Dag 8 en 9, donderdag en vrijdag GENERALE REPETITIE
Na het ontbijt gaan we dieselolie tanken en om ongeveer 10.00 uur varen we de haven uit. We gaan nu echt de oceaan leren kennen, want als we uitvaren hebben we de wind pal oost, waardoor we (als we natuurlijk Barbados willen bereiken) ook in oostelijke richting moeten varen. Dat betekent met golven van zo’n 2,5 tot 3,5 meter dat we tegen de golven in moeten varen en dus niet beide zeilen kunnen zetten waardoor het schip weer wat meer gaat rollen. Afijn, dat moet dan maar en we zetten koers richting Barbados. We proberen een paar buien te omzeilen en met een aantal lukt dat ook, maar één bui treffen we volop en ik kan je vertellen dat je dan momenten hebt dat je bijna geen hand voor ogen ziet vanwege het regenwater, maar ook door het buiswater dat over het schip slaat.
Leuk om nog even te melden is dat J tijdens deze verblindende regenactie iets zoekt om zich vast te houden en vervolgens de fok lostrekt, erg leuk maar niet heus, zo’n bootje maakt gekke fratsen dan ineens.
Heel bijzonder is dat we op gegeven moment pal voor de kust een walvis zien die vlak langs onze boot zwemt, echt een geweldige ervaring en vrij uniek dat je dit mag meemaken. Echt een plaatje zoals dat door het water glijdt en z’n staart door het water slaat. Hoe dat ging ook: H achter het roer, ziet al suffend rechts naast zich een rots, zo, dat is mazzel zeg, net gemist die rots. Huh? Een rots? R! J! SNEL! NU! Tijd om daar plaatjes van te schieten heb je niet, je moet genieten van dat moment.
Later zien we op enige afstand ook nog eens een reuzenschildpad voorbij zwemmen. R zegt dat we echt getrakteerd worden op deze reis door deze vrij unieke ervaringen. In al die jaren is pas dit zijn 3e walviservaring.
Later op de dag gooien we ook nog een vislijntje uit en al een uur later hapt een barracuda in het uitgeworpen spinnertje. “Die gaat vanavond de oven in, of ligt morgen op onze barbecue.” We halen de vis binnen en slaan de haak achter zijn kieuw. 
Kop d’r af, schubben d’r af, ff schoonmaken en in de koelkast, klaar om opgesmikkeld te worden morgen bij de BBQ.
Het wordt een oversteek van zo’n ruim dertig uur volgens onze R en we wachten dat rustig af. H en J zullen varen tot een uur of twaalf in de nacht en R neemt het dan over tot een uur of 6 in de ochtend. De bedoeling is dat we in de loop van de ochtend Barbados zullen bereiken.
Van te voren natuurlijk koers uitgezet maar die blijkt moeilijk te volgen door de eigenwijze wind (en dan ook nog de stroming 2,5 knoop tegen schiet niet echt op hebben we ervaren). Scherp aan de wind varen heet het, tering, dat is geen kattenpis, voor je het weet vaar je door de wind met alle gevolgen van dien, nou goed, hard en geconcentreerd werken is het. Overdag kun je met scherp aan de wind varen je concentreren op de fok, die –zo gauw onderin de fok een deel wil gaan klapperen (killen heet dat)- je de boot snel kan laten afvallen (ik zou wensen dat al het afvallen zo eenvoudig was als het roer omgooien, hoewel, in feite komt het op het zelfde neer) Nee, af vallen is ervoor zorgen dat je van de windrichting afstuurt, zodat je meer wind in de zeilen krijgt.
R maakt ’s nachts nog ff wat mijltjes goed maar heeft het er ook niet makkelijk mee.
Rond 5:30 neemt J het al weer over van R en H volgt ruim een uurtje later (die was ff op en lag in coma). Weinig kans meer om te zeilen want we hebben vol wind tegen. Nog even geprobeerd te motorzeilen, maar ook het grootzeil gaat even later naar beneden en moeten we de laatste 30 mijl op motorkracht richting Barbados.
Het duurt lang, nog even wat pech met 1 van de motoren maar dat wordt quick & dirty opgelost (lees: we knippen een kabel door). 
Tijd voor een verdiende borrel. Overigens drinken we geen druppel alcohol aan boord tijdens ‘werk’, maar des te meer als het anker uit gaat. We besluiten de boot vandaag niet meer af te gaan. R sleutelt nog wat aan de motor en we treffen voorbereidingen voor de BBQ. Morgen gaan we Bridgetown in met de boot en gaan we Barbados een beetje verkennen. BBQ’en is echt leuk aan boord, R heeft middels een stang aan de railing een soort BBQ-pan gemonteerd en steekt het ding voorzien van houtskool in de hens. Dat gaat vrij gemakkelijk, want hij pleurt er een zooi brandbare meuk op waardoor de pan brandt als een lier. 
Om een uur of negen duiken we allemaal de kooi in, toch nog een beetje vermoeid van de hele oversteek en slapen tot de volgende ochtend 7 uur.
Auteur: jaguhar
Sailing, day 7
Dag 7, woensdag LIQUID SALSA SUNSHINE
Om een uur of 7 worden we wakker en hoor ik een herkenbaar geluid, namelijk dat van het tikken van regen op mijn ventilatieraam. Minder aangenaam, want deze ochtend om 9 uur worden we opgehaald door Winsburt (tegenwoordig heet ie anders want hij is rasta geworden) om een trip te maken naar een paar leuke dingen hier in de omgeving. Ook al noemen ze regen hier “Liquid sunshine” ben ik niet zo blij met deze tropische verrassing. 
Met een taxibusje gaan we met Winsburt omhoog langs een bergweg (misschien iets te veel credit voor een paar plakken asfalt die slordig tegen elkaar zijn geplakt), halverwege stopt de taxi en dropt ons voor onze klim en klauterpartij door dit oerwoud. Winsburt vertelt over elke plant, toont ons b.v. de verschillen tussen planten met bakbananen en normale bananen en hij kapt regelmatig wat vruchten van bomen waardoor ik het gevoel krijg dat we ervoor betaald gaan worden om dit hele woud leeg te knagen. Maar ik moet wel toegeven dat er verschil is tussen een mango van Appie en één die hier zonder chemische hulpmiddelen groeit. Okee, dat groeiproces hier duurt dan wat langer, maar ze smaken ècht lekkerder, veel zoeter en sappiger.
Na enige tijd klauter en glibberwerk (het regent af en toe waardoor de beklimming echt wat minder eenvoudig wordt) en onze magen gevuld met, mango’s, papaya’s, kokosnoten, cashewnoten, cacaobonen en andere eetbare meuk, komen we aan bij een slagboom (niet te verwarren met slagroom, hoewel dat als toefje heel smakelijk was geweest op onze culinaire oerwoud brasserij). Hier betaalt Winsburt 3 mickymousjes p.p. voor entree en we worden door een gids begeleid naar de (zwavel)vulkaan die overigens bijna “zum kotsen” meurt naar rotte eieren. Mensen wat een lucht! 
We vertrekken om een uur of twee en hebben dan een uurtje of 3 varen voor de boeg. De wind is niet echt gunstig, dus we zullen moeten motorsailen (alleen grootzeil op en daarbij beide motoren aan) Een gedeelte van de trip kunnen we zelfs de fok hijsen zodat we meer snelheid krijgen en de motoren even uit kunnen rusten. Rond 18.00 uur komen we aan in Rodney Bay en in de binnenhaven leggen we de boot aan een moring, pakken onze douchespullen en gaan met de dinghy naar de kant. Na het douchen nemen we even een biertje op het terras en ontmoeten Kurt, een bekende van R die met zijn zoontje ons even op de haven begroet. Hij geeft engelse les op dit eiland op een soort middelbare school. Voor het geld doet hij het zeker niet, want de verdiensten zijn hier niet echt riant. ’s Avonds eten we een pizza bij Domino’s Pizza en lopen nog even door het stadje. Dit gedeelte van St. Lucia is wat meer geciviliseerd en er staan af en toe kapitale villa’s.

SamsungSoccer
Ik verkeer nu in een staat waarbij ik me niet graag laat zien (zie crash) en vertoef zo veel mogelijk binnen of met dit mooie weer natuurlijk in m’n tuintje. Ik krijg dan in ieder geval geen pijn in m’n nek om al het schaars geklede moois te bekijken. De TV wordt meer dan me lief is bekeken en zelfs reclame voor een nieuw Samsung scherm en voetbal worden ineens leuk. Alleen dit soort voetbal dan hè (met dank aan Tommie voor de tip).
Crash
Ik heb geen tand door m’n lip, nee, een gebit door m’n beide lippen. M’n rechterwang ziet er uit als die van een hamster met de voorraad voor de komende 3 jaar in z’n bek. M’n kaakgewricht wordt gemaskeerd door een tweede zwelling en maakt rare geluiden. De derde zwelling zit op m’n kin waar een gapend gat is ingeslagen. M’n neus heeft wat schaafwonden en tussen m’n neus en bovenlip prijkt een heuse snor van gestold bloed. Dan uiteraard nog wat ontvelde vingers, blauwe plekken, schaafwonden, builen, etc. Helden in films die veel zwaarder getroffen worden door rondvliegende vuisten, voeten, allerlei wapens en kogels zien er de volgende scene al weer een stuk beter uit, nou, ik niet. ’t Heeft ook voordelen denk ik maar. Eten gaat niet dus dat wordt beperkt tot de meer vloeibare stoffen als joghurtjes en vla enzo. Drinken gaat prima door een rietje. Roken gaat ook niet met twee gehavende, opgeblazen lippen. Zoenen moet ik straks weer opnieuw leren. Maar goed, m’n tanden en kiezen zitten nog op hun plek, praten en ademen gaat prima. Met de vreemde blikken en alle geweldige leuke grappige opmerkingen leren we ook wel leven. Dat van mij gaat tenminste over. Geen stoer vechtpartijtje, maar een gruwelijke doodsmak met de fiets. De fiets is dood, de stoeptegels hebben gewonnen, Duke was geschrokken, ik baalde van de slechte val.
Sailing (yeahhh), day 6
Dag 6, dinsdag DE EERSTE OVERSTEEK
Om 6 uur staan we op en gaan dus eerst op de motor (niet zo’n ding waar H er ook een van voor de deur heeft staan, maar varend op beide inboard motoren van het schip) richting de mogelijke nieuwe (grotere) dinghy. De koop gaat niet door (eigenwijze kutfransoos begrijpt niet wat onderhandelen is) en wij zetten kort daarop koers richting St. Lucia. Het weer is goed, het gaat ons voor de wind met een kracht van zo’n 15 tot 23 knopen. Op zee kan de wind wel eens uit een vreemde hoek waaien, maar zoals de wind waait, waait ons petje en dan maar hopen dat die niet afwaait. Langzamerhand veranderen de golfjes in een deining met golven van zo’n anderhalve tot twee meter, dus een lekker rustig zeetje als je bijna voor de wind vaart. We zetten koers richting St Lucia en het daadwerkelijke zeilen gaat beginnen. Nou, forget it, want als schipper hoef je bij een dergelijk rustig weertje, met een boot van dit kaliber, niet echt de handen uit de mouwen te steken. Het maatje wordt ingeschakeld (stuurautomaatje) en deze volgt automatisch de ingestelde koers. Eigenlijk kun je achteroverleunen en het werk voor je laten doen. Om toch enigszins gevoel te krijgen over het hoe en wat van sturen, schakelt J de automaat uit en sturen H en J achtereenvolgens zonder stuurautomaat. Nou, R, die jongens zijn natuurlijk geboren schippers en laten zich niet uit het veld slaan, laat staan van de boot slaan, dus de zaken volledig onder controle. Van Martinique tot St. Lucia is ongeveer 21 mijl en daarna vanaf het begin van St. Lucia tot aan onze ankerplaats Soufriere is het nog eens een kleine 9 mijl, dus alles bij elkaar een uurtje of 6 varen.
H en J zijn uit het goede hout gesneden (antiek) en hebben dus daadwerkelijk zeebenen (ik heb me altijd al afgevraagd hoe die eruit zouden zien, maar nu weet ik dat dus).
Het afmeren van een schip van dergelijke afmetingen voor de steiger aan een mooring (dat is een bol die drijft op het water en met een ketting vastligt aan de bodem van de zee, meestal een blok beton) is nog een hele klus, maar om half twee liggen we dus met onze kont (die van het schip dan wel te verstaan) naar de kant en via een tussenstapje op de dinghy kunnen we de kant opkomen. Tijd voor een oorlam!
De avond hebben we doorgebracht bij het restaurant van Mama Lucia. Restaurant is een groot woord, want het is niets meer dan een smalle gelegenheid waar wat kleine gammele tafeltjes staan opgesteld, ‘creatief’ opgedekt met een zeiltje. Kom je daar met 8 man dan is het stampvol, want de ‘zaak’ is ruwweg 2,5 meter breed.. Je moet ook niet zomaar komen binnenvallen want dan is er niets te eten, maar R heeft mama Lucia van te voren gewaarschuwd dus die heeft de hele dag staan koken voor ons. 
Als we aankomen worden onmiddellijk de locals (die toch alleen maar voor de TV hangend een lokaal gebrouwen biertje –Caribje- drinken) de tent uitgejaagd waarna we worden verwend met het feestmaal van mama Lucia. Een bord vol met heerlijkheden afgerond met een riante hoeveelheid in alcoholica zwemmende bananen waar de fik in gaat, als toetje. En dat alles voor een prijs van 100 mickymouse dollars (zo noemen we ze, maar het zijn de zogenaamde EC’s, de East Caribian dollar, 1 EC is ongeveer 30 eurocentjes).
In Soufriere word je ook constant belaagd door Rasta’s, de een nog gekker dan de andere maar ze doen geen vlieg kwaad en proberen je van alles aan te smeren. Van bananen tot handgesneden kalebassen (die hebben we trouwens wèl gekocht, die van J kostte 18 mickies en van H 10 mickies, ‘inkopen’ heeft J nooit gekund onder het bewind van H). 
Enfin, na mama Lucia besluiten we om nog even een afzakkertje te halen in een bar die nog open is. Onderweg horen we ergens zingen. We besluiten even te kijken waar dit vandaan komt en belanden bij de plaatselijke kerk waar de bevolking uitbundig met armen en handen zwaaiend hele gezellige muziek ten gehore brengt. Wij genieten een korte periode mee van dit geweldige spektakel en besluiten pas ná het zingen de kerk uit te gaan. Op een hoek van de volgende straat stappen we een café binnen. We zitten nog maar net of onze kalebasgek komt er ook bij. Normaal gesproken mag ie die tent niet meer in, maar omdat hij bij ons zit wordt ie getolereerd. Het Reggaeachtige taaltje, vergezeld van de nodige handgebaren is gewoon genieten en echt geweldig om te ervaren. Hierna gaan we terug naar de boot (uiteraard weer gevolgd door een stel rastamannen die van ons nog wat te drinken krijgen als we weer aan boord komen) en wij kruipen vrijwel direct onze kooien in.
Sailing, more preparations, day 4 & 5
Dag 4, zondag NO SPANG-DAY
…en de zevende dag (de zondag bedoel ik dan hè!), hij rustte, zo ook wij.
Wel vroeg uit de veren (geen enkel probleem overigens en wel prima want dan duurt de dag lekker lang). R is al bezig met wat klusjes die hij af wil hebben voordat we vertrekken.
Wat later is het zover, de twee motoren worden gestart, we gaan los en verlaten de overvolle jachthaven. Om de baai uit te komen moet je wel goed uitkijken en vooral met de zon in je rug vertrekken (’s morgens dus) anders zie je de verradelijke riffen niet. Natuurlijk heb je ook nog de hulp van de boeien (groen rechts, rood links hier. Andersom als bij ons, als je een haven uitvaart), maar ook het oog is nog steeds een van de beste navigatiemiddelen.
Het doel was zoals gezegd St. Anne, niet veel verder. 
Even later al de kust bereikt van St.Anne en het anker gaat voor het eerst uit. Er zit een elektrische ankerlier op de Josina maar die is tijdelijk vanwege een mankement buiten gebruik. Er is een probleem met het relais wordt vermoed. Het probleem zit echter in wat meer dingetjes waar R en J achter komen (na het voor anker gaan is dit meteen het eerste karweitje).
Buiten alle standaard functionaliteit van een boot beschikt de Josina over een indrukwekkend voorraadje gereedschap en reserveonderdelen.
Verder nog wat kleine klusjes geregeld, gezwommen en gesnorkeld en met de dinghy (jaja dat is een rubberbootje met een buitenboordmotor) naar de kust om ff de Formule 1 te kijken bij Caritan (soort appartementen hotelcomplex met zwembad … aha!). Lekker onderuit zitten en daarna het zwembad in. R gaat vast terug naar de boot om te klussen terwijl J & H zich vermaken in het zwembad en aan de bar. De eerste PinaColada wordt naar binnen geslagen. 
Daarna terug naar het strandje, J fluit even op een schelpje en even later worden we opgepikt met de dinghy. Terugzwemmen naar de boot had ook gekund maar dat is zo lastig met een fototoestel, portemonnee, zakken vol euro’s handdoeken enzo.
Terug op de boot stelt R voor om ’s avonds ff bij “die dikke neger” te gaan eten in St Anne, alwaar R al met diverse gasten meerdere keren heeft gesnaveld. Volgens R moet Sonny (zo heet deze donkere man) vandaag open zijn en hij BBQ’t vaak in (voor) zijn etablissement. Aangekomen blijkt van afstand dat deze multiculturele uitspanning is gesloten.Jammer dus, maar als we dit eettentje naderen spot R toch een enorme dikke neger van ruwweg een kilo of 250, een zwart michelinmannetje. R en J lopen met H in het kielzog op hem af en R begroet hem hartelijk. Deze begroeting wordt gepareerd met een simpel “Va la bas” (ga daar heen) en met enige inspanning zijn arm optillend (die arm weegt al meer dan een 100 jaar oude boomstam) wijst hij in de richting van het straatje dat op zijn restaurantje uitkomt. Braaf geven wij gehoor aan deze uitbundige invitatie en lopen richting een paar grote party-tenten die op straat zijn uitgestald. Het is maar vijfentwintig meter lopen, maar voor een dergelijke krachtsinspanning is Sonny niet in de wieg gelegd en hij laat zich zakken in zijn auto, die duidelijk niet is geproduceerd voor een dergelijk gewicht, maar dan had ie maar geen auto moeten worden.
Inmiddels zijn wij drieën bij de partytenten aangekomen en het ziet er werkelijk zwart van de mensen, daarmee doel ik niet op de hoeveelheid mensen die aanwezig zijn (ongeveer een man of 20), maar meer op de kleur, 100% allemaal lokale pikzwarte mensen. Inmiddels heeft Sonny ook dat hele eind naar de tenten gereden, stapt uit en wijst ons op een gigantische Paellapan die op een tafel staat met uitdrukkelijk de bedoeling dat wij daar van gaan eten. Hoewel de verlichting rond deze tent te wensen over laat, scheppen wij onze plastic bordjes vol en Sonny drukt ons ook nog elk een blikje bier in de handen. We hebben geen idee wat deze culinaire mixage voorstelt, maar het blijkt een overheerlijke Paella-achtige lekkernij te zijn die wij smakelijk verorberen. Na de maaltijd bemoeit H zich nog even bij een partijtje Domino, welk spel in het gehele Caribische gebied uitbundig en met luid gekrakeel wordt gespeeld. Inmiddels is ons nog een biertje door Sonny aangereikt en even later beginnen al enkele mannen de restanten van het eten op te ruimen, want volgens ons hebben deze mensen al de hele middag en avond hun buikjes al rond gegeten (aan Sonny en nog wat anderen is dit duidelijk af te meten)
We bedanken Sonny voor zijn gastvrijheid en keren even later weer met de dinghy terug naar de boot die in de baai voor anker ligt. Aan boord aangekomen nemen we nog een drankje om deze dag even af te ronden en om een uur of 10 ’s avonds liggen we alle drie in Morpheus armen.
Dag 5, maandag, REDUNDANT-DAY
Kwart voor zeven, we zijn al weer op. Douchen doen we door van de boot te stappen, ’plons’, je wordt wakker, bent (redelijk) schoon en weer helemaal fris.
R is al naar de kant getuft om wat verse broodjes te halen …bladiebladiebla… ochtendritueel.
De broodjes nog half in onze slokdarm vertrekken we naar de scheepswerf. We zullen en motten het life-raft (een kist met daarin een zichzelf opblazend rubberen vlot welke in geval van nood in het water kan worden gegooid) vandaag terug krijgen. Zonder kunnen we (uit oogpunt van veiligheid) niet aan de Surinametrip beginnen Alles kan natuurlijk, maar risico’s sluit R bijna volledig uit. Afspraken over tijden kan je hier niet maken, maar dat is algemeen bekend voor deze omgeving, zelfs de mensen op de Antillen zijn een stuk sneller.
J & H vermaken zich in het dorp terwijl R hier en daar wat reserveonderdelen gaat halen. ’t Is al eerder gezegd maar R heeft voor alles, maar dan ook alles reserveonderdelen of een tweede (derde) exemplaar aan boord. (Nee, met vrouwen hanteert ie een andere tactiek).
J en H belanden onder andere op een terras waar een teletext-achtig TV-scherm te zien is die elke 5 a 6 minuten een soort lottotrekking heeft, de verkoop van de lottobriefjes zit om het hoekje. Oke, het gokken zit ons een beetje in het bloed en we besluiten om ook zo’n formuliertje in te vullen, 3 minuten later de trekking en jahoor,.€ 5 gewonnen. Nog een keer, niets, aaaahhhh, nog één keer dan, € 50 in de knip, kan je toch weer lekker van eten.
We bellen R (mobieltje werkt alleen nog op Martinique, daarna op de andere eilanden en Suriname niet meer) en spreken af op het Mangoterras waar we al eerder zijn geweest. We blijven plakken en drinken er een paar…..half 4 vertrekken we.
Nog steeds is het vlot niet terug (zou ècht 4 uur klaar zijn!), 4 uur wordt 5 uur, 5 uur wordt 6 uur en uiteindelijk was het vlot pas om 7 uur terug.
Pannekoekies gebakken op de boot en we gaan maar weer eens wat drinken.


De avond wordt doorgebracht in de bar (mangoterras) van Le Marin in gezelschap van Robert, een schipper met de Zweedse nationaliteit die in het Caribisch gebied als kapitein ook charterreizen doet. R heeft destijds van deze man zeillessen in de griekse wateren gehad en Robert heeft daar al veertien seizoenen charteren achter de rug. Over een paar weken vertrekt hij ook weer naar Griekenland om daar voor Kiriacoulis Yaughting weer enkele zeiltrips uit te voeren. Een bijzonder gezellige vent die ook bol staat (volgens mij hebben alle schippers dat) van de verhalen. De een nog komischer en fantastischer dan de andere, maar bijzonder plezierig om aan te horen. Om een uur of elf besluiten we toch om onze kooien (niet dat we opgesloten zitten of zo, maar zo heet zo’n slaapgelegenheid nou eenmaal aan boord) op te zoeken, want morgen gaan we dan eindelijk onder zeil (niet slapen, maar daadwerkelijk de zeilen hijsen) en oversteken naar St. Lucia. We moeten dus vroeg uit de veren (hebben onze matrassen niet echt, maar opstaan past hier niet echt, want als je gaat opstaan in je kooi, zit je met je kop tegen het plafond) Afijn, we moeten in ieder geval vroeg vertrekken, want R wil ook nog even kijken bij een grotere dinghy die hij te koop heeft zien staan en we daar toch langskomen.
(still not) Sailing, day 2 & 3
Je leest het dan toch weer hè voordat je het plaatst. ’t Was een mooie trip maar ondanks de vele teksten die we hebben geschreven staat de helft er nog niet in en komen bijkomende herinneringen weer boven. Het brein werkt raar. Zonder deze vastgelegde verhalen zouden die herinneringen ook niet meer boven komen. Alsof je brein verschillende FAT’s (File Allocation Table) heeft en op één of andere manier beschadigd zijn. Zo’n dagboek als deze werkt dan als een soort Norton Utilities for Brains 9.6. Ben ik blij dat ik geen dagboek van m’n leven heb bijgehouden. Ik vergeet graag. En veel.
Dag 2, vrijdag REISDAG
We zijn op tijd wakker. Douchen plus een uitgebreid en lang ontbijt.
Weer in het pendelbusje gestapt en inchecken maar voor de vlucht naar Cayenne. Het gaat eigenlijk van een leien dakje (behalve dat R en H hun mes bij de douane moeten inleveren. R’s vierde mes, die hem steeds vergeet in z’n bagage te stoppen en H’s mes die hij al 10 jaar elke dag trouw in bezit heeft, een triest afscheid voor beiden)
Voor de rest is het wachten, koffie drinken, lekker kleppen en daarna de 9 uur lange vlucht met een Airbus 340. Luxe dingetje die 340 want elke stoel heeft z’n eigen videoschermpje waar je film, muziek, spelletje, nieuws etc. op kan zien. Het enige nadeel van de 340 is de snelheid, een kruissnelheid van 750km/u. Hij kan sneller maar de wind zit niet mee.
Aangekomen op Cayenne hebben we 4 uur tijd te doden. We besluiten maar niet om naar de stad te gaan (half uur rijden) om het drama van gisteren niet wéér te beleven.
We zitten lekker buiten met een biertje, in Zuid-Amerika en het is redelijk warm, 30 graden.
Goh! De vlucht gaat gewoon, wel een klein beetje te laat, maar we gaan!
Gekkenhuis met lokale tijden natuurlijk want we gaan eerst 5 uur terug en nu eeeh nog een uurtje terug in tijd
We komen rond 21:00u aan ofzo, niet ofzo, maar dus nèt voor want we moesten de huurauto vóór 21:00u ophalen. Allemaal gelukt (zozo, nounou, gutgut), op naar Le Marin, de havenplaats van Martinique, waar de boot ligt afgemeerd in een jachthaven met nog 600 andere boten. Door de bomen het bos niet meer zien zeggen ze wel eens. Hier zie je door de masten de boten niet meer. Hier ligt een kapitaal aan boten, geen St. Tropez-motorjachten maar zeilboten, zo ook de Josina, de boot van R waar we na een half uurtje karren aankomen.

Superboot! Alles d’r op en d’r aan en mooier, groter, beter, etc. dan verwacht..
De avond afgesloten met nog wat biertjes en wijntjes en ons mandje opgezocht. Ieder z’n eigen hut dus niemand heeft last van J, die de nacht tevoren vast een heel Surinaams oerwoud aan het doorzagen is geweest en deze nacht zijn werkzaamheden ongetwijfeld verplaatst naar Borneo.
Dag 3, zaterdag TOUR(ISTIQUE)
Het oorspronkelijke programma, voor zover dat in R’s z’n hoofd zit, ligt een beetje door elkaar omdat we een dag later zijn aangekomen. We missen een werkdag waardoor sommige dingen die geregeld moeten worden, zoals het in revisie zijnde reddingsvlot ophalen/repareren en nog wat andere dingen niet gedaan kunnen worden.
We hebben nog steeds de huurauto dus we doen vandaag een rondje Martinique met R als gids.
We beginnen, na flink wat ingeslagen te hebben bij de supermarkt (bootschappen en dat is niet verkeerd gespeld) en op de boot gebracht te hebben, bij de (vroegere) rumfabriek Clement die, weliswaar niet in werking, met veel geld van de regering is opgeknapt tot zijn oude glorie en hoe dus goed te zien is, hoe het vroeger daar aan toe ging.Knap stukje techniek trouwens voor die tijd, bizar gebruik van slaven, een verschrikkelijk groot mooi huis voor de familie-eigenaar, etc.
De oude Bush en Chirac hebben hier nog eens een belangrijke meeting gehad, vandaar ook waarschijnlijk dat er veel geld is ingepompt om het op te knappen.
Na bezichtiging natuurlijk nog ff het eindresultaat geproefd. Keus genoeg maar we kiezen voor de rum-vieux, erg lekker, maar je staat meteen half op je kop (het is nog ochtend).
Een flesje Clement uit J’s bouwjaar (negentientweeennogwat) kost hier slechts € 651,27. De lokaal gebrouwen rum kost hier overigens een habbekrats. Je koopt een literfles al voor € 2,19 ofzo
Hierna zijn we dwars door het regenwoud gereden waar een keurige typisch franse bergweg is aangelegd. Erg indrukwekkend om te zien, maar vreemd omdat je er met de auto doorheen rijdt op keurig asfalt.
Hierna op weg naar St.Pierre waar we eerst hebben gelunched bij een tentje aan het strand, het leven is echt vervelend hier.
St. Pierre is op 8 mei 1902 getroffen door een gaswolk van de nabij gelegen vulkaan waarbij het hele dorp volledig werd verwoest/verbrand en zelfs de 16 schepen die bij de kust lagen in vlammen opgingen. We zijn eerst naar het plaatselijke museumpje geweest om te zien hoe het dorp voor de uitbarsting eruit zag, waar nog wat gevonden restanten te zien waren en uiteraard hoe het er daarna uitzag, echt bizar!! Compleet weggevaagd, 30.000 mensen vonden de dood. De mensen waren overigens wel gewaarschuwd door eerdere kleinere uitbarstingen en ook deze uitbarsting was voorspeld, maar de plaatselijke in verkiezingsstrijd zijnde gouverneur hield de mensen voor dat er niets aan de hand was en echt niet hoefden te vertrekken.
De enige bekende overlevende was Cyparis, iemand die op dat moment in de kerker van het politiebureau was opgesloten en waarschijnlijk gered werd door de dikke muren van de cel. Hij werd 4 dagen later gevonden (eerder was ook niet mogelijk door de intense hitte die er nog heerste), wel vol met brandwonden natuurlijk en hij had weten te overleven door te drinken van het weinige regenwater wat zijn cel insijpelde. Hij werd later geronseld door een Amerikaans circus als bezienswaardigheid.
Na het museumpje het dorp in waar nog flink wat restanten te zien zijn van b.v. het oude theater, het politiebureau met zijn kerker, etc. slechts ruïnes waar alleen nog wat muren van over zijn gebleven. Op dit moment wonen er nog maar 5000 mensen ofzo
Verder met de trip, we gaan naar de nabijgelegen rumfabriek (achja) Depaz die normaal gesproken 24 uur per dag, zeven dagen per week draait, maar dat uiteraard niet doet als wij er zijn. Ze draaien dan wel 24uur 7 dagen per week, maar doen dat slechts 6 maanden van het jaar. De overige zes maanden worden gebruikt voor het volledig demonteren en reviseren van de fabriek. Uiteraard weer een indrukwekkend geheel met een bizar groot landhuis (kasteel) waar nog steeds een nazaat van de familie Depaz woont. Ook deze familie is flink uitgedund door de vulkaanuitbarsting van 1902.
Het eiland trouwens kent nog 300 rumfabrieken/jes, in eerdere tijd waren het er nog 2000 ofzo.
Terug naar Le Marin waar de boot ligt via Fort de France (niets te beleven in FdF, na 18.00 uur een erg gure en sinistere stad) om de huurauto terug te brengen.
Uiteraard daarna naar het terras (Mangobar) om wat Lorraines (plaatselijk bier) achterover te slaan. Gezellig weer en we stappen rond 20:00 even naar de boot en om 21:00u een restaurantje op te zoeken. Happiehappie, drankjedrankje en daarna naar Cafe ‘Calebasse’ waar wat muzikanten lekker aan het jammen zijn. De laatste drankjes hier gedronken, nog even bekeken hoelang het duurde voordat twee aanwezige vervelende gasten de tent uitgeslagen worden. Dat gebeurde wel, maar zonder rumoer, de eigenaren hebben het goed onder controle daar. Ze sloegen hard, heel hard. Wij hoefden gelukkig niets te doen anders dan de vliegende gasten al bukkend te ontwijken en ons glas recht te houden.
Terug naar de boot, morgen gaan we de jachthaven uit om verderop bij de kust van St. Anne te liggen. We moeten in de buurt blijven van Le Marin daar maandag nog het een en ander geregeld moet worden voor de boot. Een oversteek naar Suriname is niet niets, dus alles moet op orde zijn. Verantwoord vertrekken is het motto van R. Dat blijkt ook wel aan alles wat ie regelt, doet, verbouwd, meeneemt, etc. In computertermen is de boot ‘redundant’ uitgevoerd.
2 beg
Beggin’
Nice hiphopcover. Het origineel is van de Four Seasons (waar Frankie Valli zong). Vorig jaar al een big hit in Noorwegen waar Madcon ook vandaan komt. Waarom het een jaar moet duren voor zo’n nummer overwaait? Net als nummers die ooit eens zijn uitgebracht, toen gigantisch flopten en bij een nieuwe poging jaren later wel ineens een hit worden. Hhmmm..als die versierpogingen van jaren geleden op blauwtjes uitliepen zouden ze dan nu goed zijn voor een ontbijtje?
F* all gadgets! This is better
Hey Marcel, ik zal ’s vragen of ze ook een Mac-versie hebben…
Sailing… just day 1
Ik ben wat te druk met andere dingen en te lui om tussendoor wat teksten te schrijven maar zal jullie vervelen met één dag vakantie van een paar jaar geleden. Eentje uit de oude doos dus (spreekwoordelijk…het gaat hier niet om een ex ofzo). Als ik lui blijf krijgen jullie de rest van de 3 weken ook te lezen…
J en H wagen zich aan een Atlantische zeiltrip van Martinique naar Suriname via St. Lucia en Barbados met een catamaran (‘Josina’ een Athena 38), onze schipper is R, een verslag van, afwisselend, H en J
Dag 1, donderdag
DE HEENRIJS (oke, misschien niet helemaal correct gespeld, maar als alleen de spelling nou foutief zou zijn geweest had het allemaal nog al meegevallen)
Het oorspronkelijke plan was als volgt: We vliegen van Amsterdam naar Parijs en vandaar naar Fort-de-France (Martinique)…dat klinkt simpel, dat is het niet.
Gisteren krijgen we van R te horen dat onze vlucht van Amsterdam naar Parijs was gecancelled, daar enkele hufterige Fransosen het weer zonodig vonden om te gaan staken. Hoe zit ’t dan met die vlucht naar Fort-de-France ? Die gaat dan wel. Transatlantische vluchten gaan gewoon door..
OK, van het reisbureau kregen we treinkaartjes voor met de Thalys….vanaf Brussel (huh? Volgens mij missen we dan een stukje). Pff…R had dus ook nog maar kaartjes gereserveerd van Amsterdam naar Brussel, wel zo handig dan, alles weer onder controle toch?
Vanochtend afgesproken op het Amsterdam CS, zo rond 9:15-9:30u. De trein vertrekt om 09:56u. J was er op tijd (was echter z’n mobieltje vergeten, wat erg belangrijk wordt voor het verdere verloop van deze dag). H was er ook. R belde om te zeggen dat het krap zou worden daar hij in de file stond en al vanaf half acht eigenlijk onderweg was vanuit Wilnis. Veel ongelukken en daardoor ontstane files was voornamelijk de oorzaak. Enfin, J en H halen de gereserveerde tickets vast op dan kan R gewoon opstappen op perron 14A. Het bleek dat R een kamikazerit door Amsterdam had gemaakt: rode lichten, busbanen, stoepen, etc.etc. maar: ruim op tijd (….) 9:52u komt ie aanhijgen. Dit is eigenlijk het enige wat goed is gegaan vandaag. Leuk detail is nog dat we niet wisten dat je in de stationshal van het CS ook kan parkeren, vlak voor de deur van de Thalys….het kan!
In Brussel is het de bedoeling dat we de door AirFrance gereserveerd tickets voor de TGV afhalen en onze rit naar Parijs (Charles de Gaulle, het vliegveld waar we moeten zijn) daarna vervolgen. Voor het afhalen van de tickets en het weer instappen hebben we 20 minuten, zelfs voor figuren met onze leeftijd ruim voldoende, maarrrrrrrrrrr……dan moet de *&@^#@#@*&%@-trein vanuit Amsterdam niet 20 minuten pal voor Brussel op een “feu rouge” (dat deed R toch ook niet tijdens zijn rit naar Amsterdam..) staan te wachten!!! De aansluiting gemist dus. No spang (surinaams voor: maak je niet druk of geen stress), op naar de ticketservice, althans, J & R dan. H blijft op het perron staan wachten met de bagage.
Picture this: een leeg perron en een in de verte aanstormende R.. de boodschap is wel duidelijk, ze hebben wat geregeld maar we hebben daarvoor nog 3 à 4 minuten hoor ik van een hijgende R. We stonden op perron 3, we moesten naar perron 4, even de rails over dus (dat wil R wel, lijkt toch niet verstandig, we gaan dus trappetje af, trappetje op). We komen aan bij de achterkant van de trein en duiken de eerste beste open deur in en hopen dat J hetzelfde heeft gedaan toen hij van de ticketservice afkwam, dat was namelijk min of meer de afspraak, maar J was in felle discussie verwikkeld met de TGV bazen om de trein maar niet te laten vertrekken, onderwijl kijkend waar zijn medereisgenoten blijven en hij heeft hen niet de trein zien binnenglippen. De TGV baas is niet te vermurwen en sluit de deuren. J nog namekkerend achterlatend op het perron.
H en R hebben inmiddels een noodsprong in de trein genomen. J zal toch ook wel in de trein zitten, vragen zij zich af? Tuurlijk toch? Zeker? Jawel! Niet dus! Zij zien nog uithijgend van deze ultieme krachtsinspanning J namopperend op het perron staan. (zelfs zwaaien heeft in deze geen zin) . J spurt van het ene eind van het perron naar het andere met teleurgestelde blik over het missen door òns van deze trein. Nou, J, H en R zitten dus wèl in die trein, J onwetend van deze wijsheid achterlatend op het inmiddels leeglopende perron. J heeft geen mobieltje bij zich. J wacht een paar minuten, maar gaat toch ernstig twijfelen aan het missen van de trein door zijn beide kompanen in het kwaad (want boos zijn we al op de Thalys).
J denkt: die staan bij het Meeting Point en loopt naar beneden, waar heel veel mensen lopen, maar niet H en R. J’s moed zakt hem nu toch wel een beetje in de schoenen en hij wordt toch wel enigszins radeloos. Geen koffer, geen mobieltje, geen paspoort (die heeft R), maar wel een behoorlijke tiet met geld. (dat verzacht toch wel de radeloosheid) Oke, wat te doen? Klamp een mobiel bellende Fransman aan, roep au secours, au secours! (help, help!) en zeg de brave borst dat het echt een noodgeval is. Fransen bellen veel met die mobieltjes, maar natuurlijk niet op het moment dat je zo’n ding nodig hebt! Dan naar inlichtingen maar. Maar ook daar heeft de stakingskoorts toegeslagen, want de man (of vrouw) die daar normaal moet zitten is “even” weg. Nou, dit even duurt J dus te lang en hij rent richting winkels om iemand te vragen of hij even een mobieltje kan lenen. Lauw kans, want de Fransen zijn echt niet bereid om deze kleine wondertjes der techniek uit hun handen te geven, maar verwijzen hem uiteindelijk naar een telefooncel (uiteraard is hiervoor een telefoonkaart benodigd en laat J die nou net niet in zijn bezit hebben)
J boos en krijgt na enkele mensen gesmeekt te hebben om een mobieltje (Fransen zijn echt het superieure ras) het advies om naar een internet/telefoon winkeltje te stappen. Daar aangekomen belt hij R (toevallig had hij Ruud zijn mobiele nummer opgeschreven) Ja hoor, contact met de trein! J besluit om met de taxi dan maar naar Parijs te scheuren in de hoop daar om 16.00 uur te arriveren, een half uur voor het vertrek van de vlucht naar Fort-de-France. R heeft J’s paspoort en de tickets, dus die kan ook J zonder problemen inchecken. Even een korte discussie met een Algerijnse taxichauffeur, loven, bieden en de klok blijft op 300 (haha) euro steken. Oke, maar dan wel met de restrictie dat de taxichauffeur hem om uiterlijk 16.00 uur aflevert op Charles de Gaulle, op basis ‘no cure, no pay’. J spoort de taxichauffeur in het Frans aan, om maar met ‘grande vitesse’ een poging te wagen. Gelukkig geeft de taxichauffeur zijn mobieltje aan J, waardoor een regelmatig contact met de voortrazende trein ontstaat. R en H landen met de trein op Paris Nord en moeten van daar nog met de Metro naar Charles de Gaulle. Zij arriveren daar om even voor 16.00 uur en J raast met een inmiddels vrijwel dieselloze taxi ook vliegveld ‘Charles de Gaulle’ binnen. (nee, we gaan niet tanken, we gaan rechtstreeks naar het vliegveld! Dit terwijl de taxi de laatste druppels dieselolie opsnuift, maar we redden het zonder tanken).
Maar goed, om een lang verhaal kort (…) te maken: J komt dus eigenlijk maar 3 minuten na R & H binnen. De incheckbalie is verlaten……dat betekent dus dat de vlucht is gesloten.
Ze hebben onze tickets reeds vergeven aan mensen die ‘stand-by’ staan ingeschreven voor deze vlucht (company-policy) en het vliegtuig is verder vol, terwijl ook de start van het vliegtuig nog ruim een uur is vertraagd. Nog een leuke discussie natuurlijk met wat andere baliebedienden (tevergeefs natuurlijk…je kent die programma’s wel op TV van EasyJet enzo: woedende passagiers en onvermurwbaar maatschappijpersoneel).
Alle moeite voor niets. We proberen bij de AirFrance balie een andere vlucht te regelen, maar alles is vol, dat wisten we al. Wel gaat er de volgende ochtend een vlucht naar Cayenne (ons eigenlijke eindpunt van de zeiltrip, Frans Guyana) en kunnen vandaar weer naar Martinique. Dat doen we dus maar, want we gaan ècht NIET terug!!!
Dan moet je dus ook een hotel hebben voor de nacht….wij naar de ADP-balie (de plaatselijke VVV) en er is plek in Hotel Mercure. Okido, doen we. Een busje haalt ons op en brengt ons naar hotel Mercure
Murphy is echter nog niet uitgespeeld met ons deze dag, want na een ritje van een kwartier staan we voor de incheckbalie van het hotel, waar de dame achter de balie ons vrolijk meedeelt dat we bij het verkeerde hotel Mercure staan. Okey! Er is er zeker nog één, goed dan, we worden binnen 10 minuten weer opgehaald door een busje, meldt de vriendelijke receptioniste. Die 10 minuten wordt natuurlijk wat langer (40 minuten) maar we hebben toch al geen haast meer.
Wel jammer dat we daar eigenlijk weg moeten want er lopen alleen maar vrouwen. die andere Mercure is zeker alleen voor mannen grappen we.
De Mercure waar we weer naartoe werden gebracht staat eigenlijk pal tegenover de vliegtuigterminal…het was dus op korte loopafstand…
Voor de rest gaat er niets meer mis. We hebben een kamer voor drie (2+1), gaan eerst nog even borrelen aan de bar en daarna het restaurant in. Supergezellig verder en J en H zitten met volledige aandacht te luisteren naar alle leerzame, spannende, ongelofelijke verhalen van R die aardig wat heeft meegemaakt in z’n leven.
’s Nachts worden de verhalen van C (=vrouw van J) nog even bevestigd dat J in een vorig leven een hardhoutboomstamzagende cirkelzaag of asfaltverslindende kangro is geweest….een schreeuw van R midden in de nacht dat ie nu eindelijk eens op moet houden helpt wel even.

