Rattenplaag

Als een Amsterdammer goed wordt opgevoed leert hij, om de vogels te kunnen onderscheiden, dat er maar twee soorten zijn: sijzen en drijfsijzen. (Voor de juiste uitspraak laat je vóór de ‘ij’ een subtiele ‘ah’ vallen en de laat je de ‘ij’ ook wat langer duren, de ‘z’ is een ‘s’ en de laatste ‘n’ spreek je niet uit). Naast dit ornithologisch gegeven werden hier en daar de twee soorten nog verruimd met de slavink, maar dat wekte nogal wat verwarring te vergelijken met het bestellen van een onsje ooievaarskuitenvet bij de buurtslager.
De duif, ons onderwerp van vandaag, valt niet onder deze twee soorten maar hoort bij het ongedierte. Vliegende ratten noemen we ze. Ze schijten de balkons, daken, vensterbanken en andere uitstekende randen van gebouwen onder om nog maar te zwijgen over je net gewassen bolide als ie toevallig onder een boom staat die dienst doet als slaap- of rustplaats van die beesten. Helemaal sneu is dat de agressieve ontlasting een serieuze bedreiging is voor de duizenden monumenten die Amsterdam rijk is.
Ze dragen ziektes met hun mee, hebben last van lepra-achtige aandoeningen (wel eens goed gekeken naar de poten waar vaak nog maar een stompje van over is), kunnen niet zingen anders dat het irritante geroekoekoe, dus wat is het nut van die beesten? De toeristen vermaken op de Dam? Postduiven dan, postduiven hadden vroeger tenminste nog een functie, maar in deze tijd waarbij je wasmachine al bijna communiceert met je douche om vooral niet te gaan spoelen als jij er onder staat, is dat wel achterhaald.
Eten misschien, je ziet ze wel eens op de menukaart staan. Het idee alleen al!
Als hobby, je hebt van die duivenmelkers. Ik ga er niet eens op in. Totally wacked. Ik hoorde enkele weken terug wel dat er nog aardig wat geld in om gaat in dat wereldje en dat flinke bedragen worden neergeteld voor een kampioensexemplaar. Ik kan maar één reden verzinnen waarom dat is. Die beesten worden gebruikt voor diamanten- en drugssmokkel.
Gelukkig wordt er af en toe opgetreden. Onder bruggen en viaducten waar ze vaak broeden zijn pennen geplaatst (ook populair bij de mensen thuis die stekels/spikes), zijn er anticonceptiepillen aan ze gevoerd, zijn ze gevangen met netten en afgemaakt, zijn valken en buizerds losgelaten, kan je bij overlast terecht bij de ongediertebedrijding van de GG&GD en zijn er genoeg commerciële bedrijven in te schakelen die je redden van duivenoverlast. En ja hoor! Hoe heet één van die bedrijven: Duke!

Nu niet, straks niet en nooit niet zal ik mijn schatje ‘duifje’ noemen. Dan heeft ze echt een probleem en kan ze maar beter de bezem pakken om weg te vliegen.

En toch hè. Elke keer als zo’n halftamme brutale pleurisduif op de weg zit en jij denkt ‘blijf jij maar lekker staan, jochie’, trap je ongewild toch heel eventjes op de rem om hem nèt die fractie van een seconde meer te geven het strijdtoneel ongehavend te verlaten.

Maar van alle andere beestjes moeten ze afblijven. Ik word triest als ik oerwouden af zie breken, zie hoe bosbranden niet te blussen zijn en het nutteloze geweld bekijk wat tegen welk beest dan ook gebruikt wordt…

2 me, 4 me

Deze is oud, om vrolijk te worden en alle ellende even te vergeten. Het gaat dus over mij. Dit nummer is geschreven vóór en over mij. Naast het ‘Bada-ya’ zit er niet veel tekst in maar het gaat om de eerste paar zinnen.
Duke heb ik een nieuw speeltje gegeven vandaag. Die kop van die gozer! Daar kan je alleen maar verliefd op worden of om lachen. Ik hou het even bij het laatste. Maar van zo’n beestje kan je, zoals (andere) Dukie al zei, alleen maar houden.

Sailing, final chapter

Hey Marcel, Rotterdamse vriend (toegegeven: er zijn best leuke R’dammers…je moet ze wel heel goed zoeken of toevallig tegenkomen) en wandelende motorencyclopedie. Ik heb de zomer bijna overleefd zonder motorfiets. De Jellinek is aardig tegen me. Maar ik heb op speciaal verzoek van jou (en ter irritatie van vele anderen) het zeilverhaal afgemaakt. Dus ga me niet vertellen dat je niet alles gelezen hebt! Het spijt me dat het na de dolkomische chaotische eerste dag wat saai werd, maar mijn kinderen lezen dit ook. Ik kon moeilijk uitgebreid ingaan op de Atlantische orgies, de haaigevechten, en de Somaliërs die niet voor de koffie kwamen. Voor dat laatste hadden we een plan liggen: Ik zou me al rillend verstoppen, J zou ze de oren van het hoofd lullen met z’n slappe geouwehoer, en R zou ze zonder wat te vragen meteen slaan en ik kan je verzekeren…dat wil je echt niet. Lees dit maar eens.).
Enfin, final chapter. Had ik al verteld over….

Dag 17 zaterdag TAXIEIEIEIE!!!!!!!!!
We worden door R om een uur of zeven gewekt en R heeft gisteren verse broodjes gehaald. We ontbijten en maken ons klaar voor wat R een onvergetelijke trip heeft omschreven. Nou, onvergetelijk werd het! Zoiets beleef je dan ook niet vaak. We nemen afscheid van Rita en om even voor acht stappen we het hotel uit en houden een taxi aan, tot dusverre, no spang! R wuift ons nog na en met weemoed verdwijnt hij uit ons gezichtsveld. De taxirit kost overigens 5000 surinaamse guldens, dus dat valt nogal mee.

Dé bezienswaardigheid van Paramaribo
Dé bezienswaardigheid van Paramaribo

De taxi komt aan bij de taxibusjes die ons naar Albina moeten brengen. Jezus, wat is dit? Zijn we popsterren en willen ze allemaal handtekeningen van ons of worden we gezien als criminelen die wellicht zijdelings een of ander vaag regime hebben laten vallen? Schreeuwende en graaiende Surinamers belagen onze taxi.

We lachen wel maar zijn NIET blij dat we weg moeten!
We lachen wel maar zijn NIET blij dat we weg moeten!

Ik vrees nog eerst dat we direct in de boeien worden geslagen, maar we worden belaagd door een soort ‘proppers’ die vechtend en kijvend allemaal willen dat we met HUN taxi meerijden. Als wij ze hun gang laten gaan, ben ik bang dat de bagage verdeeld gaat raken over zo’n 20 taxibusjes, maar we worden toch enigszins overweldigd door het verbale gekrakeel. We voelen ons niet echt op ons gemak, maar de taxichauffeurs werken weer samen met die proppers, dus de taxichauffeur wijst ons een man aan die onze bagage naar zijn busje zal brengen. Nu denk je bij het woord proppers natuurlijk aan glibberige mannetjes die op vriendelijke doch doordringende wijze je proberen te verleiden om gebruik te maken van de faciliteiten die zij bieden, zoals dat ook in plaatsen als Salou, Playa de Aro en nog meer van die badplaatsen gebeurt. Nee, het een propper is wel een dergelijke functie, maar je moet het vooral ook letterlijk nemen, blijkt achteraf. We worden omringd door mensen die óf hun waren aanprijzen, óf bedelen, óf sneaky proberen om ons toch in een andere taxi te krijgen. We gaan het taxibusje dat ons is aangewezen in en moeten 20.000 suri per persoon betalen. H poogt nog over dit bedrag te onderhandelen, maar J betaalt het geld, want hij heeft eigenlijk geen zin in dat gezeik, met wellicht de mogelijkheid weer op straat te komen te staan en dan weer belaagd te worden door die meute. We zien ook dat onze bagage inmiddels in het busje wordt geplaatst. Pffft, gelukkig, we zitten en hebben al onze bagage nog. Nou, nu maar gauw op weg dan, weg van deze massahysterie. Missss!!!!!! We zitten (niet echt comfortabel trouwens) om 08.00 uur in het busje (8 persoons) en de proppers storten zich inmiddels op andere mensen die aankomen. De busjes gaan pas rijden als ze vol zijn. Op de achterste bank van ons busje zit een vervelende, meurende surinamer die zeurt dat hij wil dat we hem meenemen naar Nederland. Nou, hij komt Nederland dus niet in vrees ik, want hij is al zo stoned als een garnaal. Hij praat onverstaanbaar en we besluiten dus maar om verder geen aandacht aan hem te schenken. Op de bank voor ons zit een surinaamse vrouw met haar dochter en vermoedelijk haar moeder, die inkopen hebben gedaan voor een weeshuis en dat allemaal onder de bank proppen, onder hun benen, op schoot en overal waar maar rondom hen een plekje is te vinden. Proppen dus. Er worden nog steeds goederen achter in het busje gepropt en ik vermoed dat we straks vanwege het gewicht niet eens zullen kunnen rijden. Er wordt mij gevraagd of ik voorin naast de chauffeur wil plaatsnemen op de bijrijderstoel, welk aanbod ik in dank aanvaard, omdat de bank waar ik en H op zitten verre van gemakkelijk zit. Ik denk, dan heeft H wat meer ruimte. Wederom mis! Naast H neemt een snelle, met zonnebril getooide, surinamer plaats PLUS nog drie koelboxen met een inhoud van ruwweg een kuub per stuk! Ik heb medelijden met H. Om ongeveer kwart voor negen is de bus eindelijk vol, maar dan bedoel ik ook echt vol! De chauffeur die we hebben (volgens mij eentje die weer in dienst van de propper werkt) Begint gelukkig te rijden en ik ben blij dat we deze plek met hysterische taferelen kunnen verlaten, Het is echter pas het begin van een dollemansrit. De jongen heeft waarschijnlijk te veel formule 1 wedstrijden gekeken en rijdt als Schumacher door de straten van Paramaribo. Ik heb gelukkig een redelijke stoel en wel het nadeel besef ik dat ik en de chauffeur de eerste klap op moeten vangen. Mijn veiligheidsriem kan ik niet gebruiken, daar deze is aangewend om goederen die dreigen om te vallen enigszins op hun plaats te houden. We rijden door de sloppen van Paramaribo en stoppen nog bij een ‘huis’ om nog meer troep in te laden. Onder het motto: ‘er kan nog meer bij’ wordt er nog gestouwd en gepropt. Maar hierna rijden we over de Wijdenboschbrug toch eindelijk richting Albina, een traject van zo’n kleine 200 km. Ik hoop dat H zich in zijn benarde positie kan handhaven. De weg tussen Paramaribo en Albina is geasfalteerd, maar dat is dan wel een héééééééle lange tijd geleden gebeurd. De weg zit vol gaten en kuilen die de chauffeur meestal allemaal weet te ontwijken. Deze weg zou volgens mij geheel afgesloten moeten worden of er zou een maximum snelheid van 20km/u voor moeten gelden. Met zo’n ruime 100 km per uur, kan onze chauffeur het ook! Het rijbewijs zal waarschijnlijk zijn gebaseerd op de kennis van kuilen en gaten (Desi’s Surinaams groot kuilen en gatenboek), want als hij weer een korte periode met zo’n hoge snelheid heeft gereden, zigzaggend van de linker naar de rechter weghelft (wat het tegemoetkomend verkeer trouwens ook doet en leidt tot angstaanjagende taferelen) staat hij af en toe boven op zijn rem om stapvoets door een gedeelte met kuilen en gaten te manoeuvreren. Soms besef ik dat hij zeker niet ‘cum laude’ zijn rijvaardigheids bewijs heeft gehaald, want dan raggen we door een paar kuilen die hij weer even vergeten is en ik me aan mijn stoel moet vastklampen om niet volledig gelanceerd te worden. Ik vraag mij af hoe het H achterin vergaat, maar ik kan door de bomen het bos niet zien, want mijn zicht naar achteren wordt geblokkeerd door allerlei marktwaren en ik durf eigenlijk ook niet naar achteren te kijken omdat ik bang ben dat ik dan kuilen mis waardoor ik door de bus wordt geslingerd. Plotseling schreeuwt de chauffeur: “snake!!” en rijden we een gigantische groengele slang van zo’n dikke drie meter lengte aan flinters. Na een kleine drie uur komt aan deze rit (waarin we op het laatste stuk nog een passagier meenamen en ik geen flauw idee heb waar ze die nog tussen hebben gepropt) een einde. De stangen die de koelkisten bij elkaar hielden zijn vlak voor de finish ook gesneuveld, maar men weet achterin de zaak handmatig nog overeind te houden. We naderen de haven en we worden getrakteerd op wederom een hysterische menigte die ons busje belaagt om ons met de boot (nou ja, boot is wel een erg groot woord voor deze dingen) naar de overkant te brengen. Ik spreek direct onze chauffeur aan, douw hem 5000 suri in zijn hand en zeg hem: “Je brengt ons nu eerst naar de MP waar we ons paspoort moeten stempelen en daarna moet je er zorg voor dragen dat wij ongeschonden op een boot naar de overkant worden gebracht, zonder dat we belaagd worden door weer allerlei droeftoeters die ons zowat de kleren van het lijf trekken.” Hij kijkt naar het geld en belooft mij dit te zullen regelen. Ik ben weer wat gerust gesteld. De man van de MP (douane) is een uiterst rustig en vriendelijk mannetje, wij geven hem de door R meegegeven verklaringen waarom we niet ingeklaard zijn bij binnenkomst in Paramaribo en is zeer medewerkend. We kunnen alle stempels krijgen die we maar willen, volgens mij wil hij ze ook nog wel voor ons inkleuren als we hem dat zouden vragen. We gaan weer richting haven en er steekt een man pal voor onze auto over, het slijm hangt uit zijn mond en zijn broek houdt hij met zijn handen vast omdat die anders van zijn kont zakt. Een triest gezicht. Later hoor ik van H die achterom keek dat zijn kinderarmpje uit zijn broek hing. Wat een narigheid hier. Ik wil zo gauw mogelijk naar de overkant, naar Saint-Laurent-du Maroni, de landingsplaats van onze boot in het franse Guyana Zonder al te veel gezeur en zonder verder belaagd te worden door andere bootproppers weet onze chauffeur ons naar een boot te leiden (zal ook misschien wel in dienst van de propbaas in Paramaribo werken vermoed ik.

en droog blijf je ook niet bij zo'n oversteek
en droog blijf je ook niet bij zo'n oversteek

De kosten voor de overtocht bedragen 15.000 suri guldens per persoon. We bereiken de overkant , passeren de douane en lopen met onze bagage richting een straat waar de busjes richting Cayenne staan. Het gaat hier gelukkig wat geordender en alle passagiers betalen 30,50 euro voor hun trip naar Cayenne, een trip van een kleine 300km over in ieder geval goede wegen. Tegen half vier bereiken we na een rustige trip Cayenne en nemen van daar nog een taxi naar de luchthaven die ons 25 euro kost. Eindelijk op het vliegveld. We checken in voor de vlucht van half zeven die ons in ongeveer 8 uur naar Parijs zal brengen. Uiteraard landen we weer op het verkeerde vliegveld voor de laatste vlucht van Parijs naar Amsterdam….we nemen maar weer de bus……25 uur na aanvang van onze terugreis zijn we thuis, vermoeid, maar wel met een hele ervaring rijker.

2 cheer up

Voor alle zeikerds, klagers en steuners zoals ik die zich helemaal vol slikken met Prozac, Tryptizol, valium, uppers, downers en zich helemaal te pletter zuipen, snuiven en roken.
Omdat we te slap zijn om van die brug te springen of de pech hadden dat nèt die ene trein waar je voor wilde springen te laat kwam en je onder invloed van alle middelen in slaap was gevallen.
Luister dan maar naar deze tekst..kan je er weer een uurtje tegen.
Ook dit is jazz. Madeleine Peyroux heeft een aparte stem, maar ik had ditzelfde nummer wel ’s willen horen met de rauwe stem van Louis Armstrong en een spetterende blaassolo erbij.

Sailing, day 16

Het verhaal is bijna voorbij. Nog even volhouden dan begin ik aan het verslag van onze lichtjaren durende ruimtereis met ons zelfgetimmerde starship…

Dag 16, vrijdag GOED(E) VRIJDAG?
We (J en H) zouden deze dag bezig gehouden worden door Truus (een plaatselijke dame die je alle leuke hoekjes van Paramaribo laat zien in haar eigen autootje). Er was blijkbaar iets mis gegaan want ze kwam niet opdagen. Op zich niet zo’n ramp want we werden pas ruim na tienen wakker (gemaakt) ’s ochtends. Vermoeidheid van de oversteek en het overmatig alcoholgebruik was hiervan de reden vermoedden we.
De afwezigheid van Truus werd vast veroorzaakt door ‘goede vrijdag’. Alles is dicht en er is bijna niets te beleven. J en H slenteren een beetje door de stad en komen uit bij de ‘waterkant’ waar H nog even een soort massage krijgt van een soort pulserend apparaat (zo’n Tell-Sell-ding) van een gezellige Surinamer.
Hierna het zwembad opgezocht en we genieten weer van wat bier en ijs. R en Rita voegen zich later bij ons maar vertrekken later weer met z’n tweeën om wat rond te wandelen. J & H maken ondertussen de Josina schoon want we willen haar natuurlijk wel netjes achterlaten. Een paar uur durende poetsoefening is het gevolg. J zweet zich helemaal de tandjes en H valt en passant nog even door een luik en breekt bijna wéér zijn ribben. Het blijft bij een flinke bloeduitstorting en een lekkere gevoelige plek.
Om zes uur poetsen J en H de plaat en wandelen richting ‘Het Vat’ om zich daar te laven aan wat gerstenat. Na gedane arbeid is het tenslotte goed drinken en de eerste Djoggo’s verdwijnen in onze dorstige kelen. Al snel voegen R en Rita zich bij ons aan ons tafeltje en de nodige liters worden weggetankt (het kijkglas moet tenslotte gevuld blijven, stond er vroeger altijd bij de tankstations). Wetende dat er vanavond toch weinig tentjes open zijn, besluiten we om wederom te genieten van een maaltijd bij het ‘Het Vat’. Het eten is hier erg lekker want je weet gewoon dat wat in het vat zit niet verzuurd. We gaan om een uur of 9 naar de boot, zullen daar nog een afzakkertje nemen en vervolgens gaan slapen, maar niets is minder waar. Rita heeft ondertussen een telefoontje gepleegd naar een local (Chris ofzo) die daar sinds kort werkt als een touroperator en hij komt Rita straks halen om met hem een borrel in ‘De Waag’ te gaan drinken. Chris heeft voor de school waar Rita werkt een trip geregeld in Suriname. Chris zijn bedrijf (E.T.O.S.) verzorgt reizen voor groepen naar de binnenlanden van Suriname. Als Chris op de boot komt babbelen wat met hem, want Rita gaat nog even douchen. We besluiten om ook mee te gaan naar ‘De waag’ want wie niet waagt, wie niet wint en het is tenslotte toch onze afscheidsavond. De Waag bevindt zich even voorbij ‘De waterkant’ en is dus niet zo ver lopen. Dit oud koopvaarderpand, waarvan de restauratie een aantal jaren geleden is voltooid, wordt thans gebruikt als expositieruimte en de benedenverdieping is in gebruik genomen als een mooie disco/uitgaansgelegenheid compleet met portiers (die direct over onze korte broeken beginnen te zeiken, maar voor ons als toeristen toch wel een uitzondering willen maken). Een fantastisch monument waar een DJ goede muziek draait en voldoende barretjes om wat gerstenat naar binnen te werken. ’t Is saai, maar het is weer gezellig en heel veel vrouwelijk schoon aanwezig, het oog wil tenslotte ook wat. R vergaapt zich aan een surinaamse schone met een giga voorgevel. R vraagt haar en passant nog ten dans, maar ze moet werken pareert ze. Nou, neem van mij aan, dansen is ook werken, dus ik zie het probleem niet. Een tijdje later wordt R omhelst door een gigantisch gebouw, een surinaamse dame die hij kent van de plaatselijke VVV en ook twee jaar geleden eens met R een dagtrip naar zee heeft gemaakt. Ze is nog te water gegaan ook en volgens mij heeft dat toch wel invloed gehad op de eb en vloed beweging van de Surinamerivier. R verdwijnt deels tussen haar machtige borsten en moet volgens mij naar adem snakken. Diep in de nacht keren we terug naar de boot, want de volgende ochtend moeten we vroeg op om onze terugreis te aanvaarden.

2 remember my neighbour

Ik was natuurlijk nog lang niet geboren, maar dit gebeuren in 1971 moet echt één van de beste concerten geweest zijn van de vorige eeuw. Als je er naar gaat luisteren: dit komt alleen maar toch z’n recht als je de volumeknop op max zet.
Toen ik dat al weer een tijd terug deed, weliswaar met het nummer ‘while my guitar gently weeps’ van hetzelfde concert, stond m’n Amerikaanse buurman voor m’n deur wild aan te bellen en op m’n ruit te bonzen, de gek, het was 8 uur ’s avonds ofzo! Ik doe open, staat ie daar in alleen z’n superseksie wijde mickymouse short, wild te gebaren en volgens mij schreeuwde ie ook wat. Ik haal die peuk uit m’n mond en schreeuw terug “JA GOED HE, IK KOPIEER M WEL FF VOOR JE” en pleur de deur dicht om te voorkomen dat ik me vergrijp aan ‘m door z’n seksie looks in m’n gruizige bui.
Hij heeft me nooit meer aangekeken daarna. Jammer, ik had ‘m nog wel willen zien in een leuke stocking…ik weet nog wel een adresje….

Als indiaan, agent of bouwvakker?

Voor alle kerels die het nog niet wisten: Zaterdag richting Amsterdam, je beste leren broek aan en de juiste stukjes eruit knippen. Shirt heb je niet nodig want iedere beetje normale vent heeft een met olie ingesmeerde sixpack met bijbehorende schouderpartij te showen, ofwel GAYPRIDE!!! Wat je misschien ook nog niet weet is dat ik hartstikke gay ben. De mooiste belofte na zo’n meerdere malen geuitte uitspraak die ik heb gehoord was van m’n knappe donkere ex-collega: “ik zal je genezen”. Hoe dan? Voodoo? Drankjes? Hypnose? Pillen? Paddo’s? Misschien moet ik haar eens vragen haar belofte na te komen, ik sta open voor allerlei experimenten om kleding lering uit te trekken…
Je hebt nog enkele dagen om om je garderobe uit te zoeken, je lijf te optimaliseren en een smoes te verzinnen voor de achter te laten partner en je ware indentiteit te tonen, al is het maar voor één dag….Be gay, da’s vrolijk toch?

Sailing, day 15

Oja…ik moet het verhaal wel afmaken natuurlijk. Ik heb het ook zo druk met niks. Ik weet ook nooit wanneer ik daar dan klaar mee ben.

Dag 15, donderdag PARBO DERBY DJOGGO MOUNTGAY
’s Morgens zijn we al weer vroeg op, want vandaag is de dag dat we Suriname gaan zien. We moeten ’s morgens om een uur of 6 (7uur Surinaamse tijd) nog zo’n 16 mijl, maar konden we Barbados van deze afstand al ruim zien, Suriname zien we pas als we tot zo’n 8 mijl uit de kustlijn zijn. Het water wordt grauwer en grauwer. Dit wordt veroorzaakt door het vuile water afkomstig van de Amazone die de gehele kust tot ruim 15 mijl uit de kust voorziet van een troebele substantie. Het lijkt naarmate we Suriname naderen bijna wel koffie of anders een drie weken oude soep!

Jammer dat die vent in de weg staat
Jammer dat die vent in de weg staat

We manoeuvreren tussen de visstokken door de ingang van de Surinamerivier op en het lijkt er net op, alsof ze de gehele ingang van de Surinamerivier gebarricadeerd hebben met visstokken met daartussen visnetten. Er wordt hier dan ook duidelijk niet achter het net gevist. Aan de linkeroever zien we Braamspunt, nee, geen eigendom van R of van familie van hem (R heet dus Braams van achternaam), maar R zegt dat de naam voortgekomen is uit Bramspunt. R is trouwens een geweldige reisleider, want overal en over van alles weet hij wel wat te vertellen, een entertainer en wandelende encyclopedie ten voete uit. Afijn om even op Braamspunt terug te komen, dit is een zandwinnerij die destijds is geclaimd door Desi Bouterse en de enige zandwinning van Suriname/Paramaribo. Desi liet zich geen zand in de ogen strooien, sterker nog, iedereen die zand nodig heeft voor o.a. de wegenbouw en de bouw van huizen e.d. moet dus te biecht bij Desi, die bepaalt of hij het aan je verstrekt. Desi zit zogezegd dus niet op rozen, maar op een behoorlijke zandvoorraad. En wat denk je, komen we in de monding van de rivier dus weer die roze ufo’s tegen, maar wederom slagen we er niet in om er een te pakken te krijgen.
Meer en meer ufo’s gesignaleerd. Na diverse pogingen rent H opeens van het net voorop naar de zwemtrap achter, graait in het water en roept: “ahhhh..&^%$#*#….bijna, ik had hem te pakken, maar hij glipte door mijn hand, kijk maar er zit nog een plakkerige draad op mijn hand.” Even later zegt hij: “het prikt” en nog even later als het prikken ophoudt en verandert in het gevoel of je je hand steekt in een brandende broodrooster met spijkerbedbekleding horen we wat teksten die we voor de jeugdige lezertjes maar even niet herhalen. Net op dat moment spietst R er een aan de pikhaak en landt de ufo op het dek. Het blijkt dus geen tasje of petje te zijn, maar een kwallensoort die dit 4-daagse mysterie eindelijk tot ontrafeling brengt. Als de kwal op het dek is beland, implodeert direct de roze zakachtige bol die wij zo vele malen aan de oppervlakte hebben zien drijven. We smeren H zijn pijnlijke hand in met beetzalf en dat sluit eindelijk ons mysterie af.
’s Middags komen we aan bij de steiger van Torarica, onze uiteindelijke landingsplaats. De stroming op de Surinamerivier is erg heftig en heeft een verval van ongeveer anderhalve meter op de rivier. We zijn met uitkomend tij binnen gekomen en hebben tegen de stroming in gevaren. Toranica is een hotel aan de Surinamerivier en eindelijk kunnen we weer gebruikmaken van faciliteiten zoals douche en andere ruimten die het dagelijks leven zo aangenaam maken. H en ik gaan douchen en na de douche belanden we op het terras bij het zwembad. Ik zeg dat ik me even moest vasthouden toen ik mijn ogen dicht deed tijdens het douchen omdat mijn evenwichtsorgaan nog even moet wennen aan het gevoel om aan wal te zijn. H meldt dezelfde ervaring en even later zitten we aan het terras bij het zwembad te genieten van een koel biertje (Parbobier).

best luxe hier...
best luxe hier...

Wat kan het leven toch aangenaam zijn.
R is direct na aankomst met onze papieren naar de stad gegaan om onze inklaring te regelen, aangezien morgen (goede vrijdag) alles hier dicht is. Achteraf blijkt dit niet te zijn gelukt omdat alles al dicht is en R besluit om twee verklaringen te schrijven om deze later (tijdens de terugreis) in Albina te kunnen presenteren bij de douane (van Albina steken we de rivier over naar Frans Guyana). Als R van zijn missie terug komt hebben wij inmiddels het broodnodige gerstenat geconsumeerd en R stelt voor om even de stad in te gaan om een glaasje te drinken. Opeens zien we vanaf het terras dat de Josina -met inmiddels kerend tij- langzaam achteruit glijdt en het lijkt erop dat ze er stiekem vandoor wil gaan (de mast is nog zichtbaar vanaf het terras). Het anker waaraan de Josina alleen vastlag is door het kerend tij los geslagen. Gelukkig krijgt het anker een flink aantal meters verderop weer grip en ligt tenminste weer stil. De stroming is sterk en we moeten er niet aan denken dat we er niet op tijd bij kunnen zijn om in te grijpen als de boot op andere schepen kan knallen of tegen een remming of steiger verderop was geslagen. Tijdens de reddingsactie springt R het eerst aan boord en wil H de dinghy vastmaken met een van zijn onlangs geleerde knopen. Door de heftige stroming gaat de dinghy er al vandoor alvorens H het touw….oeps….lijn aan de Josina kan knopen….Geen stress, even de motor starten en weer terug…alleen… hij startte niet bij H. R staat in dubio en wil eigenlijk al het water in duiken om te helpen. Gelukkig heeft hij dat niet gedaan, want H krijgt de motor aan de praat en keert terug naar de Josina….leuk intermezzo.. R en H verankeren de Josina op adequate wijze. We kunnen van de steiger nu rechtstreeks op de boot stappen en hoeven de dinghy daarvoor niet meer te gebruiken. Vanaf het hotel (perfecte accommodatie overigens) lopen we de stad in. In het uitgaanscentrum van Paramaribo bij ‘Het Vat’ genieten we in het zonnetje van een biertje en later eten we er nog een perfecte saté. Het beeld dat ik had van Paramaribo blijkt heel anders dan de werkelijkheid hier (althans…in dit gedeelte). Een schone mooie stad met een gezellige en gastvrije bevolking. R vertelt over Suriname alsof hij er zijn hele leven heeft gewoond, zoals hij trouwens overal waar we belanden alles weet te vertellen over de locatie, het land waar we ons bevinden en historische achtergrondinformatie. We maken ook kennis met de “Djoggo” (of zoiets..) een flesje bier in de vorm van het oude heineken-buikje maar dan van een liter….erg aangenaam. De “kleintjes” (330ml) heten hier ‘derby”. Zit ook weer een verhaal achter maar dat laten even achterwege.
daar hebben we er een paar van gezien....
daar hebben we er een paar van gezien....

We maken ook nog een kleine wandeltoer en belanden bij de “waterkant”, een rijtje tentjes aan de rivier waar je flink (en redelijk goedkoop) kan eten en drinken. De stad heeft de oude behuizing van deze vaak hindoestaans-surinaamse handelaartjes afgebroken en vervangen door een complex van kleine toko’tjes Bij terugkomst rond een uur of elf ’s avonds besluiten J & H nog even het casino van Torarica in te duiken (lange broek aan eerst…) en R gaat pitten want die heeft niet geslapen sinds de laatste wacht vanaf 02:00u.
Nou…met J in het casino is lachen….eerst de slotmachines….hij begrijpt er niets van maar vult z’n zakken. Met wat weten we niet want die muntjes zeggen ons niks qua waarde. Op dit moment overigens is 56.000 surinaamse guldens ongeveer hetzelfde als 20 US dollar. Het casino zou vroeg (01:00u) sluiten in verband met goede vrijdag. J vond de eenarmige bandietjes niet snel genoeg gaan en besloot z’n muntjes weer in te wisselen voor de plaatselijke guldentjes.”We gaan blackjacken” zegt J en neemt vervolgens plaats aan de roulettetafel….”Ahum, J….next table….”oja oja”.
Blackjacken met J is feest, zelfs de croupier en zijn controleur liggen helemaal in een deuk (de medespelers overigens niet). Op 18 b.v. nog een kaart nemen en splitten met twee zevens is niet echt slim….maar…wel winnen dus hè!
Het gaat lekker dus, maar we moeten stoppen vanwege sluitingstijd en slenterden richting boot die aan de pier van Torarica ligt. Het alcoholpercentage op dit moment was al erg hoog, biertjes bij het zwembad, de nodige djoggoos met R op de terrassen en de (gratis) Baco’s in het casino.
We lopen de pier op en horen een vrouwenstem “R R” roepen. Oeps…moeten we nog ff een rondje omlopen? (de boot aan de pier is trouwens een bezienswaardigheid, de hele dag lopen mensen er naar toe en vragen ons de oren van het hoofd). De vrouwenstem roept R nogmaals en wij denken dat zij wellicht goed van zin is maar er ook wellicht zin in heeft. We lopen richting het einde van de pier en de stem roept naar ons: “R ben jij daar” We kijken vanaf de pier naar beneden en zien daar Rita. Ze zegt dat ze voor R komt, maar dat ze anderhalve dag te vroeg is gekomen, hetgeen te wijten is aan een gewijzigde vlucht naar Suriname. We wisten dat ze zou komen (ze heeft eerder met R gezeild) maar is ruim 2 dagen te vroeg. J besluit om R toch maar ‘even’ te gaan wekken. Rita woont en werkt op Curacao en is zo gek als een deur. J probeert R wakker te maken om haar bezoek aan te kondigen maar heeft daar flinke problemen mee, R is bewusteloos, ligt in een derde graads coma en moet zowat gereanimeerd worden. Uiteindelijk lukt het en R komt nog 90% slapend naar boven ( de kuip in).
Dat is gauw over want Rita is een wervelwind en is dolgelukkig dat ze op de boot is.
Ze nam ook nog even een flesje (1ltr) Mount Gay rum mee om haar aankomst te vieren. Die ging dus binnen notime ook nog op met z’n viertjes. Gezellig dus weer en we zoeken rond 04:15u ons mandje op. H en Rita echter wat later want Rita wilde nog douchen. H liep wel even mee aangezien het moeilijk te vinden is in het donker. Een nachtelijk zwempartijtje werd het uiteindelijk aangezien de douches dicht waren (en H die andere douches ff niet meer kon vinden, oorzaak drank).

Yesterday

en dan denk je lekker te gaan slapen in je eigen mandje, blijkt dat je bed met alles wat er op ligt zeiknat is (jaja…kom maar met die opmerkingen). Het plafond is droog, een regenstorm met open raam lijkt onwaarschijnlijk, ik heb geen last van incontinentie, het zijn ook geen andere lichaamssappen.
Het waterbed is lek, goed lek. Op zo’n moment is er geen keus, je gaat geen risico lopen dat midden in de nacht de complete 600 liter water als een tsunami door je slaapkamer gaat bewegen en met behulp van de zwaartekracht twee parketvloeren en een plafond meesleurt in haar destructieve golfbeweging. Leeg pompen dus. Pomp stuk. Slangetje en emmer dan maar. Veel emmers, heel veel emmers. Gezien de leeftijd van het waterbed gaat ie linea recta de container in. Da’s dan jammer, maar ook weer positief. Alle herinneringen gaan mee de container in, Alzheimer doet de rest. H-E-E-R-L-I-J-K-!
Wat wel sneu is, is dat ik de 73 goudvissen en 34 waterschildpadjes was vergeten die ik erin had gestopt voor een extra dimensie. Ze zijn een gruwelijke hongersdood gestorven.

De tekst van ‘Yesterday’ is magnifiek. De soms slissende Aznavour met zijn Frans-Engelse uitspraak maakt het nummer verder onvergetelijk. Helaas geen leuk filmpje gevonden in combinatie met de juiste uitvoering van het nummer, dus… eyes shut, ears wide open.

House 4 Sale part 1

Voorbij de authentieke molen, die nog slechts dienst doet als afwerkplaats, tussen het mortuarium voor plotseling gestorvenen en de witteboordenwasserij staat dit goed te onderhouden herenhuis. De buurt is levendig te noemen met de regelmatige drive-by’s, het glasgerinkel met de even later te horen bijpassende gierende banden, de rammelende winkelwagentjes, bestuurd door de altijd aanwezige slijterijbezoekers, en de hangjongeren die hun discutabele artistieke kwaliteiten botvieren met behulp van kleurige spuitbussen op de beschikbare muren van de monumentale bouwwerken en gepoetste bodies van classic cars.
De entree van dit herenhuis is te bereiken via een flinke hink-stap-sprong over de plaatselijke straatbewoners zonder enig bekende verblijfplaats en identiteit en kenmerkt zich door geuren die slechts bekend zijn bij het Forensisch Laboratorium te Rijswijk en daarom uniek te noemen. De vanzelf openslaande toegangsdeur verschaft u de toegang tot het tochtportaal alwaar een indrukwekkende verzameling aan te koop aangeboden gestolen fietsen tentoongesteld staat. De tochtdeur brengt u naar de hal, volgestouwd met bij het vuilnis gevonden quadcore hi-tech laptops, met afslagen naar de huiskamer, het toilet, en het bovengebeuren. De meer dan ruime toilet biedt mogelijkheden tot het innemen van medicijnen en leent zich prima voor snelle onderonsjes met nieuw gemaakte vrienden/vriendinnen. Een wasgelegenheid, beter bekend als ‘fontein’ met ranzige handdoekjes, is eveneens aanwezig.
De huiskamer met indrukwekkende afmetingen heeft een relaxgedeelte voorzien van ruime zit/lig-gelegenheden en voorziet in een doorlopende filmvoorstelling van de laatste natuurfilms, levensgroot geprojecteerd op de rustiek geschilderde wanden. De open haard doet uitstekend dienst als afvalcontainer die, na het onsteken hiervan, zichzelf reinigt met behulp van de meer dan twintig jaar geleden geveegde schoorsteen. Het eetgedeelte met een meer dan gemiddelde eettafel en voldoende stoelen doet ondermeer uitstekend dienst als knip-tafel en kan zo’n 14 man/vrouw juist geschoolde buitenlandse werknemers herbergen.
De jaren-70 keuken, bereikbaar via het eetgedeelte middels een Romeins aandoende boog, voorziet in alle levensbehoeftes door haar ruime opslagcapaciteit, de combi magnetron/oven voor de pizza’s en de noodzakelijke koeling voor de alcoholische versnaperingen. Buiten de uitermate nuttige attributen zoals kurkentrekkers, pizzasnijders en flessenopeners is andere onnodige apparatuur eveneens aanwezig zoals nutteloze pannen en een afwasmachine.
Zowel het eetgedeelte als de keuken bieden toegang tot de tuin en maken, middels de ‘achterom’, met recht van overpad, een snelle uitweg bij een eventuele inval, mogelijk.
Op dit moment doet de tuin dienst als opslagterrein voor de huisvesting (caravans, tenten, gestolen auto’s, etc.) van 42 stuks buitenlandse werknemers (3-ploegendienst), maar zal leeg worden opgeleverd bij verkoop, evenals de op dit moment als opslag- en droogruimte in gebruikzijnde, stenen schuur, bewaakt door een 101-tal agressieve honden.

House for Sale…Margriet heeft nog steeds één van de meest mooie Nederlandse stemmen, maar deze versie van Mylène mag er ook zijn…