesterday
en dan denk je lekker te gaan slapen in je eigen mandje, blijkt dat je bed met alles wat er op ligt zeiknat is (jaja…kom maar met die opmerkingen). Het plafond is droog, een regenstorm met open raam lijkt onwaarschijnlijk, ik heb geen last van incontinentie, het zijn ook geen andere lichaamssappen.
Het waterbed is lek, goed lek. Op zo’n moment is er geen keus, je gaat geen risico lopen dat midden in de nacht de complete 600 liter water als een tsunami door je slaapkamer gaat bewegen en met behulp van de zwaartekracht twee parketvloeren en een plafond meesleurt in haar destructieve golfbeweging. Leeg pompen dus. Pomp stuk. Slangetje en emmer dan maar. Veel emmers, heel veel emmers. Gezien de leeftijd van het waterbed gaat ie linea recta de container in. Da’s dan jammer, maar ook weer positief. Alle herinneringen gaan mee de container in, Alzheimer doet de rest. H-E-E-R-L-I-J-K-!
Wat wel sneu is, is dat ik de 73 goudvissen en 34 waterschildpadjes was vergeten die ik erin had gestopt voor een extra dimensie. Ze zijn een gruwelijke hongersdood gestorven.
De tekst van ‘Yesterday’ is magnifiek. De soms slissende Aznavour met zijn Frans-Engelse uitspraak maakt het nummer verder onvergetelijk. Helaas geen leuk filmpje gevonden in combinatie met de juiste uitvoering van het nummer, dus… eyes shut, ears wide open.
House 4 Sale part 1
Voorbij de authentieke molen, die nog slechts dienst doet als afwerkplaats, tussen het mortuarium voor plotseling gestorvenen en de witteboordenwasserij staat dit goed te onderhouden herenhuis. De buurt is levendig te noemen met de regelmatige drive-by’s, het glasgerinkel met de even later te horen bijpassende gierende banden, de rammelende winkelwagentjes, bestuurd door de altijd aanwezige slijterijbezoekers, en de hangjongeren die hun discutabele artistieke kwaliteiten botvieren met behulp van kleurige spuitbussen op de beschikbare muren van de monumentale bouwwerken en gepoetste bodies van classic cars.
De entree van dit herenhuis is te bereiken via een flinke hink-stap-sprong over de plaatselijke straatbewoners zonder enig bekende verblijfplaats en identiteit en kenmerkt zich door geuren die slechts bekend zijn bij het Forensisch Laboratorium te Rijswijk en daarom uniek te noemen. De vanzelf openslaande toegangsdeur verschaft u de toegang tot het tochtportaal alwaar een indrukwekkende verzameling aan te koop aangeboden gestolen fietsen tentoongesteld staat. De tochtdeur brengt u naar de hal, volgestouwd met bij het vuilnis gevonden quadcore hi-tech laptops, met afslagen naar de huiskamer, het toilet, en het bovengebeuren. De meer dan ruime toilet biedt mogelijkheden tot het innemen van medicijnen en leent zich prima voor snelle onderonsjes met nieuw gemaakte vrienden/vriendinnen. Een wasgelegenheid, beter bekend als ‘fontein’ met ranzige handdoekjes, is eveneens aanwezig.
De huiskamer met indrukwekkende afmetingen heeft een relaxgedeelte voorzien van ruime zit/lig-gelegenheden en voorziet in een doorlopende filmvoorstelling van de laatste natuurfilms, levensgroot geprojecteerd op de rustiek geschilderde wanden. De open haard doet uitstekend dienst als afvalcontainer die, na het onsteken hiervan, zichzelf reinigt met behulp van de meer dan twintig jaar geleden geveegde schoorsteen. Het eetgedeelte met een meer dan gemiddelde eettafel en voldoende stoelen doet ondermeer uitstekend dienst als knip-tafel en kan zo’n 14 man/vrouw juist geschoolde buitenlandse werknemers herbergen.
De jaren-70 keuken, bereikbaar via het eetgedeelte middels een Romeins aandoende boog, voorziet in alle levensbehoeftes door haar ruime opslagcapaciteit, de combi magnetron/oven voor de pizza’s en de noodzakelijke koeling voor de alcoholische versnaperingen. Buiten de uitermate nuttige attributen zoals kurkentrekkers, pizzasnijders en flessenopeners is andere onnodige apparatuur eveneens aanwezig zoals nutteloze pannen en een afwasmachine.
Zowel het eetgedeelte als de keuken bieden toegang tot de tuin en maken, middels de ‘achterom’, met recht van overpad, een snelle uitweg bij een eventuele inval, mogelijk.
Op dit moment doet de tuin dienst als opslagterrein voor de huisvesting (caravans, tenten, gestolen auto’s, etc.) van 42 stuks buitenlandse werknemers (3-ploegendienst), maar zal leeg worden opgeleverd bij verkoop, evenals de op dit moment als opslag- en droogruimte in gebruikzijnde, stenen schuur, bewaakt door een 101-tal agressieve honden.
House for Sale…Margriet heeft nog steeds één van de meest mooie Nederlandse stemmen, maar deze versie van Mylène mag er ook zijn…
a few years ago

Van deze drie kanjers is de linker één van mijn twee mooie bloedjes, maar ook al weer 5 jaar geleden, net als onderstaand filmpje waar ze ook onderdeel van uitmaakte. Misschien om nu zo te kijken niet zo spannend maar als je in die zaal zat kreeg je daar aardig kippevel van…
Brutaal kippetje
“en waarom ken ik jou niet?” Niet mijn tekst maar van haar, een absoluut aantrekkelijk kippetje die net uit d’r auto stapt. Me, not in the mood: “Waarschijnlijk omdat je geen hond hebt en ik twee keer zo oud ben als jij”. “haha, dus jij bent vijftig dan”. Me, zo geïrriteerd mogelijk wat niet moeilijk was op dat moment: “Inderdaad”. Het ongelovige kippetje lacht en zegt: “dan moet ik nodig mijn grenzen verleggen”. Het chagrijnige smoelwerk verandert in een satanische glimlach: “Moet je doen, je voelt er niets van” en liep door. Ik voelde haar ogen nog 50 meter doorprikken als messteken in m’n rug.
Verderop liep ik op een nieuw aangelegd fietspad (roze tegels, verhoging tov de rijbaan, dat is een fietspad toch?). Een aantrekkelijke (must be the weather) moeder fietst me tegemoet met haar kroost achterop, remt af terwijl ze me nadert, en vraagt ”is dit nu een fietspad geworden?”. Op dat moment flitst de mop door mij heen waarbij een blondje op een vlucht naar Montreal haar economy zitplaats op eigen initiatief verruilt voor eentje in de businessclass alwaar ze na diverse pogingen van het cabinepersoneel nog weigert terug te keren naar haar eigen economy zitplaats. De piloot die dit hoort en een blondje als vrouw heeft, zegt dit wel even op te lossen omdat hij ‘blonds’ praat. En inderdaad, na verteld te hebben dat de businessclass niet naar Montreal vliegt schiet ze als een speer weer naar haar eigen plek.
Is deze fietsende moeder de zus van dat blondje of is ze zo gehaaid dat ze mij op sarcastische wijze duidelijk wil maken dat ik daar vooral niet moet lopen als zij daar fietst. “Yep”, zei ik overrompeld. Zij: “Ok, bedankt”. Zij moet mijn ogen nog 300 meter hebben voelen prikken.
2 the max
Ik heb een serieus probleem. Ik heb last van m’n hormonen. Ik kan nog maar net m’n stemmingswisselingen verborgen houden voor m’n omgeving. Ik heb alles al geprobeerd: testosteronkillers, m’n haar geblondeerd, deelgenomen aan praatgroepen met gelijkgestemden, m’n zwarte 370PK monster tot ’t uiterste getergd achtervolgd door het team van wegmisbruikers, kilo’s aan pillen, poeders en andere medicatie (zelfs chocola) geslikt, gerookt, gesnoven en gespoten. Alle leeftijdskwaaltjes laten testen van peno- tot andropauze…Nee hoor, meneer, u heeft nergens last van! Echt, echt, echt wel! Ik ben in volledige disbalans, ben depri, down, zit in een dip, zie ’t niet meer zitten. Echt! Nee, ik heb geen haaruitval, maar wel hartkloppingen, migraine, lusteloosheid, duizeligheid en word gek van mezelf. Het zou nog een tekort aan pizza’s kunnen zijn (kan ze na m’n crash nog steeds niet eten), maar ik weet het: ik MOET een er één hebben: zwart, mooie vormen, jong, snel & stoer….

